Ambtelijk advies / brief.
Origineel
Ambtelijk advies / brief. 13 november 1939. Onbekend ambtelijk functionaris (handtekening mogelijk G. Vrouwenvelder). Advies op N° 25/pr/1 M 39.
den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier.
In verband met bijgaand verzoek van S. Pinto
voorkeurkaarthouder N° 425 A.P., diene het volgende.
Volgens telefonische mededeeling van den keel-
specialist Dr. Fernandez, is Pinto momenteel niet in
staat zijn bedrijf als marktkoopman uit te oefenen,
omreden hij een keelaandoening heeft en zoo
min mogelijk spreken mag.
Waar het usance is voorkeurkaarthouders
te behandelen als vaste plaatshouders, voor-
zoover betreft het plaatsbezetten (Art. 11 Regl.)
kan Pinto m.i. drie maanden uitstel van
plaatsbezetten worden verleend.
Amst. 13 Nov. 39
[Handtekening] Het document is een formeel ambtelijk advies betreffende een marktkoopman genaamd S. Pinto. De kern van het schrijven is een verzoek om uitstel van de plicht tot "plaatsbezetten".
Belangrijke punten in de tekst:
* Medische grond: De marktkoopman lijdt aan een keelaandoening waardoor hij niet mag spreken. Dit wordt bevestigd door een specialist, Dr. Fernandez. Gezien het beroep van marktkoopman (waarbij roepen en praten essentieel zijn) is hij arbeidsongeschikt.
* Regelgeving: Er wordt verwezen naar "Art. 11 Regl." (Artikel 11 van het Reglement). In het Amsterdamse marktwezen was het bezetten van een aangewezen plek verplicht om de rechten op die plek te behouden.
* Status: Pinto is een "voorkeurkaarthouder". Dit was een specifieke rangorde binnen het marktsysteem die bepaalde rechten gaf op vaste standplaatsen.
* Besluit: De adviseur stelt voor om Pinto drie maanden uitstel te verlenen van de verplichting om zijn marktplaats fysiek in te nemen. Dit document stamt uit november 1939. Dit is een cruciale periode: de Tweede Wereldoorlog is reeds uitgebroken in Europa, maar Nederland is op dit moment nog neutraal en niet bezet.
De naam "S. Pinto" is veelvoorkomend binnen de Portugees-Joodse gemeenschap van Amsterdam. Gezien de datum en de aard van het document (marktwezen in Amsterdam), is het zeer waarschijnlijk dat dit een Joodse marktkoopman betreft. In Amsterdam waren Joodse kooplieden een essentieel onderdeel van de dagmarkten (zoals het Waterlooplein of de Albert Cuyp).
Het document illustreert de zorgvuldige, bijna bureaucratische omgang met sociale regelingen en marktvergunningen in het vooroorlogse Amsterdam. Slechts een jaar later, onder de Duitse bezetting, zouden de rechten van Joodse marktkooplieden systematisch worden ingeperkt en uiteindelijk volledig worden afgenomen. Dit document vormt daarmee een getuigenis van de "normale" gang van zaken kort voor de grote breuklijn in de Amsterdamse geschiedenis. G. Vrouwenvelder S. Pinto Marktwezen