Handgeschreven ambtelijke notitie/aanvraag op gelinieerd papier.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie/aanvraag op gelinieerd papier. November – december 1943. Aanvraag voor Noordermarkt en Linde-
gracht en Nieuwmarkt.
Dank U.
N.B. Deze brief was volgens vorenstaande
datum opgestuurd, aan verkeerd adres,
zodoende komt hij U nu eerst op deze
datum vragen voor bedoelde vergunning.
Th. Ströer, advies a.u.b.
[paraaf] 19/11
Onbekend
24/11/43 [paraaf]
Th. Vrij advies a.u.b. [paraaf] 25/11
Aantekening in rode inkt:
De laatste maanden hebben W. Lak en
onderget: adressant Kompier niet aangetroffen op de
Noordermarkt en Lindengracht
30/11 ’43 [paraaf]
Inger. per 6/12 ’43. [paraaf]
Afgewezen door Directeur
formulier gestuurd. Opbergen.
[paraaf] 31/12 ’43. Dit document betreft een administratieve afhandeling van een vergunningsaanvraag voor staanplaatsen op drie bekende Amsterdamse markten. De aanvraag (waarschijnlijk door een persoon genaamd Kompier) liep vertraging op doordat de brief aanvankelijk naar een verkeerd adres was gestuurd.
Het ambtelijke proces is via de kantlijnen en toevoegingen goed te volgen:
1. Aanvraag: De burger vraagt om een vergunning.
2. Ambtelijke rondgang: Verschillende functionarissen (Ströer, Vrij) wordt om advies gevraagd.
3. Controle: Er wordt een fysieke controle uitgevoerd door marktmeesters of controleurs (W. Lak en een collega). Zij constateren in rode inkt dat de aanvrager de laatste maanden niet op de markten is gesignaleerd.
4. Besluit: Op basis van deze bevinding wordt de aanvraag op 31 december 1943 door de Directeur (waarschijnlijk van de Dienst van het Marktwezen) afgewezen. Het document dateert uit eind 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was het marktwezen in Amsterdam strikt gereguleerd. Vergunningen waren schaars en essentieel voor de voedselvoorziening en het levensonderhoud van handelaren.
De genoemde locaties — de Noordermarkt, de Lindengracht (beiden in de Jordaan) en de Nieuwmarkt — waren en zijn centrale marktplaatsen in Amsterdam. De afwijzing op basis van het feit dat de aanvrager "niet is aangetroffen" suggereert dat men streng controleerde of vergunninghouders hun plek wel daadwerkelijk benutten; in oorlogstijd werd leegstand op markten niet getolereerd. Het document illustreert de bureaucratische nauwgezetheid die zelfs onder bezettingstijd werd voortgezet door de gemeentelijke diensten. N.B. Deze W. Lak Marktwezen