Concept-brief/ambtelijk schrijven.
Origineel
Concept-brief/ambtelijk schrijven. Vermoedelijk juni 1942 (verwijst naar besluiten van 22 en 29 mei j.l. [jongstleden] 1942). C O N C E P T .
VD/HB.
Straf Gebr.P.en J.Karsseboom Den Heer Wethouder
Centrale Markt. voor de Levensmiddel[en]
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 8 dezer om spoedig advies ontvangen stuk No. 54/21 L.M.1942, heb ik de eer U te berichten, dat d expediteursfirma Karsseboom bestaande uit de firmar ten P.en J.Karsseboom, in aansluiting op een door mij voor den tijd van 14 dagen opgelegde straf, met ingang van 29 Mei j.l. bij Besluit van den Burgemee ter d.d. 29 Mei j.l. No.54/21 L.M., wegens het ern- stig in gevaar brengen van den goeden gang van zake bij de distributie van aardappelen op de Centrale Markt, is gestraft met ontneming van het recht van toegang tot de Centrale Markt voor onbepaalden tijd zulks krachtens het bepaalde in artikel 35 van het Reglement op de Centrale Markt.
De feiten, welke aanleiding haven tot deze strafmaatregelen, zijn neergelegd in mijnvoorstel d.d.22 Mei j.l. No.77/37/8 M., daaruit blijkt, dat de firma Karsseboom is gestraft wegens het onbevoeg uitoefenen van den groothandel met een partij aardap- pelen, welke niet voor de consumptie was geschikt, enomdat een der firmanten bovendien handel heeft gedreven met een bon, rechtgevende op den aankoop van 25 hl.zandaardappelen, waarbij de expeditiefirm tenalotte de aardappelen aan den uiteindelijken kooper heeft afgeleverd. Het gaat hier derhalve om twee afzonderlijke zaken. Daarnaast zou bij bovenbe doelde tarnsacties overschrijding der maximumprijze hebben plaatsgevonden; val al deze feiten staat al- llen de overschrijding van de maximumprijzen ter be oordeeling van den Inspecteur voor de Prijsbeheer- sching. Van de beide gevallem van prijsoverschrijdi heeft de prijsrechter thans nog alleen één geval be recht. Indien zou blijken, dat Karsseboom terzake niet strafbaar is, omdat het feit niet be wezen kan worden, dan houdt dit naar mijn meening stellig nie in, dat hem en zijn expediteursbedrijf weder toegan tot de Centrale Markt moet worden verleend, omdat de van gemeentewege tegen Karsseboom genomen maatre- gelen zijn gebaseerd op overtredingen van het Markt- reglement, welke zich geheel en al aan de beoordee- ling van den prijsrechter onttrekken; de prijsover- tredingen waren voor de gemeente bijomstig.
van
Het verweer, ~~dat adressant,~~ dat slechts Karsse boom iets ten laste is gelegd kan slechts gelder wat de prijsoverschrijdingen betreft; ten a In dit document wordt verslag uitgebracht over de definitieve verbanning van de firma Gebroeders P. en J. Karsseboom van de Centrale Markt in Amsterdam. De kernpunten zijn:
- De Straf: Na een initiële schorsing van 14 dagen heeft de Burgemeester op 29 mei 1942 besloten de firma voor onbepaalde tijd de toegang tot de markt te ontzeggen.
- De Vergrijpen:
- Onbevoegde groothandel in aardappelen die ongeschikt waren voor consumptie.
- Illegale handel in distributiebonnen (voor 25 hectoliter zandaardappelen).
- Vermoedelijke overschrijding van de vastgestelde maximumprijzen (woeker).
- Juridische argumentatie: De auteur van de brief stelt dat, zelfs als de 'prijsrechter' de firma zou vrijspreken van prijsopdrijving, de uitsluiting van de markt gehandhaafd moet blijven. De overtreding van het Marktreglement (artikel 35) staat namelijk los van de strafrechtelijke beoordeling van de prijzen. Voor de gemeente is de ordelijke distributie en het naleven van de marktregels de hoofdzaak. Dit document stamt uit juni 1942, midden in de Duitse bezetting. De voedselvoorziening was in deze periode uiterst precair en stond onder streng toezicht van de distributiediensten. De Centrale Markt (nu het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was het vitale knooppunt voor de voedselvoorziening van de stad.
Tijdens de bezetting werd 'zwarte handel' of het in gevaar brengen van de distributie gezien als een economisch delict dat zeer zwaar werd bestraft. Omdat Amsterdam destijds een door de bezetter aangestelde burgemeester had (Edward Voûte), kregen besluiten over markttoegang een dwingend karakter. De nadruk op "het ernstig in gevaar brengen van de goeden gang van zaken" onderstreept de autoritaire controle op de voedselketen in oorlogstijd.