Ambtelijke brief / adviesnota.
Origineel
Ambtelijke brief / adviesnota. 9 oktober 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt in Amsterdam). De Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam). VD/HG.
[handgeschreven: Ch. Braene]
77/36/7 M.
[handgeschreven: Verzonden 9/10]
9 October 1941.
Straf kooper K.A.J.Smit
Centrale Markt.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
In verband met de bij besluit van den Burgemeester d.d. 15 Augustus jl. No.53/15 L.M.1941 aan den kooper K.A.J. Smit opgelegde straf en onder verwijzing naar het onderhoud, dat ik hieromtrent op 29 September jl. met U mocht hebben in verband met het mondeling aan U gedaan verzoek om zijn straf te verminderen, heb ik de eer U, ingevolge Uw opdracht, ter aanvulling op de door den contrôleur Schiermeier opgemaakte rapporten d.d. 1 en 5 Augustus jl., nog het volgende te berichten.
Ik heb omtrent de onderhavige aangelegenheid nader gehoord den knecht D.C.Brinkman, die mij verklaarde, dat hij een ledige kist op het trottoir voor het pakhuis van Italiaander had neergezet om deze kist bij dezen grossier in te leveren; hij werd echter door zijn patroon, die op eenigen afstand stond met zijn wagen, even weggeroepen en zag toen, dat de kist door Smit, die hij goed van aanzien kende, werd weggenomen. Hij is toen naar den contrôleur Schiermeier gegaan, die, op zijn aanwijzing, Smit heeft aangehouden.
Vervolgens leg ik in bijlage dezes over een rapport van A.de Rood, geboren 20 Februari 1926, de tweede persoon, die zou hebben gezien, dat Smit de betreffende kist van zijn eigen kar zou hebben genomen. Deze De Rood kon destijds, in verband met ziekte, niet worden gehoord. Hieruit blijkt, eveneens duidelijk, dat Smit dezen jongen heeft getracht over te halen om tegen belooning te zijnen behoeve een valsche verklaring af te leggen.
Ik deel U ten slotte mede, dat Smit bij den op de Centrale Markt gevestigden handel een minder goede reputatie geniet (eenige grossiers hadden het personeel van mijn dienst, in verband met plaats gehad hebbende diefstallen reeds verzocht om speciaal op Smit te letten), geef ik U thans beleefd in overweging niet tot vermindering van de aan Smit opgelegde straf over te gaan.
De Directeur, Dit document is een formeel advies van de directeur van de Centrale Markt aan de wethouder voor Levensmiddelen. De kern van de brief is een verzoek om een eerder opgelegde straf aan een handelaar (K.A.J. Smit) niet te matigen.
De argumentatie rust op drie pijlers:
1. Getuigenverklaring: Een knecht (D.C. Brinkman) heeft Smit op heterdaad betrapt bij het ontvreemden van een lege kist voor het pakhuis van de firma Italiaander.
2. Poging tot omkoping: Er is bewijs (een rapport over de minderjarige A. de Rood) dat Smit heeft geprobeerd een getuige te betalen voor een valse verklaring. Dit verzwaart de zaak aanzienlijk van een simpele diefstal naar actieve rechtsbelemmering.
3. Reputatie: De directeur wijst op de algemene slechte reputatie van Smit op de markt, waarbij hij al eerder door grossiers werd gewantrouwd in verband met eerdere diefstallen.
De toon is zakelijk, juridisch correct en dwingend in zijn advies. De handgeschreven aantekening "Verzonden 9/10" (9 oktober) bevestigt de administratieve afhandeling op de dag van datering. De brief dateert van oktober 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De context van de "Centrale Markt" (de huidige Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) is cruciaal. Tijdens de oorlogsjaren was de voedselvoorziening strikt gereguleerd via distributie en rantsoenering.
De functie van Wethouder voor de Levensmiddelen was in deze periode een van de belangrijkste en meest gevoelige posten in het stadsbestuur. Orde en eerlijkheid op de Centrale Markt waren essentieel om de voedselstroom naar de stad te waarborgen. Kleine vergrijpen, zoals de diefstal van een houten kist (destijds schaars materiaal), werden hoog opgenomen omdat ze de discipline in de distributieketen ondermijnden. De betrokkenheid van de burgemeester bij het opleggen van de straf onderstreept de ernst die aan marktvergrijpen werd toegekend onder het bezettingsregime. Het document geeft een inkijkje in de dagelijkse handhaving en de morele corruptie (poging tot omkoping) in een tijd van schaarste.