Archief 745
Inventaris 745-278
Pagina 282
Dossier 75
Jaar 1939
Stadsarchief

Ambtelijke adviesnota / handgeschreven brief.

Van: Onbekend ambtelijk functionaris (handtekening mogelijk J. Verhoeven of vergelijkbaar).

Origineel

Ambtelijke adviesnota / handgeschreven brief. Onbekend ambtelijk functionaris (handtekening mogelijk J. Verhoeven of vergelijkbaar). [Linksboven:]
Advies op No 25/216/1 M39.

[Rechtsboven:]
Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
alhier.

[Inhoud:]
M.i. bestaat geen bezwaar dat aan het verzoek
van K.A. Goldstein, pl. 95 B AC, betreffende assistentie
door J. Pebel, geb. 24-11-00 wordt tegemoetgekomen.
Voorzoover na te gaan, betreft het hier een
minder bijstandgeval.

[Rechtsonder:]
Amst. 15 Nov. '39
[Handtekening] Het document is een kort, formeel advies gericht aan de Inspecteur van het Marktwezen in Amsterdam. De kern van het bericht is de goedkeuring van een verzoek van een marktkraamhouder, de heer of mevrouw K.A. Goldstein (gevestigd op plaats 95 B AC), om hulp te krijgen van een assistent genaamd J. Pebel (geboren op 24 november 1900).

De schrijver merkt op dat er "geen bezwaar" is en kwalificeert de situatie als een "minder bijstandgeval". Dit duidt waarschijnlijk op een routinekwestie waarbij de assistent wellicht een kleine vergoeding of ondersteuning nodig had, of dat het verzoek voortkwam uit een beperkte behoefte aan hulp. Het handschrift is een typisch midden-20e-eeuws cursief ('lopend') schrift. Dit document stamt uit november 1939, de periode van de mobilisatie in Nederland, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland (mei 1940).

De naam Goldstein is van belang in de context van de Amsterdamse marktgeschiedenis. Amsterdam had een groot aantal Joodse marktkooplieden, met name op markten zoals de Waterloopleinmarkt of de markt in de schaduw van de Portugees-Israëlitische Synagoge. In 1939 konden Joodse ondernemers nog relatief ongehinderd hun beroep uitoefenen, hoewel de dreiging vanuit nazi-Duitsland en de toestroom van vluchtelingen de druk op de stad vergrootte.

De Inspectie van het Marktwezen hield streng toezicht op wie er achter een kraam mocht staan. Voor elke vorm van hulp of vervanging was officiële toestemming nodig. De aantekening "minder bijstandgeval" kan er op wijzen dat de assistent J. Pebel mogelijk geregistreerd stond bij de sociale bijstand, waarbij werkzaamheden op de markt invloed konden hebben op de uitkering of status van de betrokkene. Dit soort documenten is waardevol voor genealogisch onderzoek en de sociaaleconomische geschiedenis van de Amsterdamse markten.

Samenvatting

Het document is een kort, formeel advies gericht aan de Inspecteur van het Marktwezen in Amsterdam. De kern van het bericht is de goedkeuring van een verzoek van een marktkraamhouder, de heer of mevrouw K.A. Goldstein (gevestigd op plaats 95 B AC), om hulp te krijgen van een assistent genaamd J. Pebel (geboren op 24 november 1900).

De schrijver merkt op dat er "geen bezwaar" is en kwalificeert de situatie als een "minder bijstandgeval". Dit duidt waarschijnlijk op een routinekwestie waarbij de assistent wellicht een kleine vergoeding of ondersteuning nodig had, of dat het verzoek voortkwam uit een beperkte behoefte aan hulp. Het handschrift is een typisch midden-20e-eeuws cursief ('lopend') schrift.

Historische Context

Dit document stamt uit november 1939, de periode van de mobilisatie in Nederland, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland (mei 1940).

De naam Goldstein is van belang in de context van de Amsterdamse marktgeschiedenis. Amsterdam had een groot aantal Joodse marktkooplieden, met name op markten zoals de Waterloopleinmarkt of de markt in de schaduw van de Portugees-Israëlitische Synagoge. In 1939 konden Joodse ondernemers nog relatief ongehinderd hun beroep uitoefenen, hoewel de dreiging vanuit nazi-Duitsland en de toestroom van vluchtelingen de druk op de stad vergrootte.

De Inspectie van het Marktwezen hield streng toezicht op wie er achter een kraam mocht staan. Voor elke vorm van hulp of vervanging was officiële toestemming nodig. De aantekening "minder bijstandgeval" kan er op wijzen dat de assistent J. Pebel mogelijk geregistreerd stond bij de sociale bijstand, waarbij werkzaamheden op de markt invloed konden hebben op de uitkering of status van de betrokkene. Dit soort documenten is waardevol voor genealogisch onderzoek en de sociaaleconomische geschiedenis van de Amsterdamse markten.

Locaties

Amsterdam ("Amst.").

Gerelateerde Documenten 3