Getypt verslag van een verhoor of proces-verbaal (pagina 2).
Origineel
Getypt verslag van een verhoor of proces-verbaal (pagina 2). -2-
loods te laten buiten de rij. Echter [handgeschreven: er zijn] 2 loodsen. Als ik in één loods contrôleer, dan is het mogelijk, dat er iemand in de andere loods komt zonder dat ik het zie. Ik turf regelmatig. Ik heb niet den indruk, dat er visch verdwijnt tusschen de De Ruyterkade en de Lindengracht. Ook de verkoop in loodsen gebeurt regelmatig. Dit kan ik echter niet voor 100 % waarnemen. Ik sta in één loods en kan dan in andere loods niet alles waarnemen. Ik koop [handgeschreven: zelf] nooit visch in de loodsen. Bestel wel eens visch bij Frans Visser, halhouder; [handgeschreven: het is] ± 3 weken geleden 3 pond aal gehad, geen andere visch. Normaal eens per 3 of 4 weken krijg ik visch.
Ik bevorder verder niet, dat agenten visch kunnen koopen, ook niet in burger na diensttijd. Trachten ze [handgeschreven: dit] wel te doen, maar [handgeschreven: het] lukt ze niet. Sedert 2 à 3 maanden laat ik niet meer toe, dat de Politie in de loods komt! Ik heb daartoe van den Inspecteur opdracht gekregen.
[Handgeschreven invoeging: De bewering van deze dames, dat er] Klacht dames is onwaar; dit verklaar ik ambtseedig; 4 kg. aal van 4 kisten is toch absurd. Daaruit blijkt reeds de waanzinnigheid van deze klacht. Het publiek verdiept zich steeds in allerlei veronderstellingen, die kant noch wal raken. Daar zijn wij reeds langzaam aan gewoon. [Handgeschreven boven regel: Ik werk veel met hem] Met Brigadier Maas werk ik veel. [handgeschreven: Hij] Is zeer strenge chef voor de agenten. [handgeschreven: Hij] Is wel eens met adspiranten buiten geweest ter contrôle op agenten. Ik weet niet of deze adspiranten visch hebben gekocht. Ze hadden wel tasschen bij zich.
Verkoop Fleysman en Visser [handgeschreven: (goederen)] aan klanten. Echter ook altijd voor een deel aan de rij, hoewel ze dit volgens voorschrift voor winkeliers niet behoeven te doen.
Directeur vraagt: Is het [handgeschreven: of het] mogelijk [handgeschreven: is], dat visch van de overige handelaren over gaat aan Fleysman en Visser?
De Wolff: Kan ik niet beoordeelen! Heb sterk den indruk van niet.
De Wolff zegt nog, dat de brigadier Maas zeer positief is in zijn meening. Hij zegt: Ik neem geen visch en ik wil ook niet, dat mijn menschen het doen en als ik het zou merken, gaan ze op den bon. De Wolff weet wel zeker, dat deze brigadier dan ook geen visch koopt. * Onderwerp: Het document betreft een onderzoek naar vermeende onregelmatigheden of corruptie bij de visafslag/visschuren aan de De Ruyterkade te Amsterdam. Er zijn klachten van "dames van de Lindengracht" over agenten die bevoordeeld zouden worden bij de aankoop van vis (specifiek aal/paling).
* Kern van het betoog: De Wolff (vermoedelijk een controleur of opzichter) verdedigt het toezicht. Hij stelt dat het onmogelijk is om twee loodsen tegelijk te bewaken, maar ontkent stelselmatige diefstal of illegale verkoop. Hij benadrukt de integriteit van Brigadier Maas, die streng zou optreden tegen agenten die buiten hun boekje gaan.
* Handgeschreven wijzigingen: De tekst is na het typen nauwkeurig gecorrigeerd. De toevoegingen lijken bedoeld om de tekst vloeiender te maken of om specifieke nuances aan te brengen (zoals de bewering dat de klacht van de dames "waanzinnig" is vanwege de genoemde hoeveelheden).
* Tijdstip: Gezien het taalgebruik ("visch", "contrôle", "ambtseedig") en de genoemde locaties, dateert dit stuk waarschijnlijk uit de periode 1940-1950 (mogelijk de schaarsteperiode tijdens of vlak na de Tweede Wereldoorlog). Dit document biedt een inkijkje in de handhaving en de sociale spanningen rondom de voedselvoorziening in Amsterdam. In tijden van schaarste was de controle op de vismarkt essentieel. De verdenking dat politieagenten hun positie misbruikten om schaarse goederen (zoals paling) te bemachtigen, leidde blijkbaar tot officiële klachten van burgers ("de dames"), die hier door de Wolff als ongefundeerd terzijde worden geschoven. De "rij" waarover gesproken wordt, duidt op de distributie aan het publiek versus de verkoop aan winkeliers.