Politierapport / Administratief rapport van de Dienst Marktwezen.
Origineel
Politierapport / Administratief rapport van de Dienst Marktwezen. No 77/37/2 M. 1942
R A P P O R T
Op Maandag 4 Mei 1942, heeft kooper C. Timmermans, groentenwinkelier, wonende van der Peckstraat 91 alhier, bij de Politie van het Bureau Adelaarsweg alhier aangifte gedaan, dat hij door Jan Karseboom, expediteer van aardappelen, wonende Bellamystraat 12 alhier, was bedrogen met het koopen van een partij aardappelen. Door rechercheur van Leerdam die dit geval in onderzoek heeft genomen, is proces verbaal opgemaakt, en zou zich dit geval als volgt hebben voorgedaan.
Ongeveer eind April 1942 was gebleken, dat van een partij aardappelen welke per motorvaartuig aan de Centrale Markt was aangevoerd een gedeelte hiervan ongeschikt was geworden voor de consumptie doordat deze aardappelen met een bepaalde soort van olie waren besmet. (Voor zoover was na te gaan, was een olievat hetwelk zich aan boord van het motorvaartuig had bevonden leeggeloopen). De voor de consumptie ongeschikt geworden aardappelen zijn van de V.B.N.A. voor wie ze aanvankelijk bestemd waren, gekocht door kooper H. Peters, wonende Jan van Galenstraat 200 alhier, die van de V.B.N.A. een speciale vergunning heeft voor het koopen van voor de consumptie ongeschikt bevonden aardappelen.
Van deze bedorven aardappelen heeft Peters voor zoover na kon worden gegaan 26 H.L. verkocht aan J. Karseboom, die ze wilde gebruiken als voeder voor zijn paarden, terwijl Peters voor deze partij een bedrag van F. 78- heeft ontvangen. (F. 3.- per H.L.) Tegen over de Politie heeft Peters reeds bekend, dat hij deze aardappelen niet duurder had mogen verkoopen dan F 2.80 de 100 k.G. in plaats van F. 3.- de H.L. (70 K.G).
Inmiddels had Timmermans aan Karseboom gevraagd of deze hem niet aan een partij aardappelen kon helpen aangezien hij, Timmermans, met zijn rantsoenen beduidend achteruit was gegaan en op deze wijze wilde probeeren zijn achterstand in te halen. Karseboom zou hem toen een partij van 60 H.L. aardappelen hebben aangeboden voor F. 900. Deze koop is niet in zijn geheel doorgegaan doch heeft Karseboom, den dag nadien op welke aan Timmermans 60 H.L. aardappelen te koop had aangeboden, een partij van 26 H.L. aardappelen verkocht en geleverd. Volgens de verklaring van Timmermans zou hij Karseboom hiervoor F 390 hebben betaald. Volgend de verklaring van Karseboom is dat evenwel maar F. 130 geweest. Deze partij van 26 H.L. is gebleken dezelfde te zijn welke Karseboom als voeder voor zijn paarden van Peters gekocht had. Op den zelfden dag dat ze door Peters in de loods van Karseboom waren gebracht zijn ze door Timmermans weggehaald. Hierbij is ook Peters tegenwoordig geweest en wist hij dus dat Karseboom de aardappelen verkocht in plaats van voor zijn paarden te gebruiken. Naar Peters tegen de Politie had verklaard wilde hij zich hierin niet bemoeien, een omstandigheid die hem evenwel toch is aangerekend en waarop in het proces verbaal de noodige aandacht is gevestigd.
Timmermans in de meening verkeerende dat deze aardappelen voor de consumptie geschikt waren, heeft hiervan ongeveer 12 H.L. aan zijn klanten verkocht tegen de vastgestelde detaillisten prijs en tegen ontvangst van aardappelbonnen. Al spoedig kwamen zijn klanten klagen, dat de aardappelen naar olie riekten en smaakten. Sommige kwamen zelfs met gekookte aardappelen in zijn zaak. Thans bleek hem hoe hij bedrogen was en kwam hij tot het besluit van dit bedrog aangifte te doen, hetgeen dan ook de oorzaak is dat deze zaak aan het licht kwam. Uit het vorenstaande blijkt, dat Karseboom en Peters en ook Timmermans zich aan bepaalde strafbare feiten hebben schuldig gemaakt, terzake waarvan dan ook door den rechercheur van Leerdam een strafrechterlijke vervolging wordt ingesteld. Voort zal nog door de recherche worden onderzocht hoe het mogelijk is dat aardappelen welke reeds voor de consumptie zijn afgekeurd toch in de handel zijn gekomen. En slotte verzocht den heer Commissaris van Politie van genoemd Bureau mij, rapporteur, te adviseeren om, indien de betrokken personen van de Centrale Markt zouden worden geweerd, met Timmermans een uitzondering zou worden gemaakt. Hoewel hij, Timmermans, zijn straf zeker niet zal ontgaan zou de Commissaris het niet sympathiek vinden als hij ook nog van de Centrale Markt zou worden uitgesloten, te meer daar Timmermans zelf aangifte heeft gedaan en daardoor het politieonderzoek mogelijk heeft gemaakt.
Amsterdam, 7 Mei 1942
Controleur
[Handtekening: L. Lith...?]
Den Heer Bedrijfschef
van het Marktwezen.
[Handtekening: J. de Boer?] Dit document schetst een gedetailleerd beeld van de zwarte handel en voedselfraude in bezet Nederland. De kern van de zaak is de illegale doorverkoop van 26 hectoliter (H.L.) aardappelen die besmet waren met machineolie door een lek varend olievat.
Belangrijke bevindingen uit het rapport:
1. De Keten van Oplichting: De aardappelen werden door de V.B.N.A. (waarschijnlijk de Vereniging voor de Nederlandse Aardappelhandel) als ongeschikt voor menselijke consumptie verkocht aan Peters (veevoerhandelaar). Peters verkocht ze door aan Karseboom (expediteur) onder het mom van paardenvoer. Karseboom verkocht ze echter direct door aan Timmermans (winkelier) voor een veel te hoge prijs.
2. Prijsopdrijving: Er is sprake van prijsmanipulatie. Peters bekent al dat hij te veel vroeg (F. 3,- ipv F. 2.80). De sprong naar de prijs die Timmermans betaalde (F. 130 volgens Karseboom, maar F. 390 volgens Timmermans) toont de enorme winstmarges op de zwarte markt.
3. Ontdekking: De fraude kwam niet aan het licht door overheidscontrole, maar door klachten van consumenten die "olie-aardappelen" op hun bord kregen. Timmermans gaf zichzelf in feite aan door aangifte te doen van bedrog, hoewel hij zelf ook de distributieregels overtrad (het inkopen buiten de reguliere kanalen om tekorten aan te vullen).
4. Juridische afwikkeling: Alle drie de mannen worden strafrechtelijk vervolgd. Er wordt echter geadviseerd om Timmermans minder zwaar te straffen (hem niet te weren van de Centrale Markt) omdat zijn aangifte de zaak aan het rollen bracht. Het document dateert van mei 1942, een periode waarin de voedselschaarste in Nederland onder de Duitse bezetting steeds nijpender werd. Het distributiestelsel draaide op volle toeren; aardappelen waren alleen op de bon verkrijgbaar.
Historische contextpunten:
* Schaarste en distributie: Winkeliers zoals Timmermans kampten met tekorten in hun toegewezen rantsoenen ("achteruit gegaan in rantsoenen"). Dit dreef hen naar het grijze en zwarte circuit om hun klanten te kunnen blijven bedienen.
* De Centrale Markt: De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam waren het kloppend hart van de voedselvoorziening. Toegang tot deze markt was cruciaal voor een groentenhandelaar; uitsluiting betekende effectief het einde van je bedrijf.
* V.B.N.A.: Tijdens de bezetting waren veel handelsorganisaties onder strikt toezicht geplaatst van de bezetter of gelijkgeschakelde instanties om de voedselstroom te controleren.
* Handhaving: De "Controleur" en de "Bedrijfschef van het Marktwezen" werkten nauw samen met de politie om economische delicten op te sporen. Fraude met voedsel werd in oorlogstijd zeer zwaar opgenomen, omdat het de officiële rantsoenering (en daarmee de stabiliteit) ondermijnde.