Archiefdocument
Origineel
26 juli 1943 De waarnemend Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen) Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam ("Alhier") 29/13/2 M. [handgeschreven:] Verzonden 26 juli / 7 [stempel/paraaf:] 26 Juli 1943. SV
plaats
marktkoopman op de
Nieuwmarkt.
Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 13 dezer om advies ontvangen stuk no. 25/2 L.M. 1943 heb ik de eer U te berichten, dat adressant een plaats verzocht voor het opkoopen en verkoopen van oude meubelen e.d. op de Nieuwmarkt.
Hij is evenwel niet in het bezit van een daartoe vereischte vergunning van het Rijksbureau voor oude materialen en afvalstoffen zoodat hem geen marktplaats mag worden gegeven. Dezerzijds is hem in overweging gegeven zich tot voornoemd Bureau te wenden ter verkrijging van een vergunning, waarna hij zich opnieuw tot mijn Dienst kan wenden. Deze aangelegenheid kan hiermede als afgedaan worden beschouwd.
De Directeur,
wnd. In dit document adviseert de waarnemend directeur van de betreffende gemeentelijke dienst de Wethouder voor de Levensmiddelen negatief over een aanvraag voor een standplaats op de Nieuwmarkt. De aanvrager ("adressant") wilde daar handelen in tweedehands meubelen.
De afwijzing is strikt formeel-juridisch van aard: de aanvrager beschikt niet over de noodzakelijke vergunning van het 'Rijksbureau voor oude materialen en afvalstoffen'. Zonder deze specifieke landelijke vergunning mag de gemeente geen marktplaats toewijzen. De aanvrager is doorverwezen naar dit Rijksbureau, en het dossier wordt bij de gemeente voorlopig gesloten ("als afgedaan worden beschouwd").
De toon is typisch voor de ambtelijke correspondentie van die tijd: uiterst hoffelijk ("heb ik de eer U te berichten"), maar onverzettelijk in de uitvoering van de regels. Het document dateert uit juli 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De context van de schaarste-economie is hier essentieel:
1. Rijksbureaus: Tijdens de oorlog werden 'Rijksbureaus' opgericht om de distributie en handel in schaarse goederen en grondstoffen te reguleren. Het 'Rijksbureau voor oude materialen en afvalstoffen' hield toezicht op alles wat gerecycled kon worden voor de oorlogsindustrie of noodzakelijke civiele behoeften. Niets mocht buiten het zicht van de overheid verhandeld worden.
2. Locatie (Nieuwmarkt): De Nieuwmarkt in Amsterdam lag in het hart van de Jodenbuurt. In juli 1943 waren de grote deportaties van de Joodse bevolking in volle gang of reeds voltooid. De handel in "oude meubelen" op deze specifieke locatie in deze periode is wrang; veel inboedels van gedeporteerde Joden werden door de bezetter geconfisqueerd (via de Puls-vrachtwagens), maar er ontstond ook een levendige (en streng gereguleerde) handel in restgoederen.
3. Wethouder voor de Levensmiddelen: In Amsterdam was dit in 1943 de NSB-wethouder die verantwoordelijk was voor de marktvoorziening en distributie. De strikte handhaving van vergunningen was een manier om de totale controle over de economie te behouden.