Archief 745
Inventaris 745-278
Pagina 252
Dossier 24
Jaar 1939
Stadsarchief

Ambtsbrief (doorslag/archiefkopie van een officiële kennisgeving).

31 October 1939. Van: De Directeur (waarschijnlijk van de Gemeentelijke Markthandel of een vergelijkbare instantie in Amsterdam). Aan: Den Heer J.M.J.A. Helleganger, Lindengracht 203 I, Amsterdam-Centrum (Wijk 9).

Origineel

Ambtsbrief (doorslag/archiefkopie van een officiële kennisgeving). 31 October 1939. De Directeur (waarschijnlijk van de Gemeentelijke Markthandel of een vergelijkbare instantie in Amsterdam). Den Heer J.M.J.A. Helleganger, Lindengracht 203 I, Amsterdam-Centrum (Wijk 9). [Links boven:]
HG.

25/208/2 M.

[Midden boven, handgeschreven:]
Verzonden 1/11-'39

[Rechts boven, handgeschreven:]
2 ex. Mr. de Haan.

[Rechts boven:]
31 October 1939.

[Adressering:]
den Heer J.M.J.A. Helleganger,
Lindengracht 203 I,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 9.

[Inhoud:]
Mij is gerapporteerd, dat U zich op 26 October jl.
op Uw plaats op de markt Albert Cuypstraat heeft laten
assisteeren, terwijl U daarvoor dezerzijds geen toestemming
is verleend. Onder verwijzing naar mijn brief d.d. 24 Augus-
tus jl. (No.25/145/8 M.) bericht ik U, dat ik U, in verband
met dit feit, overeenkomstig het bepaalde in artikel 39 lid
1 van het Reglement op de Markten, voorwaardelijk heb ge-
straft met ontneming van het recht om op de markten hier ter
stede een plaats in te nemen en wel voor den tijd van een
dag. Deze straf zal ten uitvoer worden gelegd, indien U zich
binnen één jaar na dato dezes andermaal aan een laakbare
handeling op een der markten hier ter stede schuldig maakt,
onverminderd de straf, die alsdan op het nieuwe feit zal
worden gesteld.

[Ondertekening:]
De Directeur, Dit document is een officiële berisping en kennisgeving van een voorwaardelijke sanctie. De ontvanger, de heer Helleganger, heeft op 26 oktober 1939 op de Albert Cuypmarkt hulp gehad bij zijn marktkraam ("zich heeft laten assisteeren") zonder dat hij daarvoor de vereiste toestemming had van de marktautoriteiten.

Opmerkelijk is dat er wordt verwezen naar een eerdere brief van augustus 1939, wat impliceert dat de heer Helleganger mogelijk al eerder was gewaarschuwd of dat er toen specifieke afspraken zijn gemaakt. De straf is gebaseerd op Artikel 39, lid 1 van het toenmalige 'Reglement op de Markten'. De strafmaat is een ontzegging van het marktrecht voor de duur van één dag, maar deze is voorwaardelijk gesteld met een proeftijd van één jaar. De toon is streng-formeel, kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie van die tijd. De brief dateert van eind oktober 1939, kort na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog (waarin Nederland op dat moment nog neutraal was en zich in de mobilisatieperiode bevond). De markthandel in Amsterdam, en met name op de Albert Cuypmarkt, was strikt gereguleerd door de gemeente.

Regels omtrent "assistentie" waren streng om te voorkomen dat marktkooplieden hun plaatsen onofficieel onderverhuurden of dat er onvergunde handelaren actief waren. In een tijd van economische onzekerheid en schaarste was de controle op de naleving van het marktreglement essentieel voor de openbare orde en eerlijke handel. De Lindengracht, waar de ontvanger woonde, ligt in de Jordaan, een wijk die van oudsher nauw verbonden was met de Amsterdamse markthandel.

Samenvatting

Dit document is een officiële berisping en kennisgeving van een voorwaardelijke sanctie. De ontvanger, de heer Helleganger, heeft op 26 oktober 1939 op de Albert Cuypmarkt hulp gehad bij zijn marktkraam ("zich heeft laten assisteeren") zonder dat hij daarvoor de vereiste toestemming had van de marktautoriteiten.

Opmerkelijk is dat er wordt verwezen naar een eerdere brief van augustus 1939, wat impliceert dat de heer Helleganger mogelijk al eerder was gewaarschuwd of dat er toen specifieke afspraken zijn gemaakt. De straf is gebaseerd op Artikel 39, lid 1 van het toenmalige 'Reglement op de Markten'. De strafmaat is een ontzegging van het marktrecht voor de duur van één dag, maar deze is voorwaardelijk gesteld met een proeftijd van één jaar. De toon is streng-formeel, kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie van die tijd.

Historische Context

De brief dateert van eind oktober 1939, kort na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog (waarin Nederland op dat moment nog neutraal was en zich in de mobilisatieperiode bevond). De markthandel in Amsterdam, en met name op de Albert Cuypmarkt, was strikt gereguleerd door de gemeente.

Regels omtrent "assistentie" waren streng om te voorkomen dat marktkooplieden hun plaatsen onofficieel onderverhuurden of dat er onvergunde handelaren actief waren. In een tijd van economische onzekerheid en schaarste was de controle op de naleving van het marktreglement essentieel voor de openbare orde en eerlijke handel. De Lindengracht, waar de ontvanger woonde, ligt in de Jordaan, een wijk die van oudsher nauw verbonden was met de Amsterdamse markthandel.

Gerelateerde Documenten 3