Ambtsrapport / Brief
Origineel
Ambtsrapport / Brief 25 februari 1943 Controleur Klaassens (vermoedelijk) Inspecteur van het Marktwezen, Amsterdam Rapport,
Botter en Bambergen.
A’dam 25 Febr. 1943
No. 28/3/1 M. 1943 25/2
zie Insp. 591
Naar aanleiding van Uw opdracht van donder-
dagmiddag, kan ik U mededeelen, dat Botter
en een zoon van Joh. Jansen, de mosselen van
Klaas en Frans Jansen in ontvangst hebben
genomen. De zoon van Joh. Jansen zou de
mosselen op de markt gaan verkoopen.
Ik heb de verkoop niet laten doorgaan, en hem
van de markt verwijderd.
Ik heb U telefonisch het geval medegedeeld,
waarnaar U toen toestemming gegeven heeft, dat
Joh Jansen zijn zoon de mosselen maar
moest verkoopen.
Hij heeft toen alleen de mosselen van Frans
Jansen verkocht, aangezien hij niet kon los
komen, Klaas Jansen zou dan Vrijdag
zelf zijn mosselen verkoopen. Zooals U bekend is,
is Frans Jansen ziek, daar is een ziekte briefje van
ingeleverd. Wat C. v. Bambergen aangaat, die
heeft zijn mosselen zelf verkocht.
Controleur
Klaassens [?]
Aan den Inspecteur
van Marktwezen
Alhier.
[Stempel/Aantekening:]
Gezien
1-3-’43
[Onleesbare paraaf] Het document is een handgeschreven rapport van een marktcontroleur aan zijn inspecteur. De kern van het verslag draait om een handhavingskwestie op de Amsterdamse markt betreffende de verkoop van mosselen. De controleur had in eerste instantie de zoon van ene Joh. Jansen van de markt verwijderd omdat deze mosselen wilde verkopen voor derden (Frans en Klaas Jansen). Na telefonisch overleg met de inspecteur werd hiervoor alsnog toestemming verleend, mede omdat een van de oorspronkelijke verkopers (Frans Jansen) ziek was, hetgeen officieel was gestaafd met een ziektebriefje.
De tekst is geschreven in een zakelijke, ambtelijke stijl die kenmerkend is voor de vroege 20e eeuw (gebruik van "mededeelen", "waarnaar", "alhier"). Het handschrift is een vlot, hellend cursief. Het document dateert van februari 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de handel op markten zeer streng gereguleerd door de Dienst der Marktwezen. Vanwege voedselschaarste, distributiebonnen en prijsbeheersing was de controle op wie wat verkocht cruciaal.
De vermelding van een "ziektebriefje" duidt op de noodzaak om afwezigheid of afwijking van de vergunningsvoorwaarden (zelf ter plaatse zijn om te verkopen) strikt te rechtvaardigen om sancties of intrekking van de marktplaats te voorkomen. De mosselhandel was in die tijd een belangrijke bron van relatief betaalbaar eiwitrijk voedsel voor de Amsterdamse bevolking.