Handgeschreven brief (klachtbrief).
Origineel
Handgeschreven brief (klachtbrief). Ongedateerd, op basis van handschrift en context vermoedelijk midden 20e eeuw (ca. 1920-1950). [1] het zoo langer gaan want
[2] de groote deugniet is die
[3] Markt meester Rens het is nu
[4] dan schandalig hoe het daar
[5] aan toe gaat Ik hoop WelEdel
[6] Uer dat U, hier spoedig een
[7] verandering zoudt willen brengen
[8] wij hebben toch ook het recht
[9] na 5 a 6 lange uuren iets te
[10] mogen ontvangen. Maar Markt
[11] meester en Politie daar is niet
[12] tegen te vechten, buiten nog de
[13] Dam en van Duinker Amsterdam
[14] die tegen een flinke fooi in de
[15] gunst vallen bij die fijne
[16] Marktmeesters en daar het steeds
[17] erger wordt zijn wij genood-
[18] zaakt, U hiervan in kennis
[19] te stellen b.v. naar mijne
[20] directie r v p.
[Ondertekening]
Hoogachtend:
veele gedupeerde
[Kanttekening linksonder, mogelijk van de ontvanger]
? op de A. markt verkoop?
in loods? of besprekingen?
Wat is dat Heer Rens? De brief is een anonieme, collectieve klacht ("veele gedupeerde") gericht aan een hooggeplaatste functionaris (geadresseerd als "WelEdelUer"). De schrijvers beklagen zich over de gang van zaken op de Albert Cuypmarkt.
De kern van de beschuldiging is corruptie: een specifieke marktmeester, de heer Rens, wordt ervan beticht steekpenningen ("flinke fooi") aan te nemen van bepaalde partijen, zoals de firma "Dam en van Duinker" uit Amsterdam. Hierdoor zouden deze partijen worden bevoordeeld bij de toewijzing van plaatsen of goederen, terwijl de gewone marktkooplieden na "5 a 6 lange uuren" wachten met lege handen achterblijven. De schrijvers uiten ook hun moedeloosheid over de rol van de politie, die volgens hen de wantoestanden laat voortbestaan.
De afkorting "r.v.p." aan het einde (regel 20) is ongebruikelijk in deze context; het zou kunnen verwijzen naar het Reglement van Politie of een onjuist gebruikte term voor een verzoek om antwoord (R.S.V.P.). De Albert Cuypmarkt in Amsterdam staat historisch bekend om zijn levendige, maar soms ook roerige geschiedenis wat betreft de toewijzing van standplaatsen. Marktmeesters waren invloedrijke ambtenaren die bepaalden wie op welke plek mocht staan. Beschuldigingen van favoritisme en corruptie kwamen in de eerste helft van de 20e eeuw regelmatig voor, aangezien een goede plek op de markt het verschil kon maken tussen een goed inkomen of armoede.
De handgeschreven notitie in de kantlijn is bijzonder interessant. Deze lijkt afkomstig van de ambtenaar of leidinggevende die de brief ontving. De vragen ("in loods?", "Wat is dat Heer Rens?") duiden erop dat er naar aanleiding van deze klacht een intern onderzoek of navraag is gedaan naar het gedrag van de genoemde marktmeester Rens.