Ambtelijk rapport / Proces-verbaal van bevindingen.
Origineel
Ambtelijk rapport / Proces-verbaal van bevindingen. 29 mei 1942. № 77/42/1 M. 1942 29/5 RT
Op Donderdag 28 Mei 1942, des voormiddags omstreeks 11,30 uur werd mij, ondergeteekende, controleur Felthuis, door den heer van B.C. van Es, directeur van de Ned:Veiling, medegedeeld, dat op dien dag door een knecht van grossier D.R. Lindenman bij de Ned:Veiling waren ingeleverd een partij van 58 kisten, welke blijkbaar van diefstal afkomstig waren. Bij informatie was het van Es namelijk gebleken, dat Lindenman zijn knecht geen opdracht had gegeven voor hem 58 ledige kisten in te leveren bij de Ned:Veiling.
Naar aanleidng van deze mededeeling heb ik, rapporteur, een onderzoek ingesteld waar bij mij het volgende is gebleken.
Hendrik Frederik Sligte, wonende Lijnbaansgracht 132 III alhier, Johannes Marinus, wonende Laurierstraat 182 II alhier en Christiaan Franciscus van Elst, wonende 2e Nassaustraat 18 II alhier, zijn als personeel in dienst bij de Ned:veiling en hoofdzakelijk werkzaam in de zoogenaamde exportloods van de Veiling op pier E. Zoowel in als buiten deze loods liggen groote hoeveelheden ledige kisten van de veiling opgeslagen. Deze drie knechts zijn met elkaar overeen gekomen om van deze kisten telkens een gedeelte weg te nemen en ergens op pier E een handkar apart te zetten. Als vierden man in dit complot hadden zij opgenomen een broer van Sligte, genaamd: Gerardus Johannes Jacobus Sligte, personeel bij grossier D.R. Lindenman, wonende Lijnbaansgracht 132 III alhier. Laatstgenoemde zou dan de kisten welke door de drie knechts van de veiling apart waren gezet, inleveren op naam van zijn baas Lindenman. In de periode van 8 Mei 1942 tot en met 28 Mei 1942 is dat dan ook herhaalde malen gelukt. Op 28 Mei 1942 heeft de knecht van Lindenman nog ingeleverd 58 kisten ter waarde van $f$ 56.80. Het geld hiervoor heeft hij evenwel niet meer kunnen ontvangen, want toen was het reeds voor hem te laat. Volgens de administratie van de Ned:Veiling hebben de genoemde personen tezamen een bedrag ontvangen van $f$ 104.40.
Van Elst, Marinus en de gebroeder Sligte hebben tegenover mij een volledige bekentenis afgelegd. Allen zijn uit hun betrekking ontslagen. Door den heer van Es is bij mij aangifte gedaan van dit geval en zal door mij proces verbaal worden opgemaakt. Toegangskaart van de verdachten gaat hierbij.
Amsterdam 29 Mei 1942
Controleur,
[Signatuur: A. Felthuis]
Den Heer Bedrijfschef
van het Marktwezen.
[Handgeschreven marginalia en aantekeningen onderaan het document:]
Es [Paraaf/Handtekening]
77/42/2 aan HF Sligte 29/5
3 " Marinus 29/5 [Paraaf]
4 " Elst 29/5
5 " GJ Sligte 29/5
6 " Verh. P.V.
[Rode schuine streep door de lijst]
[Rechtsonder in handschrift:]
wegen diefstal kisten
[...]
1 juni
14 dagen uitsluiting
brief aan Burg. van
Antw. t.v.d.
[Paraaf] Het document is een verslag van een interne diefstal en fraudezaak bij de "Ned:Veiling" (waarschijnlijk de centrale Amsterdamse veilingorganisatie) tijdens de Duitse bezetting.
De kern van de zaak:
* De daders: Drie werknemers van de veiling (H.F. Sligte, J. Marinus en C.F. van Elst) en een handlanger (G.J.J. Sligte) die werkte bij een externe grossier.
* De werkwijze: De drie veilingmedewerkers stalen lege kisten uit de exportloods op pier E en zetten deze klaar op een handkar. De handlanger (G.J.J. Sligte) haalde deze op en leverde ze vervolgens direct weer in bij de veiling onder de naam van zijn werkgever (Lindenman) om zo het statiegeld of de waarde van de kisten op te strijken.
* De omvang: De fraude liep van 8 tot 28 mei 1942. In totaal werd voor 104,40 gulden buitgemaakt. De laatste poging betrof 58 kisten met een waarde van 56,80 gulden.
* Ontknoping: De directeur van de veiling kreeg argwaan omdat de grossier (Lindenman) geen opdracht had gegeven voor de inlevering. Na onderzoek door controleur Felthuis bekenden alle vier de betrokkenen.
Gevolgen:
De daders werden op staande voet ontslagen en er werd proces-verbaal opgemaakt. De handgeschreven notities onderaan suggereren een administratieve afhandeling, waarbij mogelijk sprake is van een strafmaat (14 dagen uitsluiting/hechtenis?) en correspondentie met andere instanties. Dit document biedt een inkijkje in de kleine criminaliteit en de handhaving daarvan in bezet Amsterdam (mei 1942).
- Schaarste: Tijdens de oorlogsjaren was er een groot tekort aan materialen, waaronder hout. Lege veilingkisten hadden hierdoor een aanzienlijke waarde, wat ze tot een aantrekkelijk doelwit voor diefstal maakte.
- Toezicht: Het document illustreert de rol van de "Dienst van het Marktwezen". Deze gemeentelijke dienst hield toezicht op de handel en de orde op de markten en veilingen. De controleur trad hier op als opsporingsambtenaar.
- Bureaucreatie: Ondanks de oorlogsomstandigheden bleef de ambtelijke molen nauwgezet draaien, met getypte rapporten, formele taal en systematische dossiervorming (zoals te zien aan de nummering en de afvinklijst onderaan).
- Locatie: De genoemde locaties (Lijnbaansgracht, Laurierstraat, 2e Nassaustraat) zijn typische Amsterdamse volksbuurten uit die tijd. Pier E verwijst naar de havengebieden waar de veilingen en exportloodsen destijds gevestigd waren (waarschijnlijk nabij de Centrale Markthal).