Dienstbrief / Officiële kennisgeving.
Origineel
Dienstbrief / Officiële kennisgeving. 16 juli 1942. De waarnemend (wnd.) Directeur van de Centrale Markt, Amsterdam. De heer J.F. Sas, Ten Katestraat 12 I, Amsterdam-West. [Linksboven, handgeschreven in blauw potlood:] Verzonden 16/7
[Rechtsboven, handgeschreven in blauwe inkt:] [Onleesbaar, mogelijk een paraaf of naam]
[Rechtsboven, getypt:] HB.
[Midden boven, getypt:]
den Heer J.F.Sas,
Ten Katestraat 12 I,
Amsterdam-West.
[Rechts, getypt:] Wijk 12.
[Links, handgeschreven in rood potlood:] 77/10/3
[Links, getypt:] 37/62/B m. [Rechts, getypt:] 16 Juli 1942.
Mij is gerapporteerd, dat U zich op 15 Juni j.l. op de Centrale Markt hebt schuldig gemaakt aan diefstal.
In verband met dit feit, heb ik U, ingevolge het bepaalde in artikel 35 lid 1 van het Reglement op de Centrale Markt, gestraft met ontneming van het recht van toegang tot die markt voor den tijd van veertien dagen, namelijk van 17 tot en met 30 Juli a.s., terwijl ik aan den Burgemeester de vraag ter beoordeeling heb voorgelegd of U voor langeren termijn behoort te worden uitgesloten.
De Directeur,
wnd. Deze brief dient als een officiële disciplinaire maatregel tegen de heer J.F. Sas. De aanleiding is een gerapporteerde diefstal op de Centrale Markt in Amsterdam, gepleegd op 15 juni 1942. De waarnemend directeur van de markt legt een directe sanctie op: een verbod op toegang tot de markt voor de duur van twee weken (van 17 tot en met 30 juli 1942).
Opvallend is de juridische onderbouwing via het "Reglement op de Centrale Markt". Tevens wordt er gedreigd met een zwaardere straf: de zaak is voorgelegd aan de burgemeester om te beslissen of een langdurige uitsluiting gerechtvaardigd is. De administratieve aantekeningen ("Verzonden 16/7", dossiernummers in rood en zwart) wijzen op een strakke bureaucratische afhandeling binnen de gemeentelijke diensten. Het document dateert uit juli 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was cruciaal voor de voedselvoorziening van de stad. Tijdens de oorlogsjaren, waarin schaarste en rantsoenering de overhand hadden, werd diefstal of fraude met goederen op de markt uiterst streng bestraft.
De burgemeester van Amsterdam was in deze periode Edward Voûte, een collaborerend bestuurder die door de Duitse bezetter was aangesteld. Discipline op de markt was niet alleen een economische noodzaak maar ook een instrument voor de bezettingsmacht om controle te houden op de schaarse middelen. Voor een betrokkene zoals de heer Sas betekende een ontzegging van de toegang tot de markt waarschijnlijk een direct verlies van inkomen of toegang tot essentiële handelsgoederen. J.F. Sas