Ambtelijk memoblad/notitie met diverse handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Ambtelijk memoblad/notitie met diverse handgeschreven kanttekeningen. 13 oktober 1943 t/m 21 oktober 1943. [Bovenaan, in inkt:]
Assistent Bernardus J. Rond
adviseer U het verzoek in te willigen.
13/10 '43
de amb.
[Onleesbare handtekening]
[Midden, in potlood:]
formulier van plaats?
Heeft reeds een vaste plaats vanaf 20 April 1942. (no. 11).
AS.
[Schuin links van het midden, in inkt:]
Gezien
18-10-'43
[Signatuur, mogelijk De Haan]
[Midden rechts, in inkt:]
Inspecteur, H. vraagt assistentie!
J 18/10.
[Onderste helft, groter handschrift in inkt:]
Tegen inwilliging verzoek
om assistentie (qua vervanging)
m.i. geen bezwaar
18-10-'43
[Signatuur, mogelijk De Haan]
[Onderaan, in potlood:]
modeltrapje
[Initialen] 21/10 '43 Dit document betreft de administratieve afhandeling van een verzoek aangaande Bernardus J. Rond, werkzaam als assistent. Het lijkt te gaan om een verzoek voor assistentie of vervanging, waarbij de bureaucratische loop van het dossier door verschillende ambtenaren is vastgelegd.
- 13 oktober: De eerste ambtenaar adviseert positief op een niet nader genoemd verzoek van Rond.
- 18 oktober: Er ontstaat een interne discussie over zijn standplaats. Iemand (AS) merkt op dat hij al sinds april 1942 een vaste aanstelling/plaats heeft (nummer 11). Op dezelfde dag geeft een leidinggevende (mogelijk een afdelingshoofd genaamd De Haan) aan "geen bezwaar" te hebben tegen het inwilligen van het verzoek voor assistentie (ter vervanging).
- Inspecteur H.: Er wordt specifiek verwezen naar een inspecteur die om deze assistentie vraagt.
- 21 oktober: De laatste aantekening vermeldt "modeltrapje". Dit kan een interne term zijn voor een bepaalde bevorderingsstap, een specifieke administratieve handeling, of mogelijk een fysiek object dat bij de assistentiewerkzaamheden hoort. Het document dateert uit oktober 1943, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogssituatie bleven civiele administratieve processen binnen gemeentelijke of provinciale instellingen grotendeels op de gebruikelijke wijze doorgaan. De zakelijke, bijna routineuze toon van de notities wijst op een standaard personele kwestie binnen een overheidsorgaan of een groot nutsbedrijf. De term "inwilligen" en "geen bezwaar" zijn typisch voor de ambtelijke hiërarchie van die tijd. De verwijzing naar een "vaste plaats vanaf 20 April 1942" suggereert dat de status van de werknemer zorgvuldig werd bijgehouden in verband met arbeidsvoorwaarden of dispensaties (zoals de Ausweis). J. Rond