Archief 745
Inventaris 745-403
Pagina 372
Dossier 29
Jaar 1943
Stadsarchief

Brief (handgeschreven)

8 januari 1943 Van: M. Swart, Vrolikstraat 114, Amsterdam (Oost) Aan: De Directeur van het Marktwezen te Amsterdam

Origineel

Brief (handgeschreven) 8 januari 1943 M. Swart, Vrolikstraat 114, Amsterdam (Oost) De Directeur van het Marktwezen te Amsterdam [Linksboven, stempel/schrif:] No. 30/1/1 M. 1943
[Rechtsboven:] 491 / Amsterdam 8 Januari 1943
[In rood potlood:] ni. toeg.

Aan den Directeur,
van het Marktwezen te Amsterdam,
Jan v. Galenstraat 14,
Amsterdam. West

Zeer Geachte Heer.

In antwoordt op uw geëerd schrijven d. d. 7 Januari 1943 deel ik U het volgende mede:
Aangezien mijn Vader, I. Swart, naar de "Arbeitseisatz" in Duitschland is vertrokken en mijn Moeder geen andere inkomsten heeft dan die van het Maatschappelijk Steun, verzoek ik Ued. beleefd om ontheffing van de betaling van marktgeld voor de markt Waterlooplein.

Hopende op uw medewerking in deze verblijf ik met de meeste hoogachting,

[Handtekening:] M. Swart
Vrolikstraat 114
Amsterdam (Oost)

[Linksonder:]
J. Swart, pl. ond. Waterlooplein.

[Aantekening in de marge/onderaan, handgeschreven:]
Aan verzoek kan geen gevolg worden gegeven. Aan Joden mag geen vrijstelling van betaling worden gegeven bij overdracht van st.
[Handtekening/Paraaf] 12-1-’43

[Rechtsonder in rood potlood:]
model 30/1/2 aan verzoek niet kan worden voldaan Het document is een schrijnend voorbeeld van de bureaucratische afhandeling van verzoeken van Joodse burgers tijdens de bezetting. M. Swart schrijft namens zijn/haar moeder een beleefd verzoek aan de directeur van het Marktwezen. De gezinssituatie is precair: de vader, I. Swart (vermoedelijk Isaac Swart), is naar Duitsland gestuurd voor de Arbeitseinsatz (dwangarbeid). De moeder moet rondkomen van de armenzorg ("Maatschappelijk Steun"). Het verzoek is om kwijtschelding van de staangeld-kosten voor hun plek op de markt aan het Waterlooplein.

De reactie van de ambtenaar (links- en rechtsonder) is kortaf en discriminerend. Het verzoek wordt direct afgewezen met de expliciete reden: "Aan Joden mag geen vrijstelling van betaling worden gegeven". Er wordt verwezen naar een standaardformulier (model 30/1/2) voor afwijzingen. De brief dateert van januari 1943, een periode waarin de vervolging van de Joodse bevolking in Amsterdam een dieptepunt bereikte. Het Waterlooplein was van oudsher een centrale plek voor de Joodse handel, maar door de anti-Joodse maatregelen van de nazi-bezetter werden Joodse marktkooplieden steeds verder in het nauw gedreven.

De "Arbeitseinsatz" waarnaar verwezen wordt, was voor Joodse mannen vaak een eufemisme voor deportatie naar werkkampen of vernietigingskampen. Uit de tekst blijkt hoe de Nederlandse bureaucreatie (in dit geval de gemeente Amsterdam/Dienst Marktwezen) strikt de antisemitische verordeningen van de bezetter uitvoerde, waarbij zelfs bij extreme armoede geen enkele menselijkheid werd betracht als het om Joodse burgers ging. Dit document illustreert de systeemdwang en de uitsluiting die aan de deportaties voorafgingen.

Samenvatting

Het document is een schrijnend voorbeeld van de bureaucratische afhandeling van verzoeken van Joodse burgers tijdens de bezetting. M. Swart schrijft namens zijn/haar moeder een beleefd verzoek aan de directeur van het Marktwezen. De gezinssituatie is precair: de vader, I. Swart (vermoedelijk Isaac Swart), is naar Duitsland gestuurd voor de Arbeitseinsatz (dwangarbeid). De moeder moet rondkomen van de armenzorg ("Maatschappelijk Steun"). Het verzoek is om kwijtschelding van de staangeld-kosten voor hun plek op de markt aan het Waterlooplein.

De reactie van de ambtenaar (links- en rechtsonder) is kortaf en discriminerend. Het verzoek wordt direct afgewezen met de expliciete reden: "Aan Joden mag geen vrijstelling van betaling worden gegeven". Er wordt verwezen naar een standaardformulier (model 30/1/2) voor afwijzingen.

Historische Context

De brief dateert van januari 1943, een periode waarin de vervolging van de Joodse bevolking in Amsterdam een dieptepunt bereikte. Het Waterlooplein was van oudsher een centrale plek voor de Joodse handel, maar door de anti-Joodse maatregelen van de nazi-bezetter werden Joodse marktkooplieden steeds verder in het nauw gedreven.

De "Arbeitseinsatz" waarnaar verwezen wordt, was voor Joodse mannen vaak een eufemisme voor deportatie naar werkkampen of vernietigingskampen. Uit de tekst blijkt hoe de Nederlandse bureaucreatie (in dit geval de gemeente Amsterdam/Dienst Marktwezen) strikt de antisemitische verordeningen van de bezetter uitvoerde, waarbij zelfs bij extreme armoede geen enkele menselijkheid werd betracht als het om Joodse burgers ging. Dit document illustreert de systeemdwang en de uitsluiting die aan de deportaties voorafgingen.

Gerelateerde Documenten 3