Brief/Administratieve correspondentie (concept of doorslag).
Origineel
Brief/Administratieve correspondentie (concept of doorslag). 16 juni 1943. Onbekend (geparafeerd, mogelijk een ambtenaar van de visvoorziening). [Rechtsboven:]
A'dam, 16/6 1943
[Centraal:]
Den Heer J. Hoogeboom
Naar aanleiding van Uw brief dd. 9 Mei jl deel ik u mede, dat ~~dat plannen in voorbereiding zijn om de vischvoering der stad Amsterdam in betere banen te leiden.~~ [doorgehaald met een groot kruis]
Het verleenen v. voorrang aan collega's-vischkoopers is niet geoorloofd.
[Paraaf/Handtekening:]
SS [?]
[Linksonder in rood:]
26/5/2
[Onderaan, in een ander handschrift:]
Van den inhoud goede nota is genomen. Terzake der plannen voorschrevene [?] is de nieuwe regeling in voorbereiding. Het document is een zakelijke mededeling uit de oorlogsjaren (1943) betreffende de handel in vis. De kern van de brief is de afwijzing van een verzoek: het verlenen van voorrang aan collega-vishandelaren bij de inkoop of distributie is expliciet "niet geoorloofd".
Opvallend is het grote kruis door het middelste tekstblok. Dit suggereert dat de schrijver aanvankelijk een uitgebreidere uitleg wilde geven over de hervorming van de Amsterdamse visvoorziening, maar uiteindelijk besloot (of de opdracht kreeg) om het antwoord kort en formeel te houden: het verzoek is simpelweg niet toegestaan. De aantekening onderaan bevestigt dat er wel degelijk aan een nieuwe regeling gewerkt werd. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) was de voedselvoorziening streng gereguleerd. Vanwege schaarste en de noodzaak om de zwarte markt in te dammen, werden distributieregels voor producten zoals vis strikt gehandhaafd door de instanties. Vishandelaren moesten zich houden aan toewijzingen; het onderling bevoordelen van collega's ("voorrang verlenen") werd gezien als een overtreding van de eerlijke distributie of de geldende marktordening. De brief weerspiegelt de bureaucratische controle op de handel in een tijd van grote tekorten. J. Hoogeboom