Archief 745
Inventaris 745-403
Pagina 52
Dossier 27
Jaar 1943
Stadsarchief

Getypt afschrift van een officieel rapport/verslag.

Van: Directeur van het Marktwezen en de Gemeentelijke Adviseur voor Voedings- en Distributieaangelegenheden. Aan: Wethouder voor de Levensmiddelen (Amsterdam).

Origineel

Getypt afschrift van een officieel rapport/verslag. Directeur van het Marktwezen en de Gemeentelijke Adviseur voor Voedings- en Distributieaangelegenheden. Wethouder voor de Levensmiddelen (Amsterdam). Behoort bij brief no.28/15/1 M.d.d.11 Juni 1943 aan den Heer Wet-
houder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het Marktwezen
en den Gemeentelijken Adviseur voor Voedings- en Distributie-
aangelegenheden.

AFSCHRIFT.

Klacht van Christ.Craaybeek-Vahrmeyer, geboren 5 Februari
1910, Van Hogendorpstraat 104 huis en M.M.Craaybeek-Buchhorn, ge-
boren 18 Februari 1910, De Wittenstraat 105 IV, tijdens bezoek
bij den Directeur op 12 Mei 1943.

Dames Craaybeek, Van Hogendorpstraat 104 huis; klacht over den
marktmeester De Wolff; wij hebben in de rij gestaan Vrijdag jl.
den geheelen dag en toen kregen wij kleine visch. Wij wisten, dat
er groote visch was. Wij maakten De Wolff hierop attent en die
zeide: "die vreten wij zelf op en de agenten." Wij werden daarop
de rij uitgegooid. Jl.Zaterdag werden 4 kisten aal aangevoerd.
4 menschen kregen 1 kg. en toen was het uitverkocht. Dat kan toch
niet. Het gerucht gaat, dat De Wolff zich laat stoppen. Wij kun-
nen niets bewijzen; wel kunnen wij 100 vrouwen van de Lindengracht
meebrengen, die hetzelfde beweren. Een andere schoonzuster van
ons is 8 maanden in positie. Die heeft een voorrangskaart voor
eens per 3 weken visch. Zij moet buitendien nog elken dag in de
rij gaan staan omdat eenmaal visch per 3 weken natuurlijk niets
is. De Wolff laat de groote visch uitzoeken door koopman en deze
gaat onderin de kar. De agenten nemen de visch. Voor 14 dagen ge-
leden was er gerookte aal. Ik kreeg nog ½ pond, doch toen was er
nog een hoop over in de kist. De agent zei toen tegen De Wolff:
"Stop den verkoop." Hij nam De Wolff mee naar achteren in de loods
en toen ging de aal naar achteren.

Naar aanleiding van bovenstaande mondelinge klacht van de dames
Craaybeek op 12 Mei 1943 bij den directeur hebben de onderge-
teekenden, de directeur C.F.Sixma, de Gemeentelijk Adviseur F.van
Meurs, waarbij tegenwoordig waren de ambtenaren van het Marktwezen
Sieburgh, De Haer en Van Duinhoven, den marktambtenaar De Wolff
op 14 Mei jl.gehoord, waarvan onderstaand verslag wordt overge-
legd.

De Wolff deelt mede, dat steeds dezelfde menschen in de rij staan.
Verscheidene menschen komen dagelijks. Ook wordt de klacht veel
gehoord, dat het publiek 2 keer in de rij gaat staan.
De Wolff ontkent de uitlating van de dames Craaybeek:"vreet
ik zelf op en de agenten."
Niemand heeft keus van visch; er zijn echter vele klachten
over voorrangskaarten. Op één dag 37 voorrangskaarten geteld. Dit
geeft wanorde op de markten.
Agenten trachten inderdaad visch te krijgen, ook in burger.
Daaraan heb ik eenigen tijd geleden een einde gemaakt. Ik weiger
steeds menschen in de loods te laten buiten de rij. Echter er zijn
2 loodsen. Als ik in één loods contröleer, dan is het mogelijk,
dat er iemand in de andere loods komt zonder dat ik het zie. Ik
turf regelmatig. Ik heb niet den indruk, dat er visch verdwijnt
tusschen de De Ruyterkade en de Lindengracht. Ook de verkoop in
loodsen gebeurt regelmatig. Dit kan ik echter niet voor 100% waar-
nemen. Ik sta in één loods en kan dan in andere loods niet alles
waarnemen. Ik koop zelf nooit visch in de loodsen. Bestel wel eens
visch bij Frans Visser, halhouder; zoo heb ik ± 3 weken geleden
3 pond aal gehad, geen andere visch. Normaal eens per 3 of 4 weken
krijg ik visch. Het document is een verslag van een hoorzitting naar aanleiding van een klacht over corruptie en onbehoorlijk gedrag door een marktmeester (De Wolff) in Amsterdam.

De kern van de klacht:
Twee vrouwen (de schoonzussen Craaybeek) beschuldigen De Wolff ervan de beste en grootste vis (zoals aal) achter te houden voor zichzelf en voor politieagenten. Zij claimen dat hij hen brutaal heeft toegesproken ("die vreten wij zelf op") en dat hij steekpenningen aanneemt ("zich laat stoppen"). Ook klagen zij over de inefficiëntie en onrechtvaardigheid van het rijsysteem en de distributie, zelfs voor mensen met een voorrangskaart (zoals een zwangere vrouw).

Het verweer van De Wolff:
De Wolff ontkent de grove bewoordingen. Hij wijst op de chaos aan de markten: mensen die dubbel in de rij gaan staan en de grote druk door de vele "voorrangskaarten". Hij geeft toe dat agenten (ook in burger) proberen vis te bemachtigen, maar claimt dat hij dit probeert te verhinderen, hoewel hij door het werken in twee verschillende loodsen niet overal tegelijk toezicht kan houden. Hij ontkent diefstal of verduistering en stelt dat hij zelf slechts sporadisch vis koopt via de reguliere weg. Dit document stamt uit juni 1943, een periode midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze tijd was er sprake van een nijpend tekort aan voedsel, waardoor nagenoeg alle levensmiddelen, inclusief vis, op de bon waren (distributiestelsel).

De schaarste leidde tot enorme spanningen in de samenleving:
1. Rantsoenering en rijen: Zoals in de tekst beschreven, moesten mensen urenlang in de rij staan voor kleine hoeveelheden voedsel, wat vaak leidde tot frustratie en ruzies.
2. Corruptie en de zwarte markt: Ambtenaren die belast waren met de distributie (zoals marktmeesters) stonden onder grote verleiding of werden verdacht van het bevoordelen van zichzelf of bevriende instanties (zoals de politie). De term "zich laten stoppen" verwijst direct naar het aannemen van steekpenningen.
3. Sociale controle: De dreiging van de dames om "100 vrouwen van de Lindengracht" mee te brengen als getuigen, illustreert de collectieve strijdbaarheid van de Amsterdamse bevolking (met name in de Jordaanbuurt) tegen vermeend onrecht in de voedselvoorziening.

Het document geeft een uniek inkijkje in de dagelijkse overlevingsstrijd en de diepe achterdocht tussen de burgerbevolking en de lokale bureaucratie tijdens de oorlogsjaren.

Samenvatting

Het document is een verslag van een hoorzitting naar aanleiding van een klacht over corruptie en onbehoorlijk gedrag door een marktmeester (De Wolff) in Amsterdam.

De kern van de klacht:
Twee vrouwen (de schoonzussen Craaybeek) beschuldigen De Wolff ervan de beste en grootste vis (zoals aal) achter te houden voor zichzelf en voor politieagenten. Zij claimen dat hij hen brutaal heeft toegesproken ("die vreten wij zelf op") en dat hij steekpenningen aanneemt ("zich laat stoppen"). Ook klagen zij over de inefficiëntie en onrechtvaardigheid van het rijsysteem en de distributie, zelfs voor mensen met een voorrangskaart (zoals een zwangere vrouw).

Het verweer van De Wolff:
De Wolff ontkent de grove bewoordingen. Hij wijst op de chaos aan de markten: mensen die dubbel in de rij gaan staan en de grote druk door de vele "voorrangskaarten". Hij geeft toe dat agenten (ook in burger) proberen vis te bemachtigen, maar claimt dat hij dit probeert te verhinderen, hoewel hij door het werken in twee verschillende loodsen niet overal tegelijk toezicht kan houden. Hij ontkent diefstal of verduistering en stelt dat hij zelf slechts sporadisch vis koopt via de reguliere weg.

Historische Context

Dit document stamt uit juni 1943, een periode midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze tijd was er sprake van een nijpend tekort aan voedsel, waardoor nagenoeg alle levensmiddelen, inclusief vis, op de bon waren (distributiestelsel).

De schaarste leidde tot enorme spanningen in de samenleving:
1. Rantsoenering en rijen: Zoals in de tekst beschreven, moesten mensen urenlang in de rij staan voor kleine hoeveelheden voedsel, wat vaak leidde tot frustratie en ruzies.
2. Corruptie en de zwarte markt: Ambtenaren die belast waren met de distributie (zoals marktmeesters) stonden onder grote verleiding of werden verdacht van het bevoordelen van zichzelf of bevriende instanties (zoals de politie). De term "zich laten stoppen" verwijst direct naar het aannemen van steekpenningen.
3. Sociale controle: De dreiging van de dames om "100 vrouwen van de Lindengracht" mee te brengen als getuigen, illustreert de collectieve strijdbaarheid van de Amsterdamse bevolking (met name in de Jordaanbuurt) tegen vermeend onrecht in de voedselvoorziening.

Het document geeft een uniek inkijkje in de dagelijkse overlevingsstrijd en de diepe achterdocht tussen de burgerbevolking en de lokale bureaucratie tijdens de oorlogsjaren.

Gerelateerde Documenten 3