Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 15 februari 1943. Mevr. Wurms, namens haar moeder S. Zwarts-Wertheim. [Linksboven, onderstreept:]
Inschrijving
[Rechtsboven:]
A’dam 15 Febr. 1943 58 HS [?]
[Midden boven, stempel in blauw/paars:]
No. 30/6/1 M. 1943 [met handgeschreven:] W/2
[Midden:]
I
Weledele Heer:
Hierbij vraag ik u beleefd het volgende:
Op onze legitimatiekaart voor 1943. No 112. staat
als artikel koek, chocolade en fruit vermeld.
Ik wou u echter beleefd vragen of daar in de
plaats „Levensmiddelen” kan komen te staan.
Ook wilde ik u vragen of het kaartje op naam
van mijn moeder kan komen te staan. Thans
staat het kaartje op naam van mijn vader den
Heer A. Zwarts, Geb: 24-6-’88, Monnikenstr. 2 HS.
Mijn vader is echter reeds een half jaar in Duitsland.
Thans neemt mijn moeder Mevr. S. Zwarts-Wertheim
Geb: 7-1-’84, eveneens wonende Monnikenstr 2 HS
de plaats op het waterlooplein waar.
Dit alles is voor mijn moeder van zeer grote bete-
kenis. Hopende dat u mijn verzoek zal willen
inwilligen en ik spoedig antwoord van u zou
mogen verwachten teken ik Hoogachtend
Mevr. Wurms
Monnikenstr 2 HS
A’dam (c)
[Linksonder, ambtelijke aantekening:]
Plaats overgeschreven op naam
van echtgenoote.
opbergen [paraaf]
23/2 MB p. één dezer dagen
V 22/2 ’43
[Rechtsonder, ambtelijke aantekening:]
Oproepen
16-2-43
[Signatuur/Paraaf]
--- Dit document is een aangrijpend voorbeeld van de bureaucratische realiteit in bezet Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Kernpunten:
1. De Aanvraag: Mevrouw Wurms verzoekt om twee wijzigingen op de marktvergunning (legitimatiekaart 112) voor een standplaats op het Waterlooplein. Ten eerste wil ze de productomschrijving verruimen van specifieke artikelen (koek, chocolade, fruit) naar de algemene term "Levensmiddelen". Ten tweede moet de vergunning van de naam van haar vader naar die van haar moeder.
2. De Reden: De vader, de heer A. Zwarts, is "reeds een half jaar in Duitsland". In de context van februari 1943 en de locatie (de Joodse buurt) duidt dit vrijwel zeker op deportatie of tewerkstelling, hoewel de brief dit in neutrale termen formuleert om de kans op inwilliging te vergroten.
3. Personen: De brief noemt Abraham Zwarts (geb. 1888) en Sara Zwarts-Wertheim (geb. 1884). De Monnikenstraat was een straat in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt.
4. Ambtelijke afhandeling: De brief is zeer snel in behandeling genomen. Al op 16 februari (één dag na schrijven) staat er "Oproepen". Op 23 februari is de mutatie ("overgeschreven op naam van echtgenoote") verwerkt.
--- De datum, 15 februari 1943, plaatst dit document in een kritieke fase van de Holocaust in Nederland. De Waterloopleinmarkt was van oudsher een centrum van Joodse handel. Sinds 1941 hadden de bezetters diverse beperkende maatregelen opgelegd aan Joodse marktkooplieden; zij mochten alleen nog op specifieke markten staan.
De familie Zwarts probeerde met deze brief de continuïteit van hun inkomen te waarborgen nu de gezinshoofd was weggevoerd. Het verzoek om de term "Levensmiddelen" te gebruiken wijst op een poging om flexibeler te zijn in de handel, wat in een tijd van schaarste en distributie van levensbelang was.
Uit archieven (zoals het Joods Monument) blijkt vaak dat personen die op dit soort adressen in de Monnikenstraat woonden, kort na dergelijke correspondentie zelf gedeporteerd zijn. De ambtelijke efficiëntie waarmee de naamswijziging wordt doorgevoerd staat in schril contrast met de tragische menselijke realiteit achter de afwezigheid van de heer Zwarts. De brief noemt Abraham Zwarts (geb. 1888) en Sara Zwarts-Wertheim (geb. 1884). De Monnikenstraat was een straat in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt.