Getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekening.
Origineel
Getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekening. 28 juli 1942. De waarnemend Directeur (wnd.). Kenmerk: vD/HB. Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (ter plaatse). [Handgeschreven notitie linksboven:]
Marmden (?) 28/7 - 42
[Getypt:]
vD/HB.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
77/37/15 M. 28 Juli 1942.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 23 dezer No.54/21 L.M. heb ik de eer U te berichten, dat Jansen momenteel geen werkzaamheden verricht. Zijn paard graast bij een boer in de weide; een vergoeding wordt hiervoor door Jansen niet betaald, omdat de boer zoo nu en dan het paard voor het vervoeren van melk mag gebruiken.
De Directeur,
wnd. * Inhoud: De brief dient als antwoord op een eerdere vraag van de wethouder voor Levensmiddelen over een persoon genaamd Jansen en het gebruik van zijn paard. De directeur meldt dat Jansen op dit moment niet werkt en dat zijn paard "gratis" bij een boer staat in ruil voor incidentele arbeid (het vervoer van melk).
* Administratieve context: De afkorting "wnd." bij de ondertekening duidt op een waarnemend directeur. Het kenmerk "77/37/15 M." wijst op een gestructureerd archiefsysteem. De term "Alhier" geeft aan dat de brief binnen dezelfde gemeente of instantie is verstuurd (interne correspondentie).
* Taalgebruik: Het taalgebruik is uiterst formeel en hoffelijk ("heb ik de eer U te berichten"), wat typerend is voor de ambtelijke correspondentie uit die periode. * Historische periode: De brief dateert uit juli 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening strikt gereguleerd en was de "Wethouder voor de Levensmiddelen" een cruciale figuur in het lokale bestuur.
* Schaarste en Controle: Paarden waren in oorlogstijd essentieel voor transport vanwege het gebrek aan brandstof voor gemotoriseerde voertuigen. De bezetter en de lokale overheden hielden nauwlettend toezicht op de inzet van werkpaarden. De vraag van de wethouder suggereert dat er mogelijk een vermoeden was van onbenutte capaciteit of dat er gecontroleerd werd op de rechtmatigheid van de stalling.
* Ruilhandel: De constructie waarbij het paard mag grazen in ruil voor werk ("het vervoeren van melk") is een voorbeeld van de informele economie en wederdiensten die tijdens de oorlogsjaren noodzakelijk waren om te overleven.