Archief 745
Inventaris 745-403
Pagina 92
Dossier 103
Jaar 1943
Stadsarchief

Handgeschreven brief (klachtbrief).

28 oktober 1943. Van: Joh. H. Linke, Marnixkade 71, Amsterdam. Aan: Den Heer Direkteur van het Marktwezen te Amsterdam.

Origineel

Handgeschreven brief (klachtbrief). 28 oktober 1943. Joh. H. Linke, Marnixkade 71, Amsterdam. Den Heer Direkteur van het Marktwezen te Amsterdam. [Linksboven:] No. 28/21/1 M. 1943 30/10
[Rechtsboven:] A.dam 28, 10, 43
[In rood potlood:] Insch. Dir 453

Aan den Heer Direkteur
van het Marktwezen
te A.dam

Mijnheer,

Bij de vischverdeling op de Noordermarkt is een onbillijkheid, welke door de daar aanwezige ambtenaar hardnekkig wordt gehandhaafd.

Zooals U misschien weet vormen zich daar 2 rijen; namelijk een rij welke voor garnalen en een rij welke voor andere visch gaat staan. Nu worden die rijen gesplitst en wordt er geloot, de afdeling die het wint blijft staan, de rest gaat weg. Wat echter gebeurt en nu; eerst loot de „garnalenrij”, zij die niet winnen gaan niet weg, maar mogen op de „vischrij” gaan staan, het gevolg daarvan is dat deze menschen dubbele kansen krijgen, zij vormen dus een vierde afdeling op de „vischrij” en als zij winnen heeft de „garnalenrij” dus alles en de „vischrij” niets.

Nu moet men niet met de dooddoener komen aandragen: Ga dan ook in de „garnalenrij” staan, want dat gaat niet op, want hij of zij die op de „garnalenrij” gaat staan, gaan daar staan omdat zij de voorkeur geven aan garnalen de andere aan visch.

Waarom worden deze verschillende rijen niet afzonderlijk behandelt. B.v. splitsing van bijde rijen te gelijk, dan loten voor de gesplitste rijen en wie dan lust heeft om achter een van de twee winnende afdelingen te gaan staan, moet dat zelf weten.

Met de ambtenaren daar ter plaatse is niet te praten, deze lui menen, dat zoo als zij het doen niet meer te verbeteren is, en voelen zich in hun wiek geschoten als er door zoo’n gewonen burger aanmerking wordt gemaakt op hun beleid.

Hopende dat dit schrijven er toe bijdraagt deze wantoestand op te heffen.

Verblijf ik
Hoogachtend
Joh. H. Linke
Marnixkade 71
A.dam 20

[Kanttekeningen onderaan:]
Ingek. per 12/11 '43
opgeborgen 13-11-43 dehn
[Met dikke blauwe stift/potlood:] oproepen 5-1-44
[Onderaan in blauw:] aan H. Linke medegedeeld dat reeds oplossing gevonden is door (...) In deze brief beklaagt de heer Joh. H. Linke zich over de gang van zaken bij de vis- en garnalenverkoop op de Noordermarkt in Amsterdam. Het kernprobleem is de onrechtvaardige lotingsprocedure: mensen die in de rij voor garnalen staan en uitloten, mogen vervolgens achteraan sluiten in de rij voor gewone vis. Hierdoor hebben zij een dubbele kans op voedsel, terwijl de mensen die specifiek voor vis komen hun kansen zien slinken.

Linke uit felle kritiek op de onverzettelijkheid van de aanwezige ambtenaren, die volgens hem niet openstaan voor suggesties van "gewone burgers". Hij stelt een systeem voor waarbij beide rijen gelijktijdig worden gesplitst en geloot, om deze oneerlijke voorkeursbehandeling tegen te gaan. De administratieve krabbels onderaan suggereren dat de klacht in behandeling is genomen en dat er in januari 1944 aan de afzender is gecommuniceerd dat er een oplossing was gevonden. De brief dateert uit oktober 1943, een periode van diepe schaarste tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Voedselvoorziening was strikt gereguleerd via een bonnensysteem en distributiepunten. Omdat er vaak minder voorraad was dan gegadigden, werd er gewerkt met lotingssystemen ("splitsen en loten") bij markten.

Spanningen in de wachtrijen waren aan de orde van de dag; een kleine verandering in de regels kon het verschil betekenen tussen wel of geen eten op tafel. De Noordermarkt was (en is) een centraal punt in de Jordaan waar dergelijke taferelen zich dagelijks afspeelden. De brief illustreert niet alleen de bureaucratie rondom de voedselvoorziening, maar ook de mondigheid van Amsterdammers die, ondanks de bezetting, de confrontatie met het lokaal gezag niet schuwden wanneer zij onrecht bespeurden.

Samenvatting

In deze brief beklaagt de heer Joh. H. Linke zich over de gang van zaken bij de vis- en garnalenverkoop op de Noordermarkt in Amsterdam. Het kernprobleem is de onrechtvaardige lotingsprocedure: mensen die in de rij voor garnalen staan en uitloten, mogen vervolgens achteraan sluiten in de rij voor gewone vis. Hierdoor hebben zij een dubbele kans op voedsel, terwijl de mensen die specifiek voor vis komen hun kansen zien slinken.

Linke uit felle kritiek op de onverzettelijkheid van de aanwezige ambtenaren, die volgens hem niet openstaan voor suggesties van "gewone burgers". Hij stelt een systeem voor waarbij beide rijen gelijktijdig worden gesplitst en geloot, om deze oneerlijke voorkeursbehandeling tegen te gaan. De administratieve krabbels onderaan suggereren dat de klacht in behandeling is genomen en dat er in januari 1944 aan de afzender is gecommuniceerd dat er een oplossing was gevonden.

Historische Context

De brief dateert uit oktober 1943, een periode van diepe schaarste tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Voedselvoorziening was strikt gereguleerd via een bonnensysteem en distributiepunten. Omdat er vaak minder voorraad was dan gegadigden, werd er gewerkt met lotingssystemen ("splitsen en loten") bij markten.

Spanningen in de wachtrijen waren aan de orde van de dag; een kleine verandering in de regels kon het verschil betekenen tussen wel of geen eten op tafel. De Noordermarkt was (en is) een centraal punt in de Jordaan waar dergelijke taferelen zich dagelijks afspeelden. De brief illustreert niet alleen de bureaucratie rondom de voedselvoorziening, maar ook de mondigheid van Amsterdammers die, ondanks de bezetting, de confrontatie met het lokaal gezag niet schuwden wanneer zij onrecht bespeurden.

Gerelateerde Documenten 3