Intern ambtelijk memo / bijblad (Model No. 14).
Origineel
Intern ambtelijk memo / bijblad (Model No. 14). 17 september 1942 (ondertekening); stempel vermeldt doorzending op 28 augustus 1942. [Stempel linksboven:]
B I J B L A D V A N :
M. No. 77/53/3 1942
DOORGEZONDEN: 28/8
[Handgeschreven rechtsboven:]
Ter Lubuijk 7-9-42
[Paraaf]
The Prouse
[Handgeschreven in de marge rechts:]
ev fs 8/9-42
[Hoofdtekst:]
Dir.
Moeten we nu afwachten
dat er vonnis Prijsrechter afkomt
en op grond daarvan uitsluiten of
nu reeds voorstel aan W.h.M.?
(Standpunt Van Ments is: onafhankelijk
v. Tuchtbeschikking strafmaatregelen nemen).
Echter hier groothandelaar, dus
punten voor A’dam.
[Handgeschreven rechtsonder:]
[Paraaf: THD?] 17/9 42
[Drukwerk linksonder:]
Alg. Zaken-Model No. 14
14333-1000-7-'41-1727 * Onderwerp: Het document betreft een interne beleidsvraag over de afhandeling van een economisch delict (vermoedelijk prijsopdrijving of zwarte handel). De kernvraag is of men moet wachten op de uitspraak van de "Prijsrechter" alvorens administratieve maatregelen (uitsluiting) te nemen, of dat er direct een voorstel naar de W.h.M. (Wirtschaftshauptabteilung) gestuurd moet worden.
* Terminologie:
* Prijsrechter: Een speciale rechterlijke instantie die tijdens de bezetting toezag op de handhaving van prijsvoorschriften.
* W.h.M.: De Wirtschaftshauptabteilung, de hoofdafdeling economische zaken binnen het Duitse bezettingsbestuur (Reichskommissariat).
* Van Ments: Verwijst vermoedelijk naar Henri van Ments, een ambtenaar verbonden aan het Departement van Handel, Nijverheid en Scheepvaart, die pleitte voor een hardere lijn onafhankelijk van tuchtrechtelijke uitspraken.
* Besluitvorming: De schrijver merkt op dat het hier een "groothandelaar" betreft, wat impliceert dat de bevoegdheid of de uitvoering bij de afdeling in Amsterdam ("A’dam") ligt. Dit document stamt uit september 1942, de periode van de Duitse bezetting van Nederland. De economie was in deze tijd strikt gereguleerd door middel van distributie- en prijswetten. Om de zwarte handel en prijsopdrijving tegen te gaan, werden zowel strafrechtelijke als administratieve maatregelen (zoals uitsluiting van handel) ingezet. Dit memo illustreert de bureaucratische afstemming tussen verschillende Nederlandse instanties en de relatie tot de Duitse toezichthouders (W.h.M.) bij de handhaving van deze oorlogseconomie.