Archief 745
Inventaris 745-278
Pagina 348
Dossier 24
Jaar 1939
Stadsarchief

Concept-brief (intern ambtelijk advies/ontwerp).

5 januari 1940.

Origineel

Concept-brief (intern ambtelijk advies/ontwerp). 5 januari 1940. Noot: Doorgehaalde tekst is weggelaten voor de leesbaarheid, tenzij essentieel voor de betekenis. Toevoegingen in de kantlijn zijn tussen haakjes ingevoegd op de logische plek in de tekst.

Concept
A’dam, 5 Januari 1940
W.R.M.

Klacht over hinder voor het onderwijs door markt Albert Cuypstraat.

Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 21 November jl. om advies ontvangen stukken no. 884 Afd 1939 heb ik de eer U te berichten, dat de Albert Cuypstraat voor de Albert Cuypschool deel uitmaakt van de in die straat gevestigde algemeene dagmarkt. (Zie de onder de stukken bevindende)

De klacht, die in de missive van Uw ambtgenoot voor het Onderwijs d.d. 10 Nov. jl (No. 39770) is vervat, is gegrond: het staat vast, dat het onderwijs in de bovengenoemde school herhaaldelijk door marktrumoer wordt gestoord. Weliswaar houden de enkele vaste-plaatshouders, die marktplaatsen voor en tegenover de school innemen, zich strikt aan het dezerzijds uitgevaardigde verbod om hun waren luidkeels aan te prijzen, doch in de middaguren komen veelal venters, die dan in hun wijken geen zaken meer kunnen doen, zoogenaamde losse plaatsen op dit deel der markt bezetten, teneinde "zich los te maken".

Op ergerlijke wijze, zonder zich van het desbetreffende verbod iets aan te trekken. Als een dienstdoende marktambtenaar ter plaatse komt, treedt hij op, doch de overlast is dan veelal reeds veroorzaakt. (— omdat alleen dan de schreeuwende venters op de markt komen —)

De oplossing, die door Uw ambtgenoot wordt voorgesteld: opheffing van het bedoelde gedeelte der markt Albert Cuypstraat, kan dezerzijds vooralsnog niet worden aanbevolen. (Aangezien de overlast alleen in de middaguren wordt ondervonden, zou deze opheffing trouwens voor den Zaterdag niet noodig zijn.) Opheffing alleen van het gedeelte der markt voor de school (alleen op Maandag tot en met Vrijdag) zou een onderbreking der markt ten gevolge hebben, waardoor het laatste gedeelte van de school tot de Van Woustraat niet in stand blijven; bovendien ondervindt de school evenzeer last van de schreeuwende kooplui die iets verder op de markt staan.

Opheffing (alleen op Maandag tot en met Vrijdag) van het geheele zoogenaamde derde gedeelte der markt, dus van de Sweelinckstraat tot de Van Woustraat, zou financieel nadeel beteekenen voor de Gemeente maar vooral ook voor de kooplieden, die vaste plaatsen op dit deel der markt bezetten en die zich niet schuldig maken aan het schreeuwen. * Kern van het probleem: De Albert Cuypschool ondervindt ernstige geluidsoverlast van de markt. De overlast wordt echter niet veroorzaakt door de vaste kooplieden (die zich aan de regels houden), maar door 'venters' die in de middaguren tijdelijke plaatsen innemen en schreeuwend hun waren aanprijzen ("zich losmaken").
* Voorgestelde oplossing: De wethouder van Onderwijs stelt voor een deel van de markt op te heffen.
* Bezwaren:
1. Logistiek: Het opheffen van slechts een klein deel (vóór de school) zou de marktstructuur doorbreken.
2. Effectiviteit: Schreeuwende kooplui elders op de markt zouden nog steeds hoorbaar zijn.
3. Economisch: Het volledig opheffen van het 'derde gedeelte' (Sweelinckstraat tot Van Woustraat) schaadt de gemeenteopbrengsten en de eerlijke, vaste kooplieden.
* Stijl: Formeel-ambtelijk, analyserend en wegend. Het document is een werkversie (concept) met veel doorhalingen en correcties. Dit document stamt uit januari 1940, vlak voor de Duitse inval in Nederland. De Albert Cuypmarkt was in die tijd al een centrale economische factor in de wijk De Pijp. Het conflict tussen de publieke functie van het onderwijs en de commerciële dynamiek van de straatmarkt is een klassiek voorbeeld van stedelijke frictie. De Albert Cuypschool (tegenwoordig bekend als een locatie van de Amsterdamse Montessorischool) bevond zich midden in dit rumoer. De term "zich los te maken" verwijst naar het aan het einde van de dag snel verkopen van de resterende voorraad tegen lage prijzen, vaak gepaard gaand met veel geschreeuw om aandacht te trekken.

Samenvatting

  • Kern van het probleem: De Albert Cuypschool ondervindt ernstige geluidsoverlast van de markt. De overlast wordt echter niet veroorzaakt door de vaste kooplieden (die zich aan de regels houden), maar door 'venters' die in de middaguren tijdelijke plaatsen innemen en schreeuwend hun waren aanprijzen ("zich losmaken").
  • Voorgestelde oplossing: De wethouder van Onderwijs stelt voor een deel van de markt op te heffen.
  • Bezwaren:
    1. Logistiek: Het opheffen van slechts een klein deel (vóór de school) zou de marktstructuur doorbreken.
    2. Effectiviteit: Schreeuwende kooplui elders op de markt zouden nog steeds hoorbaar zijn.
    3. Economisch: Het volledig opheffen van het 'derde gedeelte' (Sweelinckstraat tot Van Woustraat) schaadt de gemeenteopbrengsten en de eerlijke, vaste kooplieden.
  • Stijl: Formeel-ambtelijk, analyserend en wegend. Het document is een werkversie (concept) met veel doorhalingen en correcties.

Historische Context

Dit document stamt uit januari 1940, vlak voor de Duitse inval in Nederland. De Albert Cuypmarkt was in die tijd al een centrale economische factor in de wijk De Pijp. Het conflict tussen de publieke functie van het onderwijs en de commerciële dynamiek van de straatmarkt is een klassiek voorbeeld van stedelijke frictie. De Albert Cuypschool (tegenwoordig bekend als een locatie van de Amsterdamse Montessorischool) bevond zich midden in dit rumoer. De term "zich los te maken" verwijst naar het aan het einde van de dag snel verkopen van de resterende voorraad tegen lage prijzen, vaak gepaard gaand met veel geschreeuw om aandacht te trekken.

Locaties

Amsterdam.

Gerelateerde Documenten 3