Archief 745
Inventaris 745-403
Pagina 139
Dossier 28
Jaar 1943
Stadsarchief

Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen en stempels.

Amsterdam, 9 juni 1943. Van: Een ongenoemde burger (ondergetekende).

Origineel

Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen en stempels. Amsterdam, 9 juni 1943. Een ongenoemde burger (ondergetekende). (Handgeschreven notitie linksboven in rode/bruine inkt:)
Dank voor schrijven met
inlichtingen d.d. 9 Juni
Kan mededelen dat ---
te zijner tijd zullen de de betreffende
aangelegenheid onder voortdurende
aandacht v. d. m. verschillende instanties
waaronder ook het door hem gememoreerde optreden van
het publiek.
A

(Getypte tekst:)
Amsterdam 9 Juni '43
Aan den WelEd. geboren Heer C. F. Sixma
Directeur Marktwezen, Amsterdam.

No. 29/9/1 M. 1943 15/6

Mijnheer,

Ondergetekende neemt hierbij beleefd de vrij-
heid, Uwe welwillende aandacht te vragen voor het volgende :

Zoals U ongetwijfeld bekend is, wordt de ter afslag aangevoerde
visch ter beschikking van de bevolking gesteld o.a. door middel van de
daarvoor aangewezen marktpleinen, alwaar de voorraad wordt verkocht
onder toezicht van de marktmeester, bijgestaan door eenige politieambte-
naren. Dat de anime voor dit voedsel groot is, spreekt vanzelf.
Mijn persoonlijke ervaringen gelden de Nieuwmarkt en ik heb
reeds anderhalf jaar, afwisselend met meer of minder succes deze markt
bezocht. Dat zich bij de verkoop wel eens onregelmatigheden voordoen,
is te betreuren, maar begrijpelijk, gezien de dikwijls onverstandige,
om niet te zeggen, onwelwillende houding van een deel van het publiek.
Een marktmeester moest een met bovennatuurlijke gaven toegerust persoon
zijn, om een en ander volkomen in de hand te houden en daarbij recht-
vaardig te blijven.
Op de Nieuwmarkt deed zich het euvel ten zeerste voor, dat het
geoorloofd was, reeds des morgens om 4 uur zich in een file op te stellen
waarvan dan ook door enkelen gebruik werd gemaakt. Deze menschen hadden
een groep bekenden voor wie als het ware plaatsen "gereserveerd" werden
en die dikwijls pas veel later ter plaatse kwamen om zich gunstig op te
stellen. Aanmerkingen van het bona fide publiek stuitten af op de ver-
klaringen vande "vrienden", daar deze immer bevestigden, dat die menschen
er ook reeds zeer vroeg waren, doch even weg moesten voor noodzakelijke
bezigheden. Het leidde tot zeer groote ergernis, dat schier dagelijks
een club van dezelfde personen de eerste plaatsen innamen. Was er dan
weinig aanvoer, dan waren het altijd weer diezelfde menschen, die zich
van visch konden voorzien en niet eens altijd voor eigen gebruik, doch
ter doorverkoop aan financieel draagkrachtiger liefhebbers.
Voor korten tijd geleden is echter een andere marktmeester aan-
gewezen, die mij persoonlijk verzekerde een eind te zullen maken aan
deze ergerlijke toestand, o.a. door middel van het verbod om voor 10 uur
een rij te vormen. Dit was een goed voornemen en nam de wind volkomen
uit de zeilen van de "abonnées". Ik heb dan ook mijn groote voldoening
darover uitgesproken. Men kon daarna het schouwspel gadeslaan, dat
tegen 10 uur groepjes menschen rustig heen en weer wandelden en op een
teeken van de politie, een sportieve run ondernamen naar de plaats waar
de rij pleegt gevormd te worden. De nieuwe functionaris ging echter in
zijn ijver verder en wel volgde hij een systeem om, wanneer de verkoop
kon beginnen, door een bereden politieagent hier en daar menschen aan te
laten wijzen. Dit nu loopt op zoo'n fiasco uit, althans voor het publiek,
dat men thans reikhalzend uitziet naar verandering en zelfs veel liever
maar weer het oude gebruik in ere hersteld zou zien met z'n gebreken.

