Handgeschreven brief met administratieve stempels en kanttekeningen.
Origineel
Handgeschreven brief met administratieve stempels en kanttekeningen. 17 februari 1943. S. Winnik-Barend. Een niet nader genoemde autoriteit (geadresseerd als "Weledelgestrenge Heer"). [Stempel linksboven:]
No. 30/7/1 M. 1943 19/2
[Annotaties rechtsboven:]
583
Th. Roux
Spoedadvies
H.D.I. 25/3
Amsterdam, 17 Februari 1943
mr. [onleesbaar, mogelijk 'Zun']
[Hoofdtekst:]
Weledelgestrenge Heer,
Blijkens ingesloten attest is het mij niet mogelijk persoonlijk mijn zaken te behartigen.
Daar mijn man zijn eigen werkkring heeft, verzoek ik U daarom beleefd mij te machtigen mij door mijn vader te laten waarnemen, totdat ik weer van mijn aandoening hersteld zal zijn, hetgeen naar verwachting nog hoogstens enkele maanden zal duren.
U bij voorbaat dankend, verblijf ik, gaarne Uw berichten zo spoedig mogelijk tegemoet ziende,
Hoogachtend,
S. Winnik-Barend
Pl. Kerklaan 57
Amsterdam
P.S. Mijn vader heet:
Manus Barend en is geboren 24 Juni 1887.
Hij woont aan hetzelfde adres als ik.
[Annotaties rechtsonder:]
opbergen
Zie 30/7/2 d/4 43
f/v d B 18/3 43 In deze brief verzoekt Sara Winnik-Barend om een officiële machtiging voor haar vader, Manus Barend, om haar zaken waar te nemen. De reden hiervoor is een medische aandoening, waarvoor zij een doktersverklaring ("attest") heeft bijgevoegd. Ze geeft aan dat haar echtgenoot deze taken niet op zich kan nemen vanwege zijn eigen werk. De brief is formeel en beleefd opgesteld, wat gebruikelijk was voor correspondentie met overheidsinstanties in die tijd. De aanwezigheid van registratienummers en ambtelijke opmerkingen zoals "spoedadvies" wijst erop dat dit verzoek werd behandeld binnen een bureaucratisch proces. De datum (februari 1943) en de locatie (Plantage Kerklaan 57, in de Amsterdamse Jodenbuurt) plaatsen dit document in de grimmige context van de Jodenvervolging tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De namen Winnik en Barend zijn Joods. In deze periode werden Joodse burgers systematisch uitgesloten van het openbare leven en werden hun bezittingen en zakelijke belangen vaak onder beheer gesteld van "Verwalters" of via andere beperkende maatregelen gecontroleerd.
Het verzoek om een vader de zaken te laten waarnemen vanwege ziekte kan een poging zijn geweest om enige controle over eigen zaken binnen de familie te houden, of een reactie op een specifieke verordening die persoonlijke verschijning of handeling vereiste. Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) blijkt dat de schrijfster, Sara Winnik-Barend, en haar vader Manus Barend de oorlog niet hebben overleefd; zij werden later dat jaar gedeporteerd en vermoord in vernietigingskampen. Dit document is daarmee een tastbaar overblijfsel van de wanhopige pogingen om het dagelijks leven en de administratieve realiteit voort te zetten onder extreme dreiging. P.S. Mijn S. Winnik