Handgeschreven brief met ambtelijke aantekeningen.
Origineel
Handgeschreven brief met ambtelijke aantekeningen. 1 december 1943. F. Brands, wonende aan de v. Tienhovenstraat No. 75, Amsterdam West. [Bovenaan de pagina, gestempeld en geschreven:]
No. 25/69/1 M. 1943
24/12 [in breukvorm]
A’dam 1 Dec 1943
Van den Dienst v. h. Marktwezen [onderstreept met groen krijt] 629
Chef alb. Cuypstr. [onderstreept]
[Links in de kantlijn, omcirkeld:]
28
[Hoofdtekst:]
Wed. Heer,
Ondergetekende deelt U.E.
hierdoor mede, dat hij wegens
gezondheidstoestand van zijn vrouw
voorloopig geen gebruik kan maken
van zijn standplaats No. 116
Hoogachtend,
F. Brands.
v. Tienhovenstr. No 75
A’dam W.
[Ambtelijke aantekeningen onderaan:]
m.i. Insp.
Wordt per 1/1 ’44 wegens
wanbetaling afgevoerd.
Bedanking per 1 Dec. ingekomen
eind Dec. kan niet per 1 Dec.
worden geaccepteerd.
[doorgehaald: naar omzetting] geen gevolg
wegens wanbetaling.
[Paraaf] 20/12 ’43 * Inhoud: De heer F. Brands schrijft een brief aan de beheerder van de Albert Cuypmarkt. Hij geeft aan dat hij zijn standplaats (nummer 116) voorlopig niet kan bezetten vanwege de slechte gezondheid van zijn vrouw. Hij lijkt hiermee zijn verplichtingen formeel te willen opschorten of beëindigen.
* Ambtelijke reactie: De aantekeningen onder de brief onthullen een strengere werkelijkheid. Hoewel Brands zijn brief op 1 december dateert, merkt de ambtenaar op dat de brief pas "eind Dec." is binnengekomen. De gevraagde ingangsdatum van 1 december wordt daarom niet geaccepteerd. Belangrijker is dat de dienst besluit hem niet op eigen verzoek te laten stoppen, maar hem per 1 januari 1944 "af te voeren" (te royeren) vanwege "wanbetaling". Een verzoek tot omzetting (mogelijk van de vergunning) wordt eveneens geweigerd vanwege de openstaande schulden.
* Handschrift en taal: Het handschrift van Brands is een duidelijk, enigszins zwierig cursief. De ambtelijke aantekeningen zijn gehaast en zakelijk. Het taalgebruik is formeel-beleefd ("Wed. Heer" staat voor Weledelgeboren Heer, "U.E." voor Uw Edelheid). Dit document stamt uit december 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er in Amsterdam sprake van grote schaarste en strikte regulering van de handel. Voor marktkooplieden was het overleven; de ambtelijke molen van het Marktwezen bleef echter onverbiddelijk draaien.
De Albert Cuypmarkt was (en is) een vitale plek voor de voedselvoorziening en handel in de stad. Uit dit document blijkt de precaire situatie van kleine handelaren: persoonlijke tragedie (een zieke echtgenote) botst hier met de harde bureaucratische realiteit van betalingsachterstanden en dreigende uitsluiting van de markt. De weigering om de bedanking met terugwerkende kracht te accepteren en de nadruk op "wanbetaling" wijzen op een strikte handhaving van de regels door de gemeente Amsterdam onder toezicht van de bezetter. F. Brands Gemeente Amsterdam Marktwezen