Officiële brief / Marktvergunning-correspondentie.
Origineel
Officiële brief / Marktvergunning-correspondentie. 24 maart 1943. De Directeur (waarschijnlijk van de afdeling Marktwezen van de gemeente Amsterdam). [Rechtsboven, handgeschreven:]
Inspect.
M. de Prins
M. Gombault
[Midden, handgeschreven:]
Verzonden 25/3
[Getypte tekst:]
30/5/3 M. 24 Maart 1943.
Mevrouw E. Moscoviter-Fresco
Peperstraat 6 II
Amsterdam-Centrum
_________________
wijk 2
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 26 Februari 1943
verleen ik U hierby tot wederopzegging toestemming zich op Uw
plaats op de markt(ex) Waterlooplein
te laten bystaan - ~~nietxvervangenx~~- door Mevrouw Debora
Fresco, geboren 12-9-1887.
De Directeur, * **Inhoud:** In deze brief krijgt mevrouw Ester Moscoviter-Fresco toestemming van de gemeente om op haar marktplaats op het Waterlooplein te worden bijgestaan door Debora Fresco. De toestemming is "tot wederopzegging", wat betekent dat de overheid de toestemming op elk moment kan intrekken.
- Taalgebruik: De brief hanteert de voor die tijd gebruikelijke zakelijke en afstandelijke ambtelijke toon. Opvallend is de correctie in de tekst: de term "vervangen" is met x-en doorgehaald. Dit is een juridisch essentieel onderscheid: Debora Fresco mocht mevrouw Moscoviter enkel helpen (bijstaan), maar niet haar plek innemen (vervangen).
- Administratie: De handgeschreven aantekeningen tonen het proces in het stadhuis: de inspectie door ambtenaren (Prins en Gombault) en de bevestiging dat de brief op 25 maart daadwerkelijk is verzonden. Dit document is een aangrijpend voorbeeld van de "bureaucratie van de Holocaust". In maart 1943 was Nederland bezet door nazi-Duitsland en was de deportatie van de Joodse bevolking in volle gang. Het Waterlooplein lag in het hart van de Joodse buurt; in deze fase van de oorlog mochten Joodse kooplieden alleen nog op speciaal aangewezen "Joodse markten" staan.
De historische context achter de namen in deze brief is tragisch. Uit archieven (zoals het Joods Monument) blijkt dat zowel de geadresseerde, Ester Moscoviter-Fresco (geb. 1883), als haar zus Debora Fresco (geb. 1887) minder dan twee maanden na het ontvangen van deze brief zijn gedeporteerd. Beiden zijn op 21 mei 1943 vermoord in het vernietigingskamp Sobibor. De brief toont de ijzingwekkende normaliteit waarmee ambtelijke instanties doorwerkten aan marktvergunningen voor mensen wiens leven op het punt stond vernietigd te worden. Debora (Mevrouw) E. Moscoviter M. Gombault M. de Prins Gemeente Amsterdam Marktwezen Stadhuis