Ambtelijke brief/notitie (pagina 3 van een dossier).
Origineel
Ambtelijke brief/notitie (pagina 3 van een dossier). 5 januari 1940. 3) de kooplieden, die de bovenbedoelde 6
vaste plaatsen à f 0,60 en 53 vaste plaatsen
à f 1,35 per week bezetten. [ingevoegd: Een belangrijk aantal dezer]
[doorgestreept: vandaar] [ingevoegd: vinden] op de markt hun uitsluitend
middel van bestaan; velen hunner zouden
waarschijnlijk om steun moeten vragen, indien
de bedoelde opheffing wordt doorgevoerd.
[doorgestreept: Deze maatregel] Deze maatregel wordt [ingevoegd: acht ik daarom]
[doorgestreept: al] te streng [doorgestreept: geacht]. Het gaat voor de
school tenslotte slechts om vier middagen per
week, [doorgestreept: en ik meen dat dezerzijds moet worden] [ingevoegd: en ik meen dat dezerzijds moet worden]
getracht om de dan bestaande bezwaren door
meer intensieve contrôle op te heffen. Indien
U zich ermede vereenigt, zal ik op de dagen en
uren, dat verwacht kan worden, dat
overlast voor de school kan [doorgestreept: ontstaan] ontstaan
(dus niet de Woensdags, de Zaterdags of in de
vacanties) een ambtenaar speciaal op dit
deel der markt posteeren. Deze ambtenaar
zal de opdracht krijgen elken koopman, die
schreeuwt, van de markt te verwijderen [ingevoegd: en dit te]
rapporteeren. De bedoelde koopman moet dan
nimmer meer [doorgestreept: voor een] plaats op dit gedeelte
der markt Albert Cuypstraat in aanmerking
komen. Ik vertrouw, dat bij invoering van
deze maatregelen de hinder voor de school
zal zijn opgeheven, weshalve ik gaarne Uw
accoord-bevinding met een en ander tegemoet zie.
5-1-’40 mp. [monogram] In dit document adviseert een ambtenaar (waarschijnlijk van de marktdienst of de gemeente Amsterdam) over een conflict tussen de markt en een nabijgelegen school. De kern van het probleem is de geluidsoverlast van de marktkooplieden.
- Sociaal-economisch aspect: De schrijver pleit tegen de volledige opheffing van 59 standplaatsen. Hij wijst erop dat deze kooplieden (die 0,60 of 1,35 gulden per week betalen) voor hun inkomen volledig afhankelijk zijn van de markt. Opheffing zou hen dwingen "steun" (sociale uitkering) aan te vragen, wat de gemeente geld kost.
- De voorgestelde oplossing: In plaats van verbanning kiest de schrijver voor handhaving. Hij stelt voor om op de vier kritieke middagen een specifieke ambtenaar te stationeren die toeziet op het "schreeuwen" (het luidkeels aanprijzen van waren).
- Sanctie: De voorgestelde straf is onverbiddelijk: wie de rust verstoort, wordt direct verwijderd en krijgt een levenslang verbod om nog op dat specifieke deel van de Albert Cuypmarkt te staan. Het document dateert van januari 1940, slechts enkele maanden voor de Duitse inval in Nederland. De economische situatie was nog steeds precair na de crisisjaren, wat de vrees voor een toename van het aantal steuntrekkers verklaart. De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van Amsterdam. Het conflict tussen de levendige handelsgeest van de markt en de behoefte aan rust voor onderwijsinstellingen in de dichtbebouwde Pijp is een terugkerend thema in de Amsterdamse stadsgeschiedenis. De spelling (zoals "contrôle" en "vacanties") is conform de toen geldende schrijfwijze.