Handgeschreven verslag of getuigenverklaring (mogelijk onderdeel van een dossier over plichtsverzuim of collaboratie).
Origineel
Handgeschreven verslag of getuigenverklaring (mogelijk onderdeel van een dossier over plichtsverzuim of collaboratie). 7) 2 menschen in Hoofdbureau
die voor susp. hielden, zoals
werd gezegd. Echter bij El. v. V.
voor zoover mij bekend:
fiesen NSB. Zatten me zeer dwars.
beklaagde me zeer. Eerst Kolenkasel,
toen Engel, Ravis en nu in zwarte
handel. Deze stand brengt dit
ook over de macht.
- Adsp. waren in de loods
en ze hadden wel tasschen
bij zich, doch ik weet niet of ze
visch hebben gekocht.
Maas heeft susp. [doorgestreept: bekend] gesproken
en verklaard, dat hij in de
3 maanden, dat hij dienst doet
op Ligt. nog nimmer hans
heeft gezien om 2 pond visch
te koopen.
Sedert mijn kwestie met ap.
Smit heb ik niet meer toegestaan
dat agenten visch koopen. In
begin van de regeling heb ik dit
wel toegestaan nl. 2 pond per
week. Het document lijkt een verklaring van een ambtenaar of leidinggevende binnen een overheidsinstelling (waarschijnlijk de politie of een distributiedienst) die verslag uitbrengt over onregelmatigheden en interne spanningen.
Belangrijke elementen in de tekst:
* Politieke spanning: Er wordt melding gemaakt van "fiesen NSB['ers]" (mogelijk 'vieze' of 'felle') op het Hoofdbureau die de schrijver "zeer dwars" zaten. De namen Kolenkasel, Engel en Ravis worden genoemd als betrokkenen.
* Corruptie en Zwarte Handel: De schrijver koppelt bepaalde personen aan de "zwarte handel" en merkt op dat deze situatie ("deze stand") invloed heeft op de machtsverhoudingen.
* Visfraude/Distributie: Punt 8 gaat specifiek over het ongeoorloofd kopen van vis door aspiranten (Adsp.) en agenten. Er is sprake van een "regeling" waarbij agenten aanvankelijk 2 pond vis per week mochten kopen, maar dit werd na een incident met "ap. [aspirant] Smit" verboden.
* Getuigenis: Een zekere "Maas" heeft een verklaring afgelegd over zijn waarnemingen tijdens zijn dienst op "Ligt." (mogelijk een afkorting voor een locatie zoals de Ligthaven). Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Tijdens deze periode was er een nijpend tekort aan voedsel, waardoor alles "op de bon" ging (distributiestelsel). Ambtenaren en politieagenten bevonden zich in een lastige positie: zij moesten de regels handhaven, maar velen maakten gebruik van hun positie om extra rantsoenen te bemachtigen of handelden op de zwarte markt.
Tegelijkertijd was er binnen het politieapparaat een sterke scheidslijn tussen agenten die trouw bleven aan de Nederlandse wet en agenten die collaboreerden met de bezetter (NSB'ers). De tekst illustreert de sfeer van wantrouwen ("susp." voor suspicious/verdacht), interne klachten en de dagelijkse strijd om schaarse goederen zoals vis. Hoofdbureau NSB Politie