Officieel strafbericht / kennisgeving
Origineel
Officieel strafbericht / kennisgeving 29 mei 1942 De Directeur van de Centrale Markt Amsterdam Den Heer H.F. Sligte, Lijnbaansgracht 132 III, Amsterdam-Centrum (Wijk 7) [Handgeschreven: Verzonden 30/5 W Braam]
HG.
den Heer H.F.Sligte,
Lijnbaansgracht 132 III,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 7.
77/42/2 M. 29 Mei 1942.
Mij is gerapporteerd, dat U zich op de Centrale Markt hebt
schuldig gemaakt aan diefstal van ledige kisten ten nadeele van de
N.V. Nederlandsche Veiling van Land- en tuinbouwproducten "Amsterdam".
In verband met dit feit heb ik U, ingevolge het bepaalde
in artikel 35 lid 1 van het Reglement op de Centrale Markt, gestraft
met ontneming van het recht van toegang tot die markt voor den tijd
van veertien dagen, namelijk van Maandag 1 tot en met Zondag 14 Juni
a.s, terwijl ik aan den Burgemeester de vraag ter beoordeeling heb
voorgelegd of U voor langeren termijn behoort te worden uitgesloten.
De Directeur, Het document is een officiële mededeling van een disciplinaire maatregel. De heer H.F. Sligte wordt door de directeur van de Amsterdamse Centrale Markt schuldig bevonden aan de diefstal van lege kisten van de plaatselijke veilingvereniging.
Als sanctie wordt hem op basis van het marktreglement de toegang tot het marktterrein ontzegd voor een periode van twee weken (1 tot 14 juni 1942). De brief is dreigend van toon, aangezien de directeur aangeeft dat hij de burgemeester heeft verzocht om te beoordelen of een langdurige uitsluiting noodzakelijk is. Dit wijst op een streng handhavingsbeleid op het marktterrein. De brief dateert van mei 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de Centrale Markt in Amsterdam (aan de Jan van Galenstraat) van vitaal belang voor de gecontroleerde voedseldistributie in de stad. Vanwege de toenemende schaarste en de rantsoenering was de controle op goederen en materialen (zoals emballage/kisten) uiterst streng.
Diefstal op de markt werd in deze context niet alleen als een privaatrechtelijk vergrijp gezien, maar ook als een verstoring van de openbare orde en de voedselvoorziening. Dat de burgemeester (destijds de door de bezetter aangestelde Edward Voûte) bij de besluitvorming over verdere uitsluiting werd betrokken, illustreert de nauwe verwevenheid tussen het marktbeheer en het gemeentelijk gezag onder het bezettingsregime. H.F. Sligte N.V. Nederlandsche