Archief 745
Inventaris 745-403
Pagina 298
Dossier 2C
Jaar 1943
Stadsarchief

Ambtelijk rapport/brief.

21 oktober 1943.

Origineel

Ambtelijk rapport/brief. 21 oktober 1943. [Linksboven in handschrift:] Inschrijving / Invr.
[Midden boven, stempel/typschrift:] No. 29/75/1 M. 1943 [daarboven in potlood:] 24/10
[Rechtsboven in potlood:] bestemd voor mij? [en] D 337

Marktwezen Amsterdam. 21 Oct. ’43.

Rapport.
Aan den Heer Inspecteur.

Het lijkt mij thans gewenscht U te adviseeren, de kooplieden van de Nieuwmarkt te doen laten verplaatsen naar de markt het Waterlooplein, behoudens de kooplieden Hartgers en De Vos, beiden handelend in groenten en fruit. Dezen zouden een vaste plaats [in de kantlijn:] stand op de Nieuwmarkt moeten aanvaarden.

Mijn bedoeling is bij eventueele overgang van de kooplieden van de Nieuwmarkt naar het Waterlooplein de kramen zoodanig te plaatsen, dat er zich twee breede straten, met aan weerskanten kramen vormen, loopende van het z.g. Fruitpleintje tot aan den Zwanenburgwal, natuurlijk onderbroken door het stukje Waterlooplein hetwelk een verbinding vormt tusschen de Houtkoopersdwarsstraat en de Korte Houtstraat.

Ik geloof dat de politie daar ook wel voor voelt.
De voordeelen zijn: dat er op het Waterlooplein niet zooveel dwarsstraatjes, steegjes, café’s, koffiehuizen, kroegen en andere verdachte huizen zijn, van waaruit de Nieuwmarkt steeds overstroomd wordt door zwarte handelaren enz.

Het Waterlooplein valt onder één -, de Nieuwmarkt onder twee politiebureaus.

Thans is er op het Waterlooplein niet één café of koffiehuis en met de medewerking van de politie zou het zoo kunnen blijven.

De vischverdeeling moet dan meteen maar van de Nieuwmarkt naar de voormalige joodsche speeltuin op het Waterlooplein worden verplaatst. De koopers kunnen zich dan na half tien langs en buiten het hek van de speeltuin opstellen en na loting door een politieagent bij groepjes van vier naar de verdeelplaats worden gestuurd.

Daar er thans niet één marktambtenaar voldoende bekend is op de Nieuwmarkt, eventueel Waterlooplein, geeft ik U thans in overweging, den ambtenaar er op z'n minst [einde pagina] Dit rapport, geschreven door een ambtenaar van het Amsterdamse Marktwezen in oktober 1943, stelt een ingrijpende wijziging voor in de marktorganisatie van het stadscentrum. De kern van het voorstel is om de markt op de Nieuwmarkt op te heffen en te verplaatsen naar het nabijgelegen Waterlooplein.

De argumentatie is hoofdzakelijk van politionele en controlerende aard:
* Bestrijding van de zwarte handel: De Nieuwmarkt wordt door de auteur beschreven als een onoverzichtelijke plek met te veel zijstraten en "verdachte huizen" (cafés/kroegen), wat de illegale handel zou bevorderen.
* Efficiëntie van toezicht: Het Waterlooplein wordt gezien als makkelijker te controleren omdat het onder de jurisdictie van slechts één politiebureau valt, in tegenstelling tot de Nieuwmarkt die door twee bureaus wordt beheerd.
* Logistiek en tucht: De auteur stelt een strakke indeling van kramen voor en een gereguleerde visdistributie waarbij kopers in kleine groepjes (onder begeleiding van de politie) worden toegelaten na loting. Dit duidt op een regime van schaarste en strikte controle. Het document dateert uit oktober 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Deze context is cruciaal voor het begrijpen van de tekst:

  1. De Jodenvervolging: De auteur spreekt over de "voormalige joodsche speeltuin". In de herfst van 1943 was de Joodse bevolking van Amsterdam al grotendeels gedeporteerd naar de concentratie- en vernietigingskampen. Het feit dat de speeltuin "voormalig" wordt genoemd en dat er op het Waterlooplein "niet één café meer is", getuigt van de kaalslag in de voormalige Joodse buurt (de Jodenbuurt).
  2. Schaarste en Zwarte Handel: Door de oorlogssituatie was er een enorm tekort aan goederen. De "zwarte handel" die de auteur wil bestrijden, was voor veel Amsterdammers de enige manier om aan extra voedsel te komen, maar de bezetter en de collaborerende overheid probeerden hier met harde hand tegen op te treden.
  3. Ordre en Controle: Het document weerspiegelt de toenemende drang van de bezettingsautoriteiten om de openbare ruimte en de distributie van goederen volledig te beheersen. De markt, van oudsher een plek van sociale interactie en informele handel, moest worden omgevormd tot een strak gereguleerd distributiepunt.

Samenvatting

Dit rapport, geschreven door een ambtenaar van het Amsterdamse Marktwezen in oktober 1943, stelt een ingrijpende wijziging voor in de marktorganisatie van het stadscentrum. De kern van het voorstel is om de markt op de Nieuwmarkt op te heffen en te verplaatsen naar het nabijgelegen Waterlooplein.

De argumentatie is hoofdzakelijk van politionele en controlerende aard:
* Bestrijding van de zwarte handel: De Nieuwmarkt wordt door de auteur beschreven als een onoverzichtelijke plek met te veel zijstraten en "verdachte huizen" (cafés/kroegen), wat de illegale handel zou bevorderen.
* Efficiëntie van toezicht: Het Waterlooplein wordt gezien als makkelijker te controleren omdat het onder de jurisdictie van slechts één politiebureau valt, in tegenstelling tot de Nieuwmarkt die door twee bureaus wordt beheerd.
* Logistiek en tucht: De auteur stelt een strakke indeling van kramen voor en een gereguleerde visdistributie waarbij kopers in kleine groepjes (onder begeleiding van de politie) worden toegelaten na loting. Dit duidt op een regime van schaarste en strikte controle.

Historische Context

Het document dateert uit oktober 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Deze context is cruciaal voor het begrijpen van de tekst:

  1. De Jodenvervolging: De auteur spreekt over de "voormalige joodsche speeltuin". In de herfst van 1943 was de Joodse bevolking van Amsterdam al grotendeels gedeporteerd naar de concentratie- en vernietigingskampen. Het feit dat de speeltuin "voormalig" wordt genoemd en dat er op het Waterlooplein "niet één café meer is", getuigt van de kaalslag in de voormalige Joodse buurt (de Jodenbuurt).
  2. Schaarste en Zwarte Handel: Door de oorlogssituatie was er een enorm tekort aan goederen. De "zwarte handel" die de auteur wil bestrijden, was voor veel Amsterdammers de enige manier om aan extra voedsel te komen, maar de bezetter en de collaborerende overheid probeerden hier met harde hand tegen op te treden.
  3. Ordre en Controle: Het document weerspiegelt de toenemende drang van de bezettingsautoriteiten om de openbare ruimte en de distributie van goederen volledig te beheersen. De markt, van oudsher een plek van sociale interactie en informele handel, moest worden omgevormd tot een strak gereguleerd distributiepunt.

Gerelateerde Documenten 3