Brief (verzoekschrift)
Origineel
Brief (verzoekschrift) 2 november 1939 (gebaseerd op stempel "M. 1939 2/11") Mevr. A. Reijne van Renswoude Onbekend, geadresseerd als "Wel Edele Heer" (vermoedelijk de marktmeester of een gemeentelijke instantie) [Linksboven in stempel en handschrift:]
Nº 25/211/1 M. 1939 2/11
[Rechtsboven in handschrift:]
n. i. Lsp.
Wel Edele Heer
Daar mijn man onder dienst is en ik nu
verplicht ben om op de mark Albert Cuypstraat
Nº 163 te staan vraag ik beleefd of ik een assistent
bij me mag hebben. Daar ik zelf niet sterk genoeg ben
om de heele dag te staan In afwachting verblijf ik
Hoogachtend
A. Reijne van Renswoude
3de Oosterparkstraat 55
[Rechtsonder in potlood:]
25 In deze korte brief verzoekt mevrouw A. Reijne van Renswoude om toestemming voor een assistent op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam. De reden voor dit verzoek is tweeledig: haar man is in militaire dienst, waardoor zij de marktkraam (nummer 163) nu alleen moet bemannen, en zij geeft aan fysiek niet sterk genoeg te zijn om de hele dag alleen te staan.
De schrijfstijl is sober en direct, maar wel met de formele beleefdheidsvormen van die tijd ("Wel Edele Heer", "Hoogachtend"). Opvallend is de spelfout "mark" in plaats van "markt". De brief is gedateerd op november 1939. Dit is kort na de algemene mobilisatie van het Nederlandse leger (augustus 1939) vanwege de dreiging van de Tweede Wereldoorlog. Veel mannen werden opgeroepen voor de krijgsmacht ("onder dienst"), waardoor vrouwen vaak noodgedwongen de taken van hun echtgenoten moesten overnemen in familiebedrijven of op de markt.
De Albert Cuypmarkt was toen al een van de belangrijkste markten van Amsterdam. Het document geeft een inkijkje in de dagelijkse, persoonlijke gevolgen van de mobilisatie voor kleine ondernemers en de bureaucratische weg die zij moesten bewandelen om hulp te krijgen bij hun zware arbeid. A. Reijne