Brief (klacht/aangifte).
Origineel
Brief (klacht/aangifte). 16 april 1943. Onbekend (anonieme burger). De Hoog Edel Achtbare Commissaris van Politie te Amsterdam. No [linksboven]
A dam 16/4 [1943]
Hoog Geachte Commissaris van Politie
alhier
WelEdele Heer
Zoo gaarne had ik even Uw aan-
dacht willen vestigen. Het gaat
om de wantoestanden op de
Nieuwmarkt, afd. visch. In de
eerste plaats als de wagens aan-
komen met visch dan komen
er verscheidene politiemannen die
met 4 a 5 p. [pond] weg gaan dan
vrouwen die drie keer
visch ontvangen tegen fooien
aan de Marktmeester Koens, dan
komen zijn menschen die voorrang
genieten en dan komen wij pas
aan de beurt die s'morgens vroeg
al staan en moeten ten slotte
met niets naar huis gaan dit alles
wordt met de vischbrengers al
geregeld, ook gaan zij in een loods
daar wordt alles verkonkeld
Vrouwen staan er elke dag die
drie keer visch krijgen om het aan
de joden Clandestien te verkopen
en zoo gaat het al maanden toe
maar voor ons gedupeerde kan...
[Document breekt hier af] Dit document is een getuigenis van de corruptie en de schaarste tijdens de Duitse bezetting in 1943. De schrijver beklaagt zich over "wantoestanden" bij de visafslag op de Amsterdamse Nieuwmarkt. De belangrijkste punten van de klacht zijn:
1. Corruptie bij de politie: Politiemannen zouden voorrang krijgen en grote hoeveelheden vis (4 tot 5 pond) meenemen voordat de rest wordt verdeeld.
2. Omkoping van beambten: Marktmeester Koens wordt direct beschuldigd van het aannemen van steekpenningen ("fooien") om bepaalde vrouwen meerdere malen vis te geven.
3. Oneerlijke verdeling: Burgers die 's ochtends vroeg in de rij staan, blijven met lege handen achter omdat de voorraden onderling ("verkonkeld") worden verdeeld in de loodsen.
4. Zwarte handel: Er wordt expliciet melding gemaakt van vrouwen die de vis opkopen om deze "clandestien" (op de zwarte markt) door te verkopen aan Joden. In 1943 was de voedselsituatie in bezet Nederland zeer nijpend. Bijna alle goederen waren op de bon, en de schaarste leidde tot enorme rijen en een bloeiende zwarte handel. De Nieuwmarkt was vanouds een centraal punt voor de Amsterdamse vishandel.
De beschuldiging dat vis clandestien aan Joden werd verkocht, is historisch wrang. In 1943 waren de meeste Joodse Amsterdammers al gedeporteerd of zaten zij ondergedoken. Degenen die nog in de stad waren (of ondergedoken zaten), waren uitgesloten van reguliere markten en distributie, waardoor zij voor hun voedselvoorziening volledig afhankelijk waren van de zwarte markt tegen woekerprijzen. De briefschrijver gebruikt deze "verkoop aan Joden" waarschijnlijk als een extra verzwarend argument om de politie tot actie aan te sporen, aangezien handel met Joden door de bezetter streng verboden was. Het woord "verkonkeld" is typerend Amsterdams/Nederlands taalgebruik voor het onderhands regelen van duistere zaakjes. Koens (Marktmeester) Koens wordt (Marktmeester) Politie