Archief 745
Inventaris 745-278
Pagina 247
Dossier 21
Jaar 1939
Stadsarchief

Dienstbrief / Rapportage

27 oktober 1939 Van: Onbekend (vermoedelijk een marktmeester of toezichthouder) Aan: De Heer Inspecteur van het Marktwezen, Amsterdam ("Alhier")

Origineel

Dienstbrief / Rapportage 27 oktober 1939 Onbekend (vermoedelijk een marktmeester of toezichthouder) De Heer Inspecteur van het Marktwezen, Amsterdam ("Alhier") Aan den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier.

In verband met bijgaand verzoek van Mw. A. Brock-
man-Blitz, pl. no A6, bericht ik U het volgende:
Oorspronkelijk was de bedoeling van verzoekster
om zich te doen assisteren door A. David.
Bij nadere informatie bleek echter, dat David als
compagnon op marktdagen mede de plaats wenschte
te bezetten, welk verzoek bij voorbaat als afgewezen
kan worden beschouwd.
Thans wenscht Mw. Brockman als hulp haar
schoonvader P. Brockman, geb. 1-2-82, omdat haar
man gemobiliseerd is.
Tegen inwilliging van het verzoek betreffende
genoemden Brockman bestaat mij geen bezwaar.

Amst. 27 Oct '39
[onleesbare handtekening] Deze brief is een ambtelijk advies over een verzoek van een marktkoopvrouw, mevrouw A. Brockman-Blitz. Zij had een standplaats (nummer A6) op een Amsterdamse markt. Oorspronkelijk wilde zij zich laten bijstaan door een zekere A. David. Dit werd echter geweigerd omdat David de status van 'compagnon' (medegerechtige) wenste in plaats van enkel de rol van hulpkracht, wat waarschijnlijk tegen de marktreglementen van die tijd indruisde.

De situatie veranderde doordat de echtgenoot van mevrouw Brockman-Blitz werd opgeroepen voor de mobilisatie. Hierdoor ontstond een dringende behoefte aan ondersteuning bij de kraam. Het nieuwe verzoek om haar schoonvader, P. Brockman (toen 57 jaar oud), als hulp te laten optreden, krijgt in dit schrijven een positief advies van de betrokken ambtenaar. De datum van de brief, 27 oktober 1939, plaatst dit document in de vroege periode van de Tweede Wereldoorlog, nog vóór de Duitse inval in Nederland. De Nederlandse krijgsmacht was sinds augustus 1939 volledig gemobiliseerd. Dit had grote sociale en economische gevolgen: tienduizenden mannen werden uit hun dagelijks leven getrokken om de grenzen en strategische punten te bewaken.

Voor kleine zelfstandigen, zoals marktkooplieden, betekende dit dat de bedrijfsvoering vaak volledig op de schouders van de achtergebleven vrouwen kwam te rusten. Het Marktwezen hanteerde strikte regels voor wie er op een standplaats mocht staan; men mocht een plaats niet zomaar onderverhuren of delen met derden (vandaar de eerdere afwijzing van de heer David). In tijden van mobilisatie werden deze regels vaak versoepeld voor directe familieleden om het voortbestaan van de nering te garanderen. De namen Brockman en Blitz zijn veelvoorkomend in de Joods-Amsterdamse gemeenschap van die tijd, wat suggereert dat dit document betrekking kan hebben op een van de grote Amsterdamse markten zoals het Waterlooplein of de Albert Cuypmarkt.

Samenvatting

Deze brief is een ambtelijk advies over een verzoek van een marktkoopvrouw, mevrouw A. Brockman-Blitz. Zij had een standplaats (nummer A6) op een Amsterdamse markt. Oorspronkelijk wilde zij zich laten bijstaan door een zekere A. David. Dit werd echter geweigerd omdat David de status van 'compagnon' (medegerechtige) wenste in plaats van enkel de rol van hulpkracht, wat waarschijnlijk tegen de marktreglementen van die tijd indruisde.

De situatie veranderde doordat de echtgenoot van mevrouw Brockman-Blitz werd opgeroepen voor de mobilisatie. Hierdoor ontstond een dringende behoefte aan ondersteuning bij de kraam. Het nieuwe verzoek om haar schoonvader, P. Brockman (toen 57 jaar oud), als hulp te laten optreden, krijgt in dit schrijven een positief advies van de betrokken ambtenaar.

Historische Context

De datum van de brief, 27 oktober 1939, plaatst dit document in de vroege periode van de Tweede Wereldoorlog, nog vóór de Duitse inval in Nederland. De Nederlandse krijgsmacht was sinds augustus 1939 volledig gemobiliseerd. Dit had grote sociale en economische gevolgen: tienduizenden mannen werden uit hun dagelijks leven getrokken om de grenzen en strategische punten te bewaken.

Voor kleine zelfstandigen, zoals marktkooplieden, betekende dit dat de bedrijfsvoering vaak volledig op de schouders van de achtergebleven vrouwen kwam te rusten. Het Marktwezen hanteerde strikte regels voor wie er op een standplaats mocht staan; men mocht een plaats niet zomaar onderverhuren of delen met derden (vandaar de eerdere afwijzing van de heer David). In tijden van mobilisatie werden deze regels vaak versoepeld voor directe familieleden om het voortbestaan van de nering te garanderen. De namen Brockman en Blitz zijn veelvoorkomend in de Joods-Amsterdamse gemeenschap van die tijd, wat suggereert dat dit document betrekking kan hebben op een van de grote Amsterdamse markten zoals het Waterlooplein of de Albert Cuypmarkt.

Gerelateerde Documenten 3