Ambtelijk advies / Brief
Origineel
Ambtelijk advies / Brief 19 december 1939 Onbekende ambtenaar bij de Inspectie van het Marktwezen (handtekening mogelijk J. v. Mook) Advies op No 26/12 '39
den WelEdelen Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier.
Naar aanleiding van bijgaand verzoek van
Mw. A. Edelschaap, v.h. 465 AC., dient het volgende:
Bedoeling van verzoekster is zich van het markt-
leven los te maken door te trachten in haar oude
vak (haarwerken) opnieuw haar brood te kunnen
verdienen.
M.i. moet haar zulks mogelijk worden gemaakt,
zonder dat verzoekster haar voorkeursrecht voor
een losse plaats op de AC markt verliest.
Een termijn van uitstel zoals gevraagd wordt,
nl. 2 maanden, dient haar m.i. te worden verleend.
Amst. 19 Dec '39
[Handtekening] In dit document adviseert een medewerker van de Amsterdamse inspectie van het Marktwezen positief over een verzoek van een weduwe, mevrouw A. Edelschaap. Mevrouw Edelschaap heeft een standplaats (nummer 465) op de "AC markt" (zeer waarschijnlijk de Albert Cuypmarkt). Zij wil echter proberen terug te keren naar haar oorspronkelijke beroep: het maken van haarwerken (pruiken en haarstukken).
De kern van het advies is om haar een overbruggingsperiode van twee maanden te gunnen. Het belangrijkste voor de verzoekster is dat zij gedurende deze proefperiode haar "voorkeursrecht" op een standplaats niet verliest. Als haar poging om als haarwerker in haar levensonderhoud te voorzien faalt, kan zij dus met behoud van rechten terugkeren naar de markt. De adviseur vindt dit een redelijk verzoek dat gehonoreerd dient te worden. Het document dateert van december 1939, enkele maanden voor de Duitse inval in Nederland. De locatie is Amsterdam, wat blijkt uit de afkorting "Amst." en de verwijzing naar de "AC markt" (Albert Cuyp).
De naam "Edelschaap" is een veelvoorkomende Joodse achternaam in Amsterdam in die periode. Veel Joodse Amsterdammers waren werkzaam in de ambulante handel op de markten. Dit document geeft een klein inkijkje in de sociaal-economische positie van een weduwe die probeert een zelfstandig bestaan op te bouwen buiten de zware markthandel, en de ambtelijke welwillendheid die haar op dat moment nog werd getoond door de gemeentelijke instanties. Het document illustreert hoe administratieve rechten zoals "voorkeursrecht" cruciaal waren voor de bestaanszekerheid van marktkooplieden.