Archief 745
Inventaris 745-403
Pagina 102
Dossier 7
Jaar 1943
Stadsarchief

Politierapport (Afschrift)

Origineel

Politierapport (Afschrift) Tvq.Zw. Afschrift

No. 1071 L.M. 1943
POLITIE TE AMSTERDAM
bureau ECONOMISCHE ZAKEN.

R A P P O R T.

In verband met een daartoe bekomen mondelinge opdracht, terzake de zich op de Nieuwmarkt te Amsterdam bevindende marktkramen en uitstallingen, hebben wij ondergetekenden, P.J. Lurks; Th.W-Oortwijn; en A.J. Stegwee. allen opsporings ambtenaar, in de zin van artikel 24 van het prijsbeheerschingsbesluit, dienstdoende aan het bureau Economische zaken, alhier, op Dinsdag 14 December 1943 een onderzoek ingesteld en daarbij het volgende bevonden:

Bij telling bleek op datum, voorgenoemd, dat zich op de Nieuwmarkt in het totaal 118 kramen en uitstallingen bevonden, en wel gespecificeerd als volgt:

Artikelgroep Aantal
2e handsch aardewerk 8
koek en gebak 6
koffie en soep 2
ongeregeld ijzerwerk 26
2e hands schoenwerk en -reparatie 15
2e hands horloges en uurwerken 6
zuurwaren 3
oude gramofoons en platen 3
nieuw en 2e hands textiel 6
2e hands jassen en costuums 3
bloemen en bloembollen 1
oude boeken 10
rijwaelonderdelen 5
oude haarden en onderdelen daarvan 2
electrotechnisch materiaal 2
garen en band 2
2e handsglaswerk 1
2e hands vloerbedekking 1
schaatsen 1
nieuwe ijzerwaren 2
oude meubelen 1
ongeregelde goederen 8
drogisterij artikelen 3
brillen en optische instrumenten 1
totaal 118.

waarvan opgemaakt, gesloten en getekend, dit rapport te Amsterdam, den 14den December 1943.

de Opsporingsambtenaren voorgenoemd
w.g. J.P. Lurks.
Th.W. Oortwijn.
A.J. Stegwee.

Voor eensluidend afschrift,
stempel Hoofdbureau v. Politie
d.d. 18-12-1943. Dit rapport biedt een gedetailleerde momentopname van de economische activiteit op de Amsterdamse Nieuwmarkt tijdens de Duitse bezetting in de winter van 1943. De controle werd uitgevoerd door het Bureau Economische Zaken van de Amsterdamse politie, specifiek op basis van het Prijsbeheerschingsbesluit. Dit besluit was bedoeld om woekerprijzen en de zwarte markt te bestrijden, wat in tijden van extreme schaarste een prioriteit was voor de overheid.

Kernpunten uit de lijst:
* Dominantie van tweedehands goederen: Een groot deel van de handel (o.a. 2e hands aardewerk, schoeisel, horloges, textiel, meubelen) betreft gebruikte goederen. Dit wijst op het gebrek aan nieuwe grondstoffen en producten tijdens de oorlogsjaren.
* Herstelcultuur: De post "2e hands schoenwerk en -reparatie" (15 kramen) onderstreept dat reparatie essentieel was omdat nieuwe schoenen nauwelijks verkrijgbaar of onbetaalbaar waren.
* IJzerwaren: De grootste categorie is "ongeregeld ijzerwerk" (26 kramen), wat wijst op een levendige handel in schroot, onderdelen en oude gereedschappen.
* Voedsel: Er zijn relatief weinig kramen met voedsel (koek, gebak, zuurwaren, koffie/soep), wat verklaard kan worden door het strenge distributiesysteem (de bonkaart). In december 1943 was de Tweede Wereldoorlog in een kritieke fase. Voor de gemiddelde Amsterdammer betekende dit dagelijkse strijd tegen kou en honger. De Nieuwmarkt, gelegen in de voormalige Jodenbuurt, had een beladen karakter gekregen. Tegen eind 1943 waren de meeste Joodse bewoners uit deze wijk gedeporteerd, en de markt was getransformeerd van een bruisende handelsplek naar een plek waar vooral nog in "oude rommel" en schaarse restpartijen werd gehandeld.

De aanwezigheid van de politie (Bureau Economische Zaken) was intimiderend; zij hielden niet alleen toezicht op prijzen, maar ook op de herkomst van goederen. In deze periode nam de "vrije" handel steeds meer af ten gunste van de zwarte markt, die elders plaatsvond. Dit rapport dient waarschijnlijk als administratieve onderbouwing voor de controle op de naleving van de bezettingswetgeving omtrent handel en distributie.

Samenvatting

Dit rapport biedt een gedetailleerde momentopname van de economische activiteit op de Amsterdamse Nieuwmarkt tijdens de Duitse bezetting in de winter van 1943. De controle werd uitgevoerd door het Bureau Economische Zaken van de Amsterdamse politie, specifiek op basis van het Prijsbeheerschingsbesluit. Dit besluit was bedoeld om woekerprijzen en de zwarte markt te bestrijden, wat in tijden van extreme schaarste een prioriteit was voor de overheid.

Kernpunten uit de lijst:
* Dominantie van tweedehands goederen: Een groot deel van de handel (o.a. 2e hands aardewerk, schoeisel, horloges, textiel, meubelen) betreft gebruikte goederen. Dit wijst op het gebrek aan nieuwe grondstoffen en producten tijdens de oorlogsjaren.
* Herstelcultuur: De post "2e hands schoenwerk en -reparatie" (15 kramen) onderstreept dat reparatie essentieel was omdat nieuwe schoenen nauwelijks verkrijgbaar of onbetaalbaar waren.
* IJzerwaren: De grootste categorie is "ongeregeld ijzerwerk" (26 kramen), wat wijst op een levendige handel in schroot, onderdelen en oude gereedschappen.
* Voedsel: Er zijn relatief weinig kramen met voedsel (koek, gebak, zuurwaren, koffie/soep), wat verklaard kan worden door het strenge distributiesysteem (de bonkaart).

Historische Context

In december 1943 was de Tweede Wereldoorlog in een kritieke fase. Voor de gemiddelde Amsterdammer betekende dit dagelijkse strijd tegen kou en honger. De Nieuwmarkt, gelegen in de voormalige Jodenbuurt, had een beladen karakter gekregen. Tegen eind 1943 waren de meeste Joodse bewoners uit deze wijk gedeporteerd, en de markt was getransformeerd van een bruisende handelsplek naar een plek waar vooral nog in "oude rommel" en schaarse restpartijen werd gehandeld.

De aanwezigheid van de politie (Bureau Economische Zaken) was intimiderend; zij hielden niet alleen toezicht op prijzen, maar ook op de herkomst van goederen. In deze periode nam de "vrije" handel steeds meer af ten gunste van de zwarte markt, die elders plaatsvond. Dit rapport dient waarschijnlijk als administratieve onderbouwing voor de controle op de naleving van de bezettingswetgeving omtrent handel en distributie.

Gerelateerde Documenten 3