Archief 745
Inventaris 745-391
Pagina 256
Dossier 100
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen.

7 juli 1942. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt Amsterdam). Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam).

Origineel

Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen. 7 juli 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt Amsterdam). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam). [Handgeschreven, rechtsboven:] ten. M. Mouwe
[Handgeschreven, middenboven:] 77/46/p17. [doorgehaald: 20/36/3 M. 2.] Verzonden 7/7 42
[Typschrift, rechtsboven:] Sb/HB.
[Typschrift, links:] straf C. Scheltus, Centrale Markt.
[Datum:] 7 Juli 1942.

den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Onder terugzending van de met Uw kantbrieven d.d. 20 Juni en 4 Juli j.l. respectievelijk onder de Nos. 53/35 L.M. en 601 L.M. om spoedig advies ontvangen stukken, inzake C. Scheltus, heb ik de eer U het navolgende in herinnering te brengen.

Uit een met mijn schrijven d.d. 29 December 1941 No. 77/95/5 M U toegezonden rapport, is komen vast te staan, dat Scheltus zich aan heling van een partij kool had schuldig gemaakt. In verband met den ernst van het gepleegde feit gaf ik UEdelene in overweging te willen bevorderen, dat bij Besluit van den Burgemeester, C. Scheltus voor den tijd van 6 maanden, aansluitende aan de door mij opgelegde straf van 14 dagen, den toegang tot de Centrale Markt te ontzeggen. Bij Besluit van den Burgemeester d.d. 9 Januari 1942 werd de straf bepaald op 8 maanden, eindigende 8 September 1942. Op 27 Maart 1942 diende Scheltus een verzoek in bij den Gemeente-Secretaris, om alsnog te worden gehoord, hetgeen door den Burgemeester werd geweigerd, aangezien destijds reeds een voldoend grondig en uitvoerig onderzoek was ingesteld. Op 25 Juni j.l. wendde Scheltus zich wederom tot den Burgemeester, om kwijtschelding van de nog resteerende straf onder andere met de bewering, dat ik hem dit zou hebben geadviseerd. Bij een bezoek te mijnen kantore, heb ik echter in tegendeel geweigerd, vermindering van straf voor te stellen, Naar aanleiding van Uw kantteekening op laatstgenoemd schrijven van Scheltus, waarom zijn winkel geopend blijft, als hij toch geen groente van de Centrale Markt kan betrekken, deel ik U het navolgende mede.

Van Gemeentewege kan Scheltus niet gestraft worden met sluiting van zijn zaak. Behoudens, dat de meeste groentehandelaren nog andere artikelen verkoopen, die zij niet van de Centrale Markt betrekken, is de mogelijkheid niet uitgesloten, dat zij door bevriende relaties op de Centrale Markt koopen en aldus hun zaak bevoorraden. Veel zal dit - uit de aard der zaak - in deze tijden, niet geweest zijn, hetgeen ook blijkt uit zijn mededeeling, dat de straf hem al zeer veel schade heeft berokkend. Juist is, dat een aantal vrouwen mij een schrijven ten gunste van Scheltus hebben doen toekomen, doch gezien den blijkbaar geringen omzet, die Scheltus thans heeft, kunnen de moeilijkheden der huisvrouwen niet hoog worden aangeslagen. Ik geef U derhalve beleefd in overweging Scheltus de resteerende straf niet kwijt te schelden.

De Directeur: * Juridische Context: Het document beschrijft een administratieve tuchtmaatregel. C. Scheltus, een groenteman, is gestraft voor 'heling van een partij kool'. In de context van de distributie en schaarste tijdens de bezetting werd dit hoog opgenomen.
* Strafmaat: De straf bestond uit een ontzegging van de toegang tot de Centrale Markt voor een periode van 8 maanden. Dit was een zware sanctie voor een handelaar, aangezien dit de primaire bron van voorraad was.
* Bureaucratische Gang van Zaken: Er is sprake van een gelaagde besluitvorming tussen de Directeur van de Markt, de Wethouder voor de Levensmiddelen en de Burgemeester. Scheltus probeert via verzoekschriften en mogelijk onjuiste beweringen ("dat de directeur hem geadviseerd zou hebben") onder de straf uit te komen.
* Omzeiling van de straf: De brief merkt op dat handelaren ondanks een verbod toch aan waar komen via "bevriende relaties" (de zwarte markt of informele handel), maar dat de effectiviteit van de straf blijkt uit de klachten van de handelaar over financiële schade. Dit document stamt uit juli 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening was in deze periode strikt gereguleerd via het distributiestelsel. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" in Amsterdam was in deze periode een cruciale functie binnen het gemeentelijk apparaat, belast met het toezicht op de eerlijke verdeling van schaarse goederen.

De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam) was het kloppend hart van de voedseldistributie in de stad. Heling van producten zoals kool ondermijnde de officiële rantsoenering. Opvallend is de vermelding van de "huisvrouwen" die een petitie voor Scheltus tekenden; dit toont aan hoe de lokale buurt afhankelijk was van kleine winkeliers, ook als die zich buiten de regels begaven. De weigering om gratie te verlenen toont de onverbiddelijke houding van het bestuur aan om de controle op de voedselketen in oorlogstijd strak te houden.

Samenvatting

  • Juridische Context: Het document beschrijft een administratieve tuchtmaatregel. C. Scheltus, een groenteman, is gestraft voor 'heling van een partij kool'. In de context van de distributie en schaarste tijdens de bezetting werd dit hoog opgenomen.
  • Strafmaat: De straf bestond uit een ontzegging van de toegang tot de Centrale Markt voor een periode van 8 maanden. Dit was een zware sanctie voor een handelaar, aangezien dit de primaire bron van voorraad was.
  • Bureaucratische Gang van Zaken: Er is sprake van een gelaagde besluitvorming tussen de Directeur van de Markt, de Wethouder voor de Levensmiddelen en de Burgemeester. Scheltus probeert via verzoekschriften en mogelijk onjuiste beweringen ("dat de directeur hem geadviseerd zou hebben") onder de straf uit te komen.
  • Omzeiling van de straf: De brief merkt op dat handelaren ondanks een verbod toch aan waar komen via "bevriende relaties" (de zwarte markt of informele handel), maar dat de effectiviteit van de straf blijkt uit de klachten van de handelaar over financiële schade.

Historische Context

Dit document stamt uit juli 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening was in deze periode strikt gereguleerd via het distributiestelsel. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" in Amsterdam was in deze periode een cruciale functie binnen het gemeentelijk apparaat, belast met het toezicht op de eerlijke verdeling van schaarse goederen.

De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam) was het kloppend hart van de voedseldistributie in de stad. Heling van producten zoals kool ondermijnde de officiële rantsoenering. Opvallend is de vermelding van de "huisvrouwen" die een petitie voor Scheltus tekenden; dit toont aan hoe de lokale buurt afhankelijk was van kleine winkeliers, ook als die zich buiten de regels begaven. De weigering om gratie te verlenen toont de onverbiddelijke houding van het bestuur aan om de controle op de voedselketen in oorlogstijd strak te houden.

Gerelateerde Documenten 1