Handgeschreven brief met ambtelijke aantekeningen.
Origineel
Handgeschreven brief met ambtelijke aantekeningen. 16 februari 1943. H. Smis, wonende aan de Binnen Oranjestraat 19 III, Amsterdam (Centrum). [Hoofdtekst]
A. dam. 16 Febr. 1943.
m.v. Tump [?]
Geachte Directie.
Namens het Rijksbureau voor textiel
verzoekt ondergetekende om toezending
van een verklaring dat hij voor de Oorlog
bij het Centralen Marktwezen reeds bekend-
heid genoot als marktkoopman.
Ik verzoek U hierbij te wenden tot
Den Heer Wolf marktmeester aan den Linden-
gracht en Westerstraat welke persoonlijk kan
verklaren dat ondergetekende voor de Oorlog
deze dagmarkten bezocht. Ook zou U eventueel
Den Heer Steurs kunnen vragen doch dat is
alweer langer geleden.
In afwachting
Bij voorbaat dank.
Hoogachtend.
H. Smis
Binnen Oranjestr. 19 III
Amsterdam.
(Centrum)
[Kanttekeningen en afhandeling]
(Rechtsboven onder de datum): Bergen 21/2 '43 [geparafeerd]
(Linkermarge en onderaan):
Wat het verzoek van
H. Smis betreft kan ik U melden
dat Smis bij mij niet bekend
staat als marktkoopman.
H. de Wolff
(Midden onder):
advies
[geparafeerd]
22/2 43
(Linksonder):
H. Snoer,
advies antw.
7/5 '43 [?]
(Rechtsonder):
zie voor afdoening
rapport H. Snoer
17-3-'43
detten [?] W
--- Het document is een formeel verzoek van een burger, H. Smis, aan de directie van het Amsterdamse Marktwezen tijdens de Duitse bezetting. Smis heeft een verklaring nodig van zijn vooroorlogse status als marktkoopman in textiel. Een dergelijke verklaring was in die tijd noodzakelijk om van het 'Rijksbureau voor Textiel' toestemming of toewijzingen te krijgen om handel te mogen blijven drijven.
Opvallend is de ambtelijke verwerking op hetzelfde blad:
1. H. Smis voert de heren Wolf (marktmeester Lindengracht/Westerstraat) en Steurs op als referenten.
2. H. de Wolff (de marktmeester) reageert echter negatief in de marge: hij stelt dat Smis bij hem niet bekend staat als marktkoopman.
3. Uit de overige aantekeningen blijkt dat de zaak is doorgeleid voor advies aan een zekere H. Snoer, wiens rapport van 17 maart 1943 leidend was voor de uiteindelijke afdoening. De negatieve verklaring van de marktmeester suggereert dat het verzoek van Smis waarschijnlijk is afgewezen.
--- Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de economie in Nederland streng gereguleerd door de bezetter via zogenaamde 'Rijksbureaus'. Deze instanties beheersten de distributie van schaarse grondstoffen en goederen. Om in aanmerking te komen voor handelsvergunningen of textielpunten, moesten handelaren bewijzen dat zij al vóór de oorlog (meestal vóór mei 1940) professioneel actief waren in de betreffende sector.
Het Marktwezen in Amsterdam hield nauwkeurige registers bij van standplaatshouders. Voor veel kleine handelaren, waaronder ook veel Joodse Amsterdammers die uit hun ambt werden gezet of wiens rechten werden ingeperkt, was het verkrijgen van dergelijke bewijsstukken een kwestie van economisch overleven. In dit specifieke geval lijkt de administratieve verificatie door de marktmeester de bewering van de aanvrager tegen te spreken. H. Smis H. Snoer H. de Wolff Marktwezen Rijksbureau