Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 1 november 1939. S. Pinto, Govert Flinckstraat 361 I, Amsterdam. $N^o 25/212/ M. 1939 \frac{2}{II}$ "The context \textbf{Context} status the \textbf; \textbf{DOCUMENT INFO}, \textbf{TRANSCRIPTIE}, \textbf{ANALISE}, \textbf{ANALISE} and \textbf{CONTEXT} headings are used as requested. In deze brief verzoekt de heer S. Pinto formeel om uitstel voor het gebruik van zijn marktplaats op de Albert Cuypstraat (standplaats nr. 425). Hij heeft een officiële waarschuwing (aanschrijving) ontvangen omdat hij zijn plaats niet inneemt. Als reden voert hij medische noodzaak aan; hij staat onder behandeling van de keel-neus-oorarts dr. R.U. Fernandes en mag op medisch advies momenteel niet werken. Pinto benadrukt dat hij de Inspecteur van het Marktwezen al op de hoogte heeft gebracht. De brief getuigt van de strikte regelgeving rondom standplaatsen op de Amsterdamse markten in die tijd: wie zijn plaats niet bezette, liep het risico deze te verliezen, tenzij er een geldige reden zoals ziekte kon worden overlegd. De brief is geschreven op 1 november 1939, twee maanden na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Europa, maar terwijl Nederland nog neutraal was. De afzender, S. Pinto, woonde in de Pijp, een wijk met een grote Joodse populatie en veel marktkooplieden. De naam Pinto en de behandelend arts dr. Rephael Uziel Fernandes (een bekende Sefardisch-Joodse arts in Amsterdam) duiden op een Joodse achtergrond van de betrokkene. Slechts een jaar later, na de Duitse inval, zouden Joodse marktkooplieden te maken krijgen met steeds strengere beperkingen en uiteindelijk uitsluiting van de openbare markten zoals de Albert Cuyp. Dit document vormt daarmee een tijdsbeeld van het dagelijks leven en de bureaucratie vlak voor de bezettingsjaren.