Archief 745
Inventaris 745-403
Pagina 297
Dossier 28
Jaar 1943
Stadsarchief

Ambtsbericht/Rapport van de Chef-marktopzichter.

Origineel

Ambtsbericht/Rapport van de Chef-marktopzichter. Het toppunt van onoverzichtelijkheid is door deze wijze van indeeling geschapen.
De vraag is bij mij dan ook gerezen, in hoeverre deze openbare wantoestanden opgeheven kunnen worden, althans tot een minimum kunnen worden teruggebracht.
Het eenige middel, dat ik daartoe zie is sluiting der markt en zoo noodig verplaatsing der marktkooplieden naar een minder bezwaarlijk punt.
De thans ongebruikte markt op het Waterlooplein komt mij daartoe het meest geschikt voor en wel om de navolgende redenen:

  1. Het marktterrein is ruim en de marktkooplieden kunnen in lange, smalle, ononderbroken rijen met veel ruimte tusschenloopen worden geplaatst, zoodat een overzichtelijk geheel ontstaat, zoowel wat betreft de bezetting door de kooplieden, alsmede voorzoover het de marktbezoekers betreft.
  2. Storing der markt door cafébezoekers uit de onmiddellijke omgeving kan niet plaatsvinden, omreden zich aldaar geen café’s meer bevinden.
  3. Hinderlijke stegen en sloppen monden niet uit op het Waterlooplein: de markt wordt slechts doorsneden door één dwarsstraat.
  4. Politietoezicht en daadwerkelijke politiehulp kan m.i. gemakkelijker gehouden en gegeven worden dan op de Nieuwmarkt, omdat direct bij de markt een politiebureau gevestigd is, nl. op de Houtmarkt.

Ten slotte beveel ik bovenomschreven voorstel in Uw gewaardeerde aandacht aan en verzoek U na kennisneming van het rapport doorzending aan den Heer Directeur van het Marktwezen!

Amsterdam, 17 Mei ‘43
[Signatuur: J. Mooijhuizen(?)]
Chef marktopzichter

Aantekening in ander handschrift:
Deze zaak was van directiezijde reeds geruimen tijd in behandeling!

Aantekening in potlood/blauw:
B. en W. heeft thans besloten – niet als gevolg v. dit rapport – om de markt m.i.v. 10/1 1944 over te plaatsen naar W’plein.

Stempel/Aantekening rechtsonder:
Gereed [onleesbaar] 4-1-44 In dit document adviseert de Chef-marktopzichter van Amsterdam om een bestaande markt (gezien de vergelijking in punt 4 gaat het om de Nieuwmarkt) te verplaatsen naar het Waterlooplein. De voornaamste argumenten zijn van logistieke en politionele aard: de huidige situatie is "onoverzichtelijk" en er is sprake van "wantoestanden".

De inspecteur voert aan dat het Waterlooplein een betere indeling toelaat met lange rijen, minder hinder heeft van omliggende horeca en stegen, en direct naast een politiebureau (aan de Houtmarkt) ligt. Opvallend is de handgeschreven kanttekening onderaan: hoewel het advies in mei 1943 werd gegeven, merkt een superieur op dat de directie hier al langer mee bezig was. Uiteindelijk besluit het college van Burgemeester en Wethouders (B. en W.) in januari 1944 de markt daadwerkelijk te verplaatsen, waarbij expliciet wordt vermeld dat dit niet direct het gevolg is van dit specifieke rapport. Het document dateert uit de periode van de Duitse bezetting (1943-1944). De context van de genoemde locaties is historisch beladen. Het Waterlooplein was het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. Dat het plein in mei 1943 als "ongebruikt" wordt omschreven en dat er "geen café's meer bevinden", hangt direct samen met de deportatie van de Joodse bevolking uit deze wijk.

De "onoverzichtelijkheid" op de Nieuwmarkt waar de inspecteur over spreekt, had waarschijnlijk te maken met de enorme drukte en de zwarte handel die daar tijdens de oorlogsjaren welig tierde. De verplaatsing naar een "overzichtelijker" terrein zoals het leeggekomen Waterlooplein maakte het voor de autoriteiten (en de politie) makkelijker om controle uit te oefenen op de goederenstroom en de bevolking in een tijd van schaarste en distributie.

Samenvatting

In dit document adviseert de Chef-marktopzichter van Amsterdam om een bestaande markt (gezien de vergelijking in punt 4 gaat het om de Nieuwmarkt) te verplaatsen naar het Waterlooplein. De voornaamste argumenten zijn van logistieke en politionele aard: de huidige situatie is "onoverzichtelijk" en er is sprake van "wantoestanden".

De inspecteur voert aan dat het Waterlooplein een betere indeling toelaat met lange rijen, minder hinder heeft van omliggende horeca en stegen, en direct naast een politiebureau (aan de Houtmarkt) ligt. Opvallend is de handgeschreven kanttekening onderaan: hoewel het advies in mei 1943 werd gegeven, merkt een superieur op dat de directie hier al langer mee bezig was. Uiteindelijk besluit het college van Burgemeester en Wethouders (B. en W.) in januari 1944 de markt daadwerkelijk te verplaatsen, waarbij expliciet wordt vermeld dat dit niet direct het gevolg is van dit specifieke rapport.

Historische Context

Het document dateert uit de periode van de Duitse bezetting (1943-1944). De context van de genoemde locaties is historisch beladen. Het Waterlooplein was het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. Dat het plein in mei 1943 als "ongebruikt" wordt omschreven en dat er "geen café's meer bevinden", hangt direct samen met de deportatie van de Joodse bevolking uit deze wijk.

De "onoverzichtelijkheid" op de Nieuwmarkt waar de inspecteur over spreekt, had waarschijnlijk te maken met de enorme drukte en de zwarte handel die daar tijdens de oorlogsjaren welig tierde. De verplaatsing naar een "overzichtelijker" terrein zoals het leeggekomen Waterlooplein maakte het voor de autoriteiten (en de politie) makkelijker om controle uit te oefenen op de goederenstroom en de bevolking in een tijd van schaarste en distributie.

Locaties

Amsterdam.

Gerelateerde Documenten 3