Administratieve oproepingskaart, waarschijnlijk van een gemeentelijke marktdienst.
Origineel
Administratieve oproepingskaart, waarschijnlijk van een gemeentelijke marktdienst. 20 december 1939 (met afhandeling op 5 januari 1940). [Linksboven, in paarse stempel en handgeschreven:]
№ 25/244/2 M. 1339 19/12
[Linkerzijde, gedrukt met handgeschreven aanvullingen:]
Opgeroepen per
(datum) 20/12 39 ... (uur) ... 9 ......
wegens niet geregeld bezetten plaats
op de markt Alb. Cuypstraat
V.K.K. 481
Aan L. Koperberg
Nw. Prinsengracht 78 =
[Rechterzijde, gedrukt met handgeschreven aanvullingen:]
Aanteekeningen Inspecteur:
Aan oproeping geen
gevolg gegeven.
Intrekken
20-12.-39
[onleesbare paraaf]
Behandeld
5/1 - 1940
[paraaf] * Inhoud: Het betreft een officiële waarschuwing of oproep aan een marktkoopman, L. Koperberg. De reden voor de oproep is dat de toegewezen standplaats op de Albert Cuypmarkt niet regelmatig werd bezet. Markten hadden (en hebben) strikte regels over aanwezigheid om de continuïteit van de markt te waarborgen.
* Verloop: Uit de handgeschreven aantekeningen van de inspecteur blijkt dat de heer Koperberg niet is verschenen op de afspraak van 20 december om 9:00 uur ("Aan oproeping geen gevolg gegeven"). Als consequentie wordt genoteerd dat de plek moet worden ingetrokken ("Intrekken"). De zaak is administratief afgesloten op 5 januari 1940.
* Administratieve codes: De code "V.K.K. 481" en het gestempelde nummer bovenaan duiden op een nauwkeurige archivering binnen het gemeentelijk apparaat. * Tijdsbeeld: Het document dateert van december 1939, de periode van de mobilisatie in Nederland, vlak voor de Duitse inval in mei 1940.
* Locatie en Identiteit: De Albert Cuypmarkt was destijds al een zeer belangrijke markt. De Nieuwe Prinsengracht lag in het hart van de toenmalige Joodse buurt van Amsterdam. De naam Koperberg is een veelvoorkomende Joodse achternaam. Gezien de locatie en de naam is het zeer aannemelijk dat het hier om een Joodse marktkoopman gaat.
* Betekenis: Hoewel dit een reguliere administratieve handeling lijkt wegens het niet nakomen van marktplichten, krijgt het document extra gewicht door de naderende oorlog. Veel Joodse marktkooplieden zouden kort na deze datum hun werkzaamheden verboden zien worden door de bezetter. Het adres Nieuwe Prinsengracht 78 komt ook voor in de archieven van de Jodenvervolging; de bewoners van dit pand zijn tijdens de oorlog weggevoerd.