Archiefdocument
Origineel
6 augustus 1942. A f s c h r i f t .
R A P P O R T .
In aansluiting op mijn rapport van 5 Augustus 1942 inzake het geval Spiering, kan ik U thans melden, hetgeen den rechercheur Oranje van de Inspectie voor de Prijzen, bij onderzoek is gebleken.
G. Scheepers, kooper, wonende Amsterdamsche weg 468 te Amstelveen, heeft op 1 Augustus 1942 van Spiering Jr, 9 zakken spercieboonen gekocht voor ƒ 5,75 per zak. (Maximumprijs per zak was ƒ 2,70 per zak).
R. van der Poel, kooper, wonende Rijnstraat 67 heeft op 1 Augustus van Spiering Jr. gekocht 5 zakken spercieboonen voor ƒ 5,- per zak.
G. van der Meulen, kooper, wonende Maasstraat 115, heeft op 1 Augustus van Spiering Jr. gekocht 5 zakken boonen voor ƒ 2,70 per stuk, doch aan Spiering een goede fooi gegeven. Hoeveel fooi wilde hij evenwel niet vertellen.
Uit het vorenstaande blijkt dus, dat Spiering Jr. zich wel degelijk aan prijsoverschrijding heeft schuldig gemaakt. Door rechercheur Oranje werd mij nog medegedeeld, dat tegen deze koopers geen proces-verbaal zal worden opgemaakt, doch dat zij als getuigen zullen worden aangemerkt. Men doet zulks, omdat de menschen anders geen verklaring willen geven en dit een eventueel onderzoek niet ten goede komt.
Met betrekking tot Rozendaal wordt het onderzoek voortgezet.
Ten slotte vermeld ik, rapporteur, nog, dat door de familie Spiering, te weten, grossier F.J. Spiering, Sr, grossier H. Spiering en grossier-personeel F.J. Spiering Jr. producten worden betrokken van de veiling te Geldermalsen--Tiel--Zetten--Vlijmen--Drunen--Breda--en den Bosch.
Amsterdam, 6 Augustus 1942
De Contrôleur,
w.g. B. Felthuis.
Den Heer Bedrijfschef
van het Marktwezen.
w.g. J. Broerse.
Voor eensluidend afschrift:
De Directeur van het Marktwezen,
wnd. Dit document is een officieel afschrift van een rapport over een onderzoek naar de zwarte handel in groenten tijdens de Duitse bezetting. De kern van de zaak is de overtreding van de prijsvoorschriften door een zekere Spiering Jr.
De tekst illustreert drie verschillende manieren waarop prijsbeheersing werd ontdoken:
1. Directe overschrijding: Het vragen van ƒ 5,75 terwijl de maximumprijs ƒ 2,70 was (meer dan het dubbele).
2. Verkapte overschrijding: Het vragen van een 'fooi' bovenop de officiële maximumprijs om de transactie op papier legaal te laten lijken.
3. Getuigenbescherming: De tactiek van de opsporingsdiensten om kopers niet te vervolgen als zij als getuigen optreden tegen de handelaar. Dit was noodzakelijk omdat de zwarte markt gebaseerd was op wederzijds belang en zwijgzaamheid.
Tevens wordt de logistieke keten van de familie Spiering in kaart gebracht, die haar waren betrok van diverse veilingen in de Betuwe en Noord-Brabant. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er in Nederland sprake van een geleide economie. Om schaarste en inflatie te bestrijden, stelde de overheid (onder toezicht van de bezetter) maximumprijzen vast voor vrijwel alle levensmiddelen. De Inspectie voor de Prijzen hield hier streng toezicht op.
Handelaren die boven de vastgestelde prijzen verkochten, maakten zich schuldig aan "prijsopdrijving" of "woeker". Dit dreef de goederen naar de zwarte markt, waardoor ze onbereikbaar werden voor mensen met een klein budget. De zaak Spiering Jr. is een typisch voorbeeld van de dagelijkse strijd tussen economische handhaving en de hardnekkige illegale handel die ontstond door de schaarste in 1942. Het document biedt inzicht in het fijnmazige netwerk van Amsterdamse handelaren en hun leveranciers in de provincie. Rechercheur Oranje G. Scheepers R. van der Poel G. van der Meulen Spiering Jr. B. Felthuis (Contrôleur) J. Broerse (Bedrijfschef Marktwezen).