Officiële brief/oproep (typschrift op doorslagpapier).
Origineel
Officiële brief/oproep (typschrift op doorslagpapier). 6 maart 1943. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Mevrouw S. Winnik-Barend, Plantage Kerklaan 57 II, Amsterdam. (De transcriptie volgt de logische leesvolgorde van de brief, van boven naar beneden)
[Linksboven:]
dV/SV
Mevrouw S. Winnik-Barend
Plantage Kerklaan 57 II
Amsterdam-Centrum wijk 10
6 Maart 1943.
30/7/3 M.
[Handgeschreven in potlood:]
Verzonden 6/3
Hiermede verzoek ik U om Woensdag 10 Maart a.s. tusschen 9.30 en 12.00 uur, bij den Inspecteur van mijn dienst te komen.
Indien U aan deze uitnodiging geen gevolg geeft, zal worden aangenomen, dat U geen prijs stelt op het behoud van Uw marktplaats op het Waterlooplein en zal tot intrekking van deze plaats worden overgegaan.
[Rechtsonder:]
De Directeur, De brief is een dwingende oproep aan mevrouw S. Winnik-Barend om te verschijnen voor een gesprek met een inspecteur. De inzet van het gesprek is het behoud van haar marktplaats op het Waterlooplein in Amsterdam. De toon is bureaucratisch en dreigend: het niet verschijnen wordt direct gelijkgesteld aan het vrijwillig afstand doen van de marktvergunning, wat zou leiden tot onmiddellijke intrekking. De afkorting "a.s." (aanstaande) en de korte termijn (vier dagen na dagtekening) onderstrepen de urgentie. De codes "dV/SV" en "30/7/3 M." zijn administratieve kenmerken voor archivering en correspondentiebeheer. Dit document dateert uit maart 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De context is diep tragisch:
1. Locatie: De Plantage Kerklaan en het Waterlooplein bevonden zich in het hart van de Jodenbuurt in Amsterdam.
2. Uitsluiting: Vanaf 1941 voerden de bezetter en het collaborerende gemeentebestuur maatregelen in om Joodse burgers uit het economische leven te weren. Joodse marktkooplieden mochten alleen nog op speciaal aangewezen markten staan en werden stelselmatig van hun vergunningen beroofd.
3. Deportatie: In maart 1943 waren de grootschalige deportaties van Joodse Amsterdammers naar concentratie- en vernietigingskampen in volle gang. Administratieve oproepen zoals deze werden vaak gebruikt om Joodse burgers te dwingen zich te melden bij instanties, waarna hun bezittingen (zoals een marktplaatsvergunning) officieel konden worden geconfisqueerd.
4. Persoon: Uit historische bronnen (zoals de Joodse Raad-kaarten) blijkt dat Sientje Winnik-Barend inderdaad op dit adres woonde. Zij is kort na deze brief gedeporteerd en in mei 1943 vermoord in Sobibor. Dit document is een kille getuigenis van de bureaucratische afhandeling van de onteigening van Joodse burgers vlak voor hun deportatie. S. Winnik Marktwezen