--- In deze brief beklaagt een Amsterdamse burger zich over de wanorde bij de visverkoop op de Nieuwmarkt. De kern van het probleem is de schaarste en de daaruit voortvloeiende oneerlijke verdeling.

De schrijver signaleert twee fasen van frustratie:
1. De "abonnees": Een groep mensen die al om 4 uur 's ochtends plekken bezet hield voor vrienden, waardoor gewone burgers achter het net visten. Deze vissen werden vaak direct doorverkocht op de zwarte markt ("financieel draagkrachtiger liefhebbers").
2. De nieuwe maatregel: De nieuwe marktmeester verbood het vormen van een rij voor 10 uur 's ochtends. Dit leidde tot een chaotische "run" op het afgesproken tijdstip en een willekeurige aanwijzing van klanten door de bereden politie.

De toon is formeel en licht sarcastisch (over de "bovennatuurlijke gaven" die een marktmeester nodig zou hebben). De burger verkiest uiteindelijk het "oude kwaad" boven de nieuwe, onvoorspelbare methode.

--- De brief dateert van juni 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Voedseltekorten waren aan de orde van de dag en veel producten waren alleen op de bon of via de zwarte markt verkrijgbaar. Vis was een schaars en gewild volksvoedsel.

De brief is gericht aan C.F. Sixma, de toenmalige directeur van het Marktwezen in Amsterdam. De Nieuwmarkt, waar de visverkoop plaatsvond, bevond zich in de Jodenbuurt. In juni 1943 waren de grootschalige deportaties van de Joodse bevolking uit deze buurt in volle gang of reeds voltooid, wat de sociale spanningen op en rond het plein een extra grimmige laag geeft.

De handgeschreven notitie bovenin is waarschijnlijk een concept-antwoord of een interne instructie van de administratie van het Marktwezen, waaruit blijkt dat de klachten bekend waren en dat er verschillende instanties betrokken waren bij het handhaven van de orde op de markten.

Samenvatting

In deze brief beklaagt een Amsterdamse burger zich over de wanorde bij de visverkoop op de Nieuwmarkt. De kern van het probleem is de schaarste en de daaruit voortvloeiende oneerlijke verdeling.

De schrijver signaleert twee fasen van frustratie:
1. De "abonnees": Een groep mensen die al om 4 uur 's ochtends plekken bezet hield voor vrienden, waardoor gewone burgers achter het net visten. Deze vissen werden vaak direct doorverkocht op de zwarte markt ("financieel draagkrachtiger liefhebbers").
2. De nieuwe maatregel: De nieuwe marktmeester verbood het vormen van een rij voor 10 uur 's ochtends. Dit leidde tot een chaotische "run" op het afgesproken tijdstip en een willekeurige aanwijzing van klanten door de bereden politie.

De toon is formeel en licht sarcastisch (over de "bovennatuurlijke gaven" die een marktmeester nodig zou hebben). De burger verkiest uiteindelijk het "oude kwaad" boven de nieuwe, onvoorspelbare methode.


Historische Context

De brief dateert van juni 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Voedseltekorten waren aan de orde van de dag en veel producten waren alleen op de bon of via de zwarte markt verkrijgbaar. Vis was een schaars en gewild volksvoedsel.

De brief is gericht aan C.F. Sixma, de toenmalige directeur van het Marktwezen in Amsterdam. De Nieuwmarkt, waar de visverkoop plaatsvond, bevond zich in de Jodenbuurt. In juni 1943 waren de grootschalige deportaties van de Joodse bevolking uit deze buurt in volle gang of reeds voltooid, wat de sociale spanningen op en rond het plein een extra grimmige laag geeft.

De handgeschreven notitie bovenin is waarschijnlijk een concept-antwoord of een interne instructie van de administratie van het Marktwezen, waaruit blijkt dat de klachten bekend waren en dat er verschillende instanties betrokken waren bij het handhaven van de orde op de markten.

Gerelateerde Documenten 3