Pagina uit een proces-verbaal of verhoorverslag.
Origineel
Pagina uit een proces-verbaal of verhoorverslag. 28 mei 1942. -3-
Op 28 Mei 1942 heb ik, verbalisant, op het terrein van de Centra-
le Markt aangehouden een persoon, die mij desgevraagd opgaf te
zijn genaamd:
GERARDUS JOHANNES JACOBUS SLIGTE,
geboren te Amsterdam 29 Maart 1920, groetenwerker in dienst bij
grossier D.R. Lindeman, wonende Lijnbaansgracht 132 III, te Am-
sterdam-Centrum en overgebracht naar het kantoor van den Direc-
teur der Nederlandsche Veiling, alwaar hij door mij voorloopig
is verhoord. Sligte verklaarde mij toen desgevraagd als volgt:
" Ik ben als knecht in dienst bij den grossier Lindeman, die ge-
vestigd is op pier C van de Centrale Markt. Ongeveer eenige weken
geleden, dag en datum weet ik niet meer precies, werd ik op de
Centrale Markt aangesproken door den mij bekenden Van Elst, die
als personeel in dienst is bij de Nederlandsche Veiling en ver-
zocht deze mij, of ik een partij ledige kisten bij de Nederland-
sche Veiling wilde inleveren op naam van mijn baas Lindeman.
Aanvankelijk wilde ik hier niet op ingaan, aangezien mijn baas,
hoewel hij veelal zijn producten van de Nederlandsche Veiling
betrekt, nimmer de ledige kisten daar weer inlevert, doch ze over
geeft aan Barend van Dijk, die, zooals U bekend, op pier C van de
Centrale Markt een kistencentrale heeft en tegen eenige verzoe-
ding de kisten naar de betrokken veilingen doorzendt. Van Elst
beloofde mij evenwel een vierde gedeelte van het statiegeld, het-
welk ik zou ontvangen voor de kisten die ik moest inleveren. Van
de opbrengst zouden behalve Van Elst en ik, ook mijn broer Hen-
drik Sligte en een zekere Johan Marinus meedeelen. Beide laatst-
genoemden zijn namelijk eveneens als personeel in dienst bij de
Ned rlandsche Veiling en alle drie werkzaam in de zoogenaamde
exportloods. Tenslotte ben ik op het verzoek van Van Elst inge-
gaan en heb ook nadien meerdere malen op naam van mijn baas Lin-
deman een partij ledige kisten bij de Nederlandsche Veiling inge-
leverd. De kisten, die ik inleverde, kwamen op de volgende wijze
in mijn bezit. Door de drie anderen werd een kar met kisten van
de Nederlandsche Veiling geladen. Waar zij deze kisten vandaan
haalden wist ik nooit precies. Des morgens, voordat de markt een
aanvang nam, kwam Van Elst dan op de Centrale Markt naar mij toe
en bracht mij vooraf op de hoogte, waar zij de kar met kisten
hadden neergezet. Meestal was dat in de omgeving van de zoogenaam
de exportloods op pier C. van de Centrale Markt, alwaar de kisten
ook door mij werden ingeleverd. Van den emballagemeester, aan
wien ik de kisten overgaf, en die van ons complot niets afwist,
ontving ik een zoogenaamde emballagebon, waarop vermeld werd den
naam van mijn baas Lindeman, benevens het aantal ledige kisten
dat door mij was ingeleverd. Met dezen bon begaf ik mij dan naar
de kas van de Nederlandsche Veiling en werd mij daar tegen afgift
van dezen bon het statiegeld van het aantal kisten uitbetaald.
Het geld dat ik ontving werd door ons vieren gedeeld. Hoe vaak ik
op deze wijze een kar met kisten heb ingeleverd, weet ik niet
precies, doch acht, dat het ongeveer vier of vijf maal geweest is.
Ook heden , 28 Mei 1942, heb ik om 8.45 uur v.m. weer een kar met
kisten ingeleverd bij de Nederlandsche Veiling. Ook deze kar was
weer apart gezet door Van Elst, mijn broer Hendrik Sligte en
Marinus. Het was nu een partij van 58 kisten, ter waarde van
f 56.80. Ook nu ontving ik van den emballagemeester hiervoor een
emballagebon.
--- Dit document betreft een gedetailleerde bekentenis van een fraude- en diefstalzaak op de Centrale Markt in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De verdachte, de 22-jarige Gerardus Sligte, beschrijft hoe hij samen met drie medewerkers van de Nederlandsche Veiling (waaronder zijn eigen broer) een systeem had opgezet om statiegeld te verduisteren.
De kern van de fraude bestond uit het "her-inleveren" van lege kisten die reeds eigendom waren van of aanwezig waren bij de veiling. Sligte gebruikte de naam van zijn bonafide werkgever (grossier Lindeman) om emballagebonnen te verkrijgen bij de nietsvermoedende emballagemeester. Deze bonnen werden vervolgens bij de kas verzilverd. De buit werd gedeeld door de vier complotteurs. Op de dag van de aanhouding ging het om 58 kisten met een waarde van 56,80 gulden, wat in 1942 een aanzienlijk bedrag was (ter vergelijking: een gemiddeld weekloon lag toen rond de 20 tot 30 gulden).
--- De Centrale Markt in Amsterdam was tijdens de Duitse bezetting het zenuwcentrum van de voedselvoorziening. Vanwege de oorlogsschaarste waren materialen zoals hout voor kisten schaars en kostbaar, wat leidde tot een streng systeem van statiegeld en emballagebeheer.
Dergelijke economische delicten werden in de bezettingsjaren hoog opgenomen, omdat ze de gereguleerde distributie van goederen verstoorden. Misdrijven op de Centrale Markt vielen vaak onder de jurisdictie van de economische politie of de Crisis Controle Dienst (CCD). De gedetailleerde wijze waarop de hiërarchie en de locaties (Pier C, exportloods) worden beschreven, geeft een uniek inkijkje in de dagelijkse gang van zaken en de informele (criminele) economie op de markt tijdens de oorlogsjaren. D.R. Lindeman Politie