Archief 745
Inventaris 745-391
Pagina 175
Dossier 100
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypte ambtelijke brief (concept) met uitgebreide handgeschreven correcties en annotaties.

Augustus 1942 (verwijst naar correspondentie van juli 1942). Van: Niet expliciet genoemd, vermoedelijk een ambtelijke dienst (Centrale Markt/Voedselvoorziening).

Origineel

Getypte ambtelijke brief (concept) met uitgebreide handgeschreven correcties en annotaties. Augustus 1942 (verwijst naar correspondentie van juli 1942). Niet expliciet genoemd, vermoedelijk een ambtelijke dienst (Centrale Markt/Voedselvoorziening). CONCEPT.
VD/HB.

77/37/17 (in rood potlood)

Onderwerp:
Verhandelen van distributiebescheiden onder andere door winkeliers A.v. Mourik en P. Groot.

Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Naar aanleiding van Uw brief d.d. 27 Juli j.l. No. 54/21 L.M. 1942 hebben ondergeteekenden de eer U hieronder een uiteenzetting te geven van de redenen, waarom de eerstondergeteekende in zijn brief van 22 Mei j.l. No. 77/37/8 M niet heeft voorgesteld om de bij den handel in distributiebescheiden betrokken winkeliers Van Mourik en Groot tegelijk met de andere in de rapporten van den contrôleur Felthuis genoemde personen voorloopig, dan wel voorgoed den toegang tot de Centrale Markt te ontzeggen.

~~In verband met het feit, dat inmiddels in de~~ Waarin onderhavige zaak nieuwe elementen van een principieel karakter dragen ~~naar voren~~ zijn gekomen, welke zijn ~~van principieel karakter dragen~~, hebben ondergeteekenden voorts gemeend U van advies te moeten dienen omtrent den toekomstigen gedragslijn, welke gevolgd zou kunnen worden bij overtredingen als de onderhavige, waarbij ook winkeliers zijn betrokken. ~~ook ten aanzien van winkeliers, van gemeentewege moet worden gevolgd.~~
Gewenscht (thans tevens) is U van advies te dienen omtrent de tredenings als de onderhavige waarbij ook winkeliers zijn betrokken. (handgeschreven in de marge)

In de eerste plaats mogen wij U erop wijzen, dat bij de ~~bij de onderhavige~~ zaken betrokken personen kunnen worden onderscheiden in expediteurs en koopers (winkeliers), welke onderscheiding ~~hetgeen~~ van beteekenis is bij de beoordeeling van de aan te leggen strafmaat.
Eerstergenoemden kunnen namelijk zonder bezwaar uit het distributieproces worden gestoten, omdat er nog voldoende gegadigden zijn om de betreffende werkzaamheden onmiddellijk over te nemen; verwijdering van laatstgenoemden uit het distributieapparaat ~~het proces~~ heeft onmiddellijk, zooals U bekend is, verstoring van de levensmiddelenvoorziening der burgerij tot gevolg, welke niet direct is te verhelpen.

~~Tot voor kort u.l. in~~ In Mei 1942 strafte de Inspectie voor de Prijsbeheersching ernstige overtreding der prijsvoorschriften nog met sluiting van de zaken der kleinhandelaren. In verband met dit standpunt werd toegepast het Besluit van den Burgemeester d.d. 6 Februari 1942 No. 193 L.M., artikel 35 van het Reglement der Centrale Markt aangevuld met de bepaling, dat dengene, die wegens prijsopdrijving werd gestraft met sluiting van zijn zaak, gedurende die sluiting geen toegang tot de Centrale Markt wordt verleend. Dit document is een ambtelijk concept waarin wordt geworsteld met de juridische en praktische afhandeling van fraude met distributiebescheiden (voedselbonnen) door winkeliers tijdens de bezettingstijd.

De kern van het dilemma is de continuïteit van de voedselvoorziening. De opstellers maken een scherp onderscheid tussen twee groepen overtreders:
1. Expediteurs (tussenpersonen): Deze kunnen direct gestraft worden met een verbod op de Centrale Markt, omdat zij makkelijk te vervangen zijn.
2. Winkeliers: Zij zijn de laatste schakel naar de burger. Als zij worden uitgesloten van de Centrale Markt of hun zaak moeten sluiten, komt de voedselvoorziening van de lokale bevolking direct in gevaar.

De vele doorhalingen en handgeschreven toevoegingen laten zien dat men probeert de beleidslijn ("gedragslijn") aan te scherpen. Men verwijst naar eerdere maatregelen tegen prijsopdrijving om een juridisch precedent te scheppen voor de strafmaat bij handel in bonnen. Het document dateert uit augustus 1942, een periode in de Tweede Wereldoorlog waarin het distributiestelsel in Nederland steeds zwaarder onder druk kwam te staan.
* Distributiebescheiden: Door de schaarste was bijna alles "op de bon". Handel in deze bonnen was een lucratieve vorm van zwarte handel.
* Centrale Markt: Voor Amsterdam was de Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center aan de Jan van Galenstraat) de spil in de voedselvoorziening. Toegangsontzegging betekende effectief dat een ondernemer geen handelswaar meer kon verkrijgen.
* Prijsbeheersching: De 'Gemachtigde voor de Prijzen' hield toezicht op woekerwinsten. De bezetter en het lokale bestuur wilden de zwarte handel de kop indrukken, niet alleen uit morele overwegingen, maar ook om de totale controle over de economie te behouden.
* Bestuur: De brief is gericht aan de Wethouder voor de Levensmiddelen. In 1942 waren veel wethouders al vervangen door NSB-sympathisanten of stonden zij onder directe controle van de regeringscommissaris/burgemeester (in Amsterdam was dit Edward Voûte).

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk concept waarin wordt geworsteld met de juridische en praktische afhandeling van fraude met distributiebescheiden (voedselbonnen) door winkeliers tijdens de bezettingstijd.

De kern van het dilemma is de continuïteit van de voedselvoorziening. De opstellers maken een scherp onderscheid tussen twee groepen overtreders:
1. Expediteurs (tussenpersonen): Deze kunnen direct gestraft worden met een verbod op de Centrale Markt, omdat zij makkelijk te vervangen zijn.
2. Winkeliers: Zij zijn de laatste schakel naar de burger. Als zij worden uitgesloten van de Centrale Markt of hun zaak moeten sluiten, komt de voedselvoorziening van de lokale bevolking direct in gevaar.

De vele doorhalingen en handgeschreven toevoegingen laten zien dat men probeert de beleidslijn ("gedragslijn") aan te scherpen. Men verwijst naar eerdere maatregelen tegen prijsopdrijving om een juridisch precedent te scheppen voor de strafmaat bij handel in bonnen.

Historische Context

Het document dateert uit augustus 1942, een periode in de Tweede Wereldoorlog waarin het distributiestelsel in Nederland steeds zwaarder onder druk kwam te staan.
* Distributiebescheiden: Door de schaarste was bijna alles "op de bon". Handel in deze bonnen was een lucratieve vorm van zwarte handel.
* Centrale Markt: Voor Amsterdam was de Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center aan de Jan van Galenstraat) de spil in de voedselvoorziening. Toegangsontzegging betekende effectief dat een ondernemer geen handelswaar meer kon verkrijgen.
* Prijsbeheersching: De 'Gemachtigde voor de Prijzen' hield toezicht op woekerwinsten. De bezetter en het lokale bestuur wilden de zwarte handel de kop indrukken, niet alleen uit morele overwegingen, maar ook om de totale controle over de economie te behouden.
* Bestuur: De brief is gericht aan de Wethouder voor de Levensmiddelen. In 1942 waren veel wethouders al vervangen door NSB-sympathisanten of stonden zij onder directe controle van de regeringscommissaris/burgemeester (in Amsterdam was dit Edward Voûte).

Gerelateerde Documenten 1