Brief / Ambtelijk schrijven
Origineel
Brief / Ambtelijk schrijven 20 december 1943. De Waarnemend (Wnd.) Politiepresident te Amsterdam, Bestuursdienst (ondertekend door Van Hilten). [Linkerbovenhoek]
No: 1260 A.Z.1943.
Politiepresident te Amsterdam
Bestuursdienst
Bureau: Algemene Dienstzaken.
Dict. Ga/Zw.
Lr.S.No.13042/1943.
Doss. M.2
Bijlagen: 2.
No.1071 L.M.1943.
[Handgeschreven tekst rechtsboven]
t. de Nieuwmarkt en de omstandigheden, dat op en nabij.
[Rechterzijde]
Amsterdam, 20 December 1943.
[Tekst]
Hierbij heb ik de eer UEdelAchtbare te doen toekomen afschriften van een mutatie uit het rapport van 8 op 9 December j.l. van het Politiebureau Houtmarkt, betreffende den "bonnenhandel" en anderen "zwarte handel" op en in de naaste omgeving van de Nieuwmarkt en van een rapport van een drietal opsporingsambtenaren-Prijsbeheerschingsbesluit, betreffende den omvang, op 14 December j.l. van de normale markt, welke op de Nieuwmarkt wordt gehouden.
Mij aan den inhoud van die stukken referte veroorlovend, wil het mij voorkomen, dat door de aanwezigheid van marktkramen e.d. op dit plein allerlei kleine straten en steegjes uitkomen en zich in deze omgeving veel cafétjes bevinden - waardoor den "zwarte handelaren" practisch velerlei schuilgelegenheden wordt geboden, met ruimen mogelijkheden, om hun "voorraden" aan te vullen -, de in de mutatie naar voren gebrachte misstand in sterke mate in de hand wordt gewerkt.
Ook mij lijkt het daarom aanbeveling te verdienen, dat één dezer als het ware samenwerkende oorzaken van den hier welig tierende "zwarte handel" wordt opgeheven en wel in de vorm van verplaatsing van de markt, welke op de Nieuwmarkt wordt gehouden.
[Midden onder]
-Als-
[Linksonder]
Aan
den Heer Burgemeester
van Amsterdam.
[Vervolg tekst]
vervolg van boven.
Als plaats van deze markt zou m.i. dan kunnen worden aangewezen het Waterlooplein, waar waarschijnlijk alleszinds voldoende ruimte beschikbaar zal zijn, om de marktkooplieden, die op de Nieuwmarkt hun standplaats plegen in te nemen, een plaats te doen bezetten, terwijl het Waterlooplein zelf, wat ligging betreft, voor bonnenhandelaren e.d. niet die mogelijkheden biedt, als de Nieuwmarkt.
Ik verwacht van een zodanige verplaatsing, ook voor de bona-fide marktkooplieden - die door het optreden van de "zwarte-handelaren" eveneens zullen worden gedupeerd - een heilzamen werking.
Mede in het belang van de openbare orde en rust, die den laatste tijd op de Nieuwmarkt door de gedragingen van allerlei ongewenste elementen herhaaldelijk wordt verstoord, moge ik U dan ook voorstellen bovenbedoelde marktverplaatsing zoo eenigszins mogelijk, wel te willen bevorderen.
Terzake ware tevens - ook met het oog op de omstandigheid, welke aanleiding heeft gegeven, dat op het Waterlooplein practies geen dagmarkt meer wordt gehouden - het advies van den Directeur van het Marktwezen in te winnen.
Coll:
DE WND. POLITIEPRESIDENT,
Van Hilten. * Taalgebruik: Het document is opgesteld in een formele, ambtelijke stijl, kenmerkend voor de eerste helft van de 20e eeuw (bijv. "UEdelAchtbare", "referte veroorlovend", "alleszinds").
* Kernboodschap: De waarnemend politiepresident adviseert de burgemeester om de markt op de Nieuwmarkt op te heffen en te verplaatsen naar het Waterlooplein. De belangrijkste reden is dat de stedenbouwkundige structuur van de Nieuwmarkt (nauwe steegjes en veel cafés) ideaal is voor illegale handel (bonnen en zwarte markt), omdat handelaren daar makkelijk kunnen vluchten of schuilen.
* Terminologie: Er wordt gesproken over "ongewenste elementen" en de noodzaak tot handhaving van de "openbare orde en rust". In de context van 1943 hebben deze termen een zware lading.
* Sociaal-economische context: Het document illustreert de grootschaligheid van de zwarte handel tijdens de bezettingsjaren. Zelfs de reguliere markt wordt gezien als een 'dekmantel' of facilitator voor illegale activiteiten. Dit document stamt uit december 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Op dit moment was de schaarste aan goederen enorm, waardoor de zwarte handel in levensmiddelen en distributiebonnen ("bonnenhandel") bloeide.
De keuze voor de locaties is historisch wrang. De Nieuwmarkt en het Waterlooplein vormden het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. Tegen december 1943 was de deportatie van de Joodse bevolking uit Amsterdam nagenoeg voltooid en waren deze wijken grotendeels ontvolkt, wat leidde tot sociale ontwrichting en een toename van criminaliteit en illegale handel in de leegstaande panden.
De ondertekenaar, Van Hilten, fungeerde als waarnemend politiepresident onder het gezag van de bezetter. Het verplaatsen van de markt was een repressieve maatregel om meer controle uit te oefenen op de bevolking en de informele economie, die de Duitse oorlogsindustrie en het distributiestelsel ondermijnde. De opmerking over het Waterlooplein waar "practies geen dagmarkt meer wordt gehouden" verwijst indirect naar het verdwijnen van de oorspronkelijk overwegend Joodse marktkooplieden.