Brief (handgeschreven).
Origineel
Brief (handgeschreven). 23 november 1939. B. Verheij, Poggenbeekstraat 10 II, Amsterdam (Zuid). No 25/225/3 M. 1939 24/11 [onleesbare krabbel]
23.11.1939 Amsterdam.
Mijn heer
Ondergeteekende heeft een schrijven van u
ontvangen volgens Controle dat hij mij geassisteerd
heb omtrent mijn handel.
Nu ik zult u dit even schrijven om wat voor
rede. Mijn zoon is werkloos geworden aan
gaande de Oorlogstoestand en om rede dat
hij nu nog steeds geen werk kunt krijgen en
dus geregeld niets te doen heb verveelt hij ze zoo
erg, dat hij bij zijn Vader bij zijn kar handel
komt, voor verzet en dan help hij mij. Nu per-
soonlijk ziet ik daar geen kwaad van in dat zoo
iets niet mag dus verzoek ik u beleefd dit geval ook
niet zoo scherp op te vatten want zoo dra hij even kans
krijg om werk te krijgen is dat hem veel liever.
dus zoo lang hij nog geen werk heb verzoek ik u
beleefd mij dat toe te staan. U kunt de
Arbeiders beurs gerust op bellen dan zult u hooren
hoelang of hij voor werk staat in geschreven.
Hoogachtend
B. Verheij
Poggenbeekstr: 10 II
Amsterdam. (Zuid)
Als u misschien de naam
wilt weten van Mijn zoon is
A. B. Verheij:
geb. 3 dec. '19
staat ingeschreven
Arbeiders beurs
(Tesselschadestr.) * Taalgebruik: De brief is geschreven in een ietwat onbeholpen Nederlands met diverse grammaticale fouten ("ik zult u", "ziet ik", "geen werk heb") en inconsequente spelling ("rede" in plaats van "reden"). Dit duidt op een schrijver uit de arbeidersklasse met beperkte formele scholing.
* Inhoud: De kern van de brief is een verweer tegen een officiële constatering (waarschijnlijk door een controleur van de steunverlening) dat de zoon van de schrijver hem helpt bij zijn "karhandel". De vader legt uit dat de zoon enkel helpt uit verveling en "voor verzet" (als tijdverdrijf), omdat hij door de oorlogsomstandigheden zijn werk is kwijtgeraakt.
* Argumentatie: Verheij voert aan dat de zoon liever echt werk zou hebben en vraagt om coulance ("dit geval ook niet zoo scherp op te vatten"). Hij verwijst naar de Arbeidersbeurs als bewijs dat zijn zoon officieel als werkzoekende staat ingeschreven. * Historische periode: De brief dateert van november 1939. Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was, had de uitgebroken Tweede Wereldoorlog al grote economische gevolgen. De "Oorlogstoestand" waarover gesproken wordt, verwijst naar de mobilisatie en de economische ontregeling die leidde tot werkloosheid.
* Sociaal-economisch: In deze periode was er een streng toezicht op werklozen die een uitkering of steun ontvingen. Het verrichten van onbetaalde arbeid (zelfs binnen de familie) kon worden gezien als fraude of "bijverdienen", wat directe gevolgen kon hebben voor de steun.
* Instellingen: De genoemde "Arbeidersbeurs" aan de Tesselschadestraat was de voorloper van het huidige arbeidsbureau. De strikte scheiding tussen werkloosheid en actieve hulp in een familiebedrijf was een constant spanningsveld voor de armere bevolkingslagen in Amsterdam.