Handgeschreven ambtelijke notitie/rapportage.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie/rapportage. 15 november 1943 (met een latere aantekening van 29 november 1943). J. Renz. Alb: Cuypstraat
15 Nov: 1943
Den Heer
Inspecteur
De klacht v/a H: Brandt pl: n: 116, aangaande concurrentie is o:i: niet juist. Allereerst heeft Dhr: Brandt die zaak al met de marktbond besproken! Dan hebben Dhr: Bakker Neijwaard en mijn persoontje de zaak bekeken maar van concurrentie v/a H: v: Staveren pl: n: 168 is o:i: geen sprake. Het doet wel eigenaardig aan dat terwijl de vaste plaatshouders v/a Gracht pl: 108, Buller 124, Pekelharing 136 dicht bij Dhr: Brandt staan, daar geen klachten over komen. Aangezien Dhr: v: Staveren pl: n: 168 meestal gebruik maakt van art: 7 v/h reglement op de markten, is zijn plaats meestal op één van de nummers (oneven) vóór het postkantoor.
(getekend) J. Renz
Voor afdoening zie rapport H. Renz 29-11-'43
[Aantekening in rood potlood rechtsonder:]
Insp. beheer
v.d. [onleesbaar] * Kernboodschap: De auteur (J. Renz) rapporteert dat een klacht van marktkoopman H. Brandt over vermeende oneerlijke concurrentie door een andere koopman (H. van Staveren) ongegrond is.
* Argumentatie:
1. Brandt heeft de zaak al bij de marktbond aangekaart zonder resultaat.
2. Drie functionarissen (Bakker, Neijwaard en Renz) hebben de situatie ter plaatse beoordeeld en zien geen sprake van concurrentie.
3. Andere omringende vaste plaatshouders (Gracht, Buller en Pekelharing) hebben geen klachten ingediend.
4. Van Staveren handelt conform het marktreglement (artikel 7) door een onbezette plaats in te nemen voor het postkantoor.
* Stijl: Het taalgebruik is formeel-ambtelijk maar bevat ook subjectieve elementen zoals de term "mijn persoontje" en de verzuchting dat de klacht "eigenaardig" is. * Historische periode: De notitie stamt uit november 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de bezetting niet direct wordt genoemd, weerspiegelt het document de strikte handhaving en bureaucratie waarmee het dagelijks leven, inclusief de markthandel, destijds werd bestierd.
* Locatie: De Albert Cuypmarkt in Amsterdam was (en is) een van de belangrijkste markten van de stad. De vermelding van het "postkantoor" plaatst de handeling specifiek nabij de kruising met de Ferdinand Bolstraat.
* Marktwezen: Het document geeft een inkijkje in de dagelijkse beslommeringen van de marktmeesters en inspecteurs. Er bestond een strikt reglement voor standplaatsen, waarbij "vrije" plekken (zoals die voor het postkantoor) blijkbaar volgens specifieke regels (art. 7) konden worden ingenomen door plaatshouders die geen vaste plek op dat specifieke deel hadden.
* Personen: Namen als Brandt, Van Staveren, Buller en Pekelharing zijn typische Amsterdams-marktgebonden familienamen die vaak generaties lang in de ambulante handel werkzaam waren. Namen als Brandt Van Staveren Buller en Pekelharing zijn typische Amsterdams-marktgebonden familienamen die vaak generaties lang in de ambulante handel werkzaam waren.