Handgeschreven verzoekschrift met ambtelijke kanttekeningen en rapportage.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift met ambtelijke kanttekeningen en rapportage. 18 november 1943. G. van Muijen, wonende te Waterlooplein 107 I, Amsterdam. [Linksboven, stempel/registratie:]
No. 29/70/3 M. 1943 19/11
[Rechtsboven:]
Amsterdam 18 – 11 – 43
[Hoofdtekst:]
Wedele Heer Directeur!
Met dezen wil ik vrendelyk verzoeken
om een Assistentie kaart
voor mijn kraam op de Nieuwmarkt
Kraam 16. van G. van Muijen
Waterlooplein No 107 I
Hoogachting
G. van Muijen
Waterlooplein 107 I
[Linksmidden, diagonaal in potlood/inkt:]
aan verzoek niet
kan worden voldaan
Th. Schön 29/70/1
S.S. 22/11
[Rechtsmidden, diagonaal in rood/bruin potlood:]
Afwijzen
Standplaats die
op Nieuwmarkt is
geen assistentie
toestaan
1-12-43
[onleesbare paraaf]
[Onderaan, ambtelijke rapportage:]
G. v. Muijen verzoekt assistentie alsmede een enkele keer vervangen
om in de gelegenheid te zijn reparatiën aan rijwielen te kunnen verrichten.
Na toestemming zal assistentie verleend worden door zijn vader
W. v. Muijen geb. 27 April 1888, woonplaats 1e Goudsbloemdw.str 20 I
Daar mijn inziens geen bezwaar bestaat adviseer ik U het
verzoek in te willigen.
29 Nov. 43
de ambt.
[Handtekening, mogelijk Molle] * Verzoek: G. van Muijen vraagt een assistentiekaart aan voor zijn kraam (nummer 16) op de Nieuwmarkt. Hij wil dat zijn vader hem kan vervangen, zodat hij zelf tijd heeft om reparaties aan fietsen ("rijwielen") uit te voeren.
* Ambtelijke tegenspraak: Er is een opvallend verschil tussen het ambtelijk advies en de uiteindelijke beslissing.
* De controlerende ambtenaar adviseert op 29 november positief ("geen bezwaar bestaat").
* Echter, de leidinggevende (waarschijnlijk Schön of een directe collega) wijst het verzoek op 1 december 1943 af met de specifieke reden dat voor standplaatsen op de Nieuwmarkt geen assistentie wordt toegestaan.
* Taalgebruik: Het document gebruikt de destijds gebruikelijke formele beleefdheidsvormen ("Wedele Heer Directeur") en verouderde spelling ("dezen", "reparatiën"). Dit document stamt uit november 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De Nieuwmarkt en het Waterlooplein bevonden zich in het hart van de Jodenbuurt in Amsterdam. Tegen eind 1943 was de Joodse bevolking grotendeels gedeporteerd, en de markten stonden onder strikt toezicht van de bezetter en de gelijkgeschakelde gemeentelijke diensten.
De weigering om assistentie te verlenen op de Nieuwmarkt kan wijzen op een specifiek restrictief beleid voor deze locatie in die periode. Het feit dat de aanvrager rijwielherstellingen wilde uitvoeren, duidt op de noodzaak voor marktkooplieden om in oorlogstijd meerdere inkomstenbronnen te combineren wegens schaarste aan goederen.