Handgeschreven brief met ambtelijke aantekeningen.
Origineel
Handgeschreven brief met ambtelijke aantekeningen. 25 november 1943. J.W. Beijer, woonachtig aan de Ten Katestraat 65 (onderhuis/sous). De Directie (vermoedelijk van de Marktwezen/Gemeente Amsterdam). (Marginale notities in de boven- en zijlijn zijn cursief weergegeven)
[Rechtsboven:] 540
[Linksboven stempel/kenmerk:] No. 27/32/1 M. 1943 25/11
Amsterdam 25 Nov. '43.
Hoog geachte Directie!
Door een misverstand van mij
(J.W. Beijer Ten Katestraat 65 (sous))
is een mij toegewezen standplaats
op de markt Ten Katestraat
ingetrokken.
Ten richte ik gelijktijdig tot u een
verzoek om (opnieuw) in aanmerking
te komen, voor een standplaats.
Uw welwillend antwoord
tegemoetzien de,
onderteeken ik
Hoogachtend,
J.W. Beijer - Ten Katestraat 65 (sous).
[Ambtelijke aantekeningen onderaan en in de kantlijn:]
Rechtsboven in blauw/grijs potlood: vrijst. oproepen 29-11-43 Beheer.
Midden links: Opgev. per 1/12 '43. HB.
Links diagonaal: Mistig? met schuld
Onderaan horizontaal: De plaats t.n.v. J.W. Beyer is per 1 nov '43 wegens wanbetaling ingetrokken. f 26,43 / 11
Daaronder: welk artikel? 2e hands goederen v.d.M.
Rechtsonder: z.o.z. / 27 * Kern van de brief: De schrijver, J.W. Beijer, probeert via een formeel verzoek een standplaats op de Ten Katemarkt terug te krijgen. Hij wijt het verlies van zijn plek aan een "misverstand".
* De ambtelijke realiteit: Uit de handgeschreven notities van de ambtenaren blijkt de werkelijke reden: de standplaats was op 1 november 1943 ingetrokken vanwege "wanbetaling". Er stond een bedrag open van 26,43 gulden.
* Handel: Onderaan is genoteerd dat het gaat om "2e hands goederen", wat aangeeft in welke sector Beijer actief was op de markt.
* Administratieve afhandeling: De brief is voorzien van diverse parafen en data (29-11-43 en 1-12-43), wat duidt op een snelle bureaucratische verwerking tijdens de oorlogsjaren. De term "z.o.z." suggereert dat er op de achterzijde van het origineel mogelijk nog meer informatie staat. Dit document stamt uit november 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De Ten Katemarkt in Amsterdam-West was (en is) een belangrijke volksmarkt. In deze periode van schaarste en economische malaise was het bezit van een marktplaats cruciaal voor het levensonderhoud, maar door de armoede was het voor velen ook moeilijk om de verschuldigde marktgelden te betalen. De formele, bijna nederige toon van de brief ("Hoog geachte Directie", "Uw welwillend antwoord") staat in scherp contrast met de zakelijke, koude constatering van de ambtenaar dat de plek simpelweg wegens schulden is afgepakt. De brief geeft een inkijkje in de dagelijkse overlevingsstrijd van kleine zelfstandigen in oorlogstijd.