Archief 745
Inventaris 745-391
Pagina 204
Dossier 100
Jaar 1942
Stadsarchief

Handgeschreven ambtelijk concept of afschrift van een rapport/brief.

12 mei 1942 (onderaan gedateerd "12/5 42", linksboven "19/5 42").

Origineel

Handgeschreven ambtelijk concept of afschrift van een rapport/brief. 12 mei 1942 (onderaan gedateerd "12/5 42", linksboven "19/5 42"). hoeverre deze winkeliers, wegens overschrij-
ding der maximumprijzen, door de Inspectie
voor de Prijsbeheersing zullen
worden gestraft, hetgeen dan evenzeer
uitsluiting van de Centrale Markt tengevolge
zal hebben.
Inzake het verhandelen van een aard-
appelbon is proces-verbaal opgemaakt.
In aansluiting op de door mij opgelegde
straffen, acht ik het, in verband met den
ernst van het gepleegde, gewenscht, dat de expedi-
teurs Gebr. Th. & J. Masseboom en P. T. Jansen
en de kooper H. Peters, voor onbepaalden tijd
van de Centrale Markt worden geweerd.
Ik geef U mitsdien beleefd in overweging wel
te willen bevorderen, dat ingevolge het bepaalde
in het tweede lid van vorenomschreven artikel
genoemde personen door den Burgemeester
worden gediskwalificeerd omtrent de
toegang tot de Centrale Markt voor
onbepaalden tijd, zulks met ingang van
29 Mei a.s.
De betreffende personen hebben zich niet
eerder aan eenig strafbaar feit op de Centrale
Markt schuldig gemaakt.

(w.g.) [Initialen/Handtekening]

12/5 42 De tekst beschrijft een tuchtmaatregel tegen drie individuen: de expediteurs (vervoerders) Masseboom en Jansen, en een koper genaamd Peters. De aanleiding is tweeledig:
1. Overschrijding van de maximumprijzen: In de bezettingsjaren stelde de overheid strikte prijsplafonds in om inflatie en woekerprijzen tegen te gaan.
2. Handel in een aardappelbon: Tijdens de schaarste was voedsel op de bon. Het verhandelen van deze distributiebescheiden buiten de officiële kanalen om was een ernstig economisch delict.

De schrijver stelt voor om deze personen voor onbepaalde tijd de toegang tot de Centrale Markt te ontzeggen. Opvallend is de opmerking aan het eind dat de daders geen eerdere overtredingen op hun naam hebben staan, wat suggereert dat de straf desondanks zwaar is vanwege de "ernst van het gepleegde". Dit document stamt uit mei 1942, de periode van de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markt (waarschijnlijk die van Amsterdam) was het cruciale knooppunt voor de voedselvoorziening. Om de zwarte markt in te dammen, hield de "Inspectie voor de Prijsbeheersing" scherp toezicht.

De uitsluiting van de markt was een drastische maatregel: voor expediteurs en kopers betekende dit in feite een beroepsverbod en het verlies van hun inkomen. De uitvoering van dergelijke uitsluitingen lag bij de Burgemeester, die in die tijd onder direct toezicht stond van de bezetter of diens gemachtigden. De focus op aardappelen is typerend, aangezien dit het basisvoedsel was dat gedurende de oorlog steeds schaarser werd.

Samenvatting

De tekst beschrijft een tuchtmaatregel tegen drie individuen: de expediteurs (vervoerders) Masseboom en Jansen, en een koper genaamd Peters. De aanleiding is tweeledig:
1. Overschrijding van de maximumprijzen: In de bezettingsjaren stelde de overheid strikte prijsplafonds in om inflatie en woekerprijzen tegen te gaan.
2. Handel in een aardappelbon: Tijdens de schaarste was voedsel op de bon. Het verhandelen van deze distributiebescheiden buiten de officiële kanalen om was een ernstig economisch delict.

De schrijver stelt voor om deze personen voor onbepaalde tijd de toegang tot de Centrale Markt te ontzeggen. Opvallend is de opmerking aan het eind dat de daders geen eerdere overtredingen op hun naam hebben staan, wat suggereert dat de straf desondanks zwaar is vanwege de "ernst van het gepleegde".

Historische Context

Dit document stamt uit mei 1942, de periode van de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markt (waarschijnlijk die van Amsterdam) was het cruciale knooppunt voor de voedselvoorziening. Om de zwarte markt in te dammen, hield de "Inspectie voor de Prijsbeheersing" scherp toezicht.

De uitsluiting van de markt was een drastische maatregel: voor expediteurs en kopers betekende dit in feite een beroepsverbod en het verlies van hun inkomen. De uitvoering van dergelijke uitsluitingen lag bij de Burgemeester, die in die tijd onder direct toezicht stond van de bezetter of diens gemachtigden. De focus op aardappelen is typerend, aangezien dit het basisvoedsel was dat gedurende de oorlog steeds schaarser werd.

Gerelateerde Documenten 